‘Academy’ is ook met Bell als leider geen wereldtop meer

Vele honderden platen en cd’s maakte de Academy of St Martin in the Fields met oprichter Neville Marriner. Het kamerorkest verkreeg daarmee een legendarische status, maar begon na vijf decennia van soms routineuze en oubollige vertolkingen toch een beetje muf te ruiken. De benoeming in 2011 van sterviolist Joshua Bell als nieuwe music director leek een gouden greep: ondanks zijn 47 jaren oogt Bell nog altijd als een twintiger.

Een veelbelovende warme Beethoven-cd volgde. Maar het optreden zondagavond in een vol Concertgebouw met een publieksvriendelijk strijkersprogramma overtuigde niet. In pseudo-barokke stijl werd Bachs Vioolconcert in E veel te snel afgeraffeld, hetgeen de moeizame intonatie overigens niet verhulde. In de finale compenseerde de bluffende Bell weggemoffelde nootjes met olijk glijdende voorslagen.

De keuze voor slechts achttien strijkers is bovendien problematisch: drie altviolen vormen een aanzienlijk minder homogene groep dan vier, zoals nu bleek in het wat valse Adagio van Barber, door Bell energiek geleid vanaf de aanvoerdersstoel. Ook de eerste violen vormden niet altijd één geheel, al liet men inkervende melodieën in de Elegie van Tsjaikovski’s Serenade fraai en fluisterzacht verdampen.

In de afsluitende Vier Seizoenen van Piazzolla raakte de Academy eindelijk écht op dreef, met assertief samenspel vol dynamisch reliëf. Staand tussen zijn gezeten musici liet Bell horen toch nog steeds een topsolist te zijn, met een viooltoon die rank dan wel zwoel uitdijend alle Argentijnse temperamenten bezocht.