Veiligheid en Justitie moet terug naar reële proporties

Ontvlechting van het veel te machtig geworden ministerie van Veiligheid en Justitie is een topprioriteit, vindt Magda Berndsen.

Deze krant legde in het artikel De 7 plagen van het ministerie van Veiligheid en Justitie (9 juli) haarfijn bloot dat er wel erg veel mis gaat en mis is bij onze bewaker van de rechtsstaat. Dat dit ministerie inmiddels als een uit de krachten gegroeid hert in de koplampen kijkt, is het resultaat van politieke overmoed en misplaatste stoerheid van de kabinetten Rutte I en II. De politieke keuze om het departement buiten proportie te organiseren ondermijnt de bestuurlijke aansturing, de justitiële slagkracht en het functioneren van de rechtsstaat. Het ministerie moet teruggebracht worden tot reële proporties en daarom moet een volgend kabinet Veiligheid weer van Justitie scheiden.

Sinds de samenvoeging van veiligheid met justitie door het kabinet Rutte I heeft de Tweede Kamer vrijwel alle instanties, justitiële professionals en zelfs burgemeesters protesterend voorbij zien komen. En ook in de Eerste Kamer is het ongenoegen over de staat van de rechtsstaat uitvoerig aan bod geweest. Bezuinigingen snijden zo diep dat de rechtspraak, het Openbaar Ministerie en de politie waarschuwen dat de grenzen van hun mogelijkheden zijn bereikt. De toegang tot het recht zit in de gevarenzone, de misstanden in de opsporing en vervolging stapelen zich op en de nationale politie luidt de noodklok.

Nationale politie, justitie, immigratie en asiel: grote verantwoordelijkheden die te veel in één hand terecht gekomen zijn. Zoveel belangen en zeggenschap bij één enkele instantie is rechtsstatelijk onzuiver. Want wie biedt het tegenwicht als fundamentele belangen met elkaar botsen? Van oudsher viel de politie onder het ministerie van Binnenlandse Zaken. Door het veiligheids- en justitiedomein te spreiden werd voorzien in noodzakelijk machtstegenwicht. Belangen waren binnen de twee ministeries makkelijker op één lijn te krijgen en wisten zich daarbuiten tot elkaar te verhouden. Bovendien waren de lijnen naar het lokaal gezag bij Binnenlandse Zaken kort en stevig belegd. Iets dat bij Veiligheid en Justitie de afgelopen vijf jaar op thema’s als bed, bad en brood, illegalenaanpak en het drugsbeleid danig is ontwricht. Checks and balances zijn onmisbaar in een democratische rechtsstaat. Het getuigt van onzorgvuldig democratisch denken en gemakzucht wanneer een kabinet zich de vrijheid permitteert om dat fundamentele uitgangspunt terzijde te schuiven.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken was decennialang het ‘moederdepartement’ binnen het Rijk. Die titel kan sinds 2012 met de beste wil niet meer worden toegekend. Het departement heeft veel inhoud en daarmee bijna alle gewicht verloren. In de huidige staat is minister Plasterk bij lange na niet opgewassen tegen het monstrum dat in de toren aan de overzijde is verrezen. Alleen door het ministerie van Binnenlandse zaken als moederdepartement in ere te herstellen kan ook noodzakelijk tegenwicht aan Justitie worden geboden. Politie en brandweer horen thuis bij Binnenlandse Zaken. Op gezonde afstand van het ministerie van Justitie, dat zijn handen vol heeft aan zaken als rechtsbijstand, de rechtspraak, het Openbaar Ministerie, het gevangeniswezen en immigratie en asiel. Scheiding van Veiligheid en Justitie kan enige rust brengen in de immense reorganisatieopdracht waarvoor de nationale politie zich gesteld ziet en die de volle aandacht vraagt van de politietop inclusief de verantwoordelijke minister. Het kan bovendien de overmatig vele prioriteiten bij zowel justitie als politie weer terugbrengen tot realistische proporties.

Het ontvlechten van een ministerie is geen eenvoudige zaak. Toch is dat precies wat een volgend kabinet moet doen. In de kern gaat het om het herstellen van de rechtstatelijke balans en van gezond bestuur bij twee ministeries die in het hart van onze democratische rechtsstaat een grote betekenis hebben. Checks and balances, een gezonde democratische rechtsstaat kan niet zonder.