Veel komisch muziektheater tussen imitatie en persiflage

Zonder operette geen Parade. Op het rondreizend theatercircus dat vrijdag in Utrecht neerstreek, larderen theatermakers hun voorstellingen traditiegetrouw graag met lucide liedjes en dolle dansjes. Theatermaker Steef de Jong ziet in de kleine opera zelfs “de bron van alles”. Op de Parade presenteert hij alweer zijn derde voorstelling over het genre, de ‘docurette’ Straussvogel.

In zijn eentje monteert De Jong live een muziekfilm over operettekoning Johann Strauss jr (1825-1899). Voor een green screen speelt hij biografische scenes, zingt korte aria’s en strooit met muzikale weetjes. Tegelijkertijd is de afgestudeerd beeldend kunstenaar in de weer met camera’s, handgemaakte decors en originele rekwisieten.

Rode draad in het ingenieuze schouwspel zijn de overeenkomsten tussen de nieuwjaarsconcertwalsen van Strauss jr. en latere danshits van de Beatles tot Armin van Buuren. Dat hij niet de beste zanger en acteur is, compenseert De Jong met enthousiasme. Als hij zich onder het motto ‘Strauss in the house!’ in driekwartsmaat dronken danst, zijn op de houten tribunebanken de meestampers voelbaar’.

Caberetiers Alex Klaasen en Henry van Loon eren de erfenis van een ander muziekgenre met komische potentie: de schlager. In Neuken is voor meisjes spelen ze de zelfgenoegzame charmezangers van de band H.E.A.R.(Henry en Alex Rock), die hun ‘Best of the Best of the Best of concert’ geven. De titel van de voorstelling verwijst naar hun ‘internationale mega-hit’. Al staat op het programma veel Nederlandstalige rijm met palingsound, passend begeleid op drums en sentimentele piano door Jan en Keez Groenteman.

Intrigerend aan deze voorstelling is het voortdurend laveren tussen imitatie en persiflage. De stemmen en ingestudeerde gestiek kunnen makkelijk de vergelijking aan met de beste levensliedzangers van Nederland. En de donkere ogen van Van Loon lijken opeens griezelig veel op die van Jeroen van der Boom. Maar gelukkig vliegt het duo ook herhaaldelijk uit de bocht met een indianentooi op het hoofd of een carnavaleske Ananas van bordkarton.

Dat muziektheater geen gegarandeerd succesrecept is, bewijst de relatietherapie Paartjes. Om zieltogende paren te redden, spelen Niek Barendsen en Ilse Warringa vijf historische stellen na, en zingen musicalachtige liedjes achter de piano.

De getalenteerde makers kunnen moeiteloos meerstemmig zingen en in malle typetjes duiken, maar vergaten te investeren in de tekst. Die is nu soms ronduit plat, zeker als een volkse Hitler met zijn Eva gaat grollen over de Tweede Wereldoorlog, Andrea en Andries Knevel hun fantasieën delen („Ik wil aan de verwarmingsbuis geklonken en dan mag jullie handbalteam aan de gang”) en Sylvie die zich bij Yolanthe beklaagt over de aanschaf van een tweedehands kut: „Bij het zilveren kruis is je kut altijd gedekt.” Zo kan Strauss het toch niet bedoeld hebben.