Column

‘Stasi, Stasi’, siste de koning van Roermond

Op een doordeweekse middag zitten Hans Goossen en Theo Sniekers weer als vanouds op de redactie van Dagblad De Limburger / Limburgs Dagblad in Sittard. De krant met een oplage van 130.000 exemplaren is gezakt, het werk voor even gedaan.

De beide onderzoeksjournalisten doen het kalm aan, na een paar hectische jaren waarin ze de doopceel lichtten van de koning van Roermond, Jos van Rey. Het boek dat ze over hem publiceerden, El Rey. Van jager tot prooi, kreeg vorige maand terecht de Brusseprijs. Er wordt niet alleen in beschreven hoe Van Rey als wethouder van Economische Zaken veertien jaar lang alles voor elkaar kreeg, maar ook hoe hij het lokale katholieke machtsbolwerk wist op te blazen en zijn stad nieuwe dynamiek bezorgde. Opvallend daarbij is hoe de burgemeester en de gemeenteraad hem in alles slaafs volgden. Maar nu is het voorbij: Van Rey staat voor de rechter wegens corruptie en witwaspraktijken.

Zonder Goossen en Sniekers was dat niet gebeurd. Want in de provincie is een lokale politicus al snel koning, die vindt dat de pers maar heeft mee te buigen. De woede van Van Rey op de onthullingen van Goossen en Sniekers was dan ook groot. De intimidaties die erop volgden waren niet mals. „Toen ons eerste artikel over Van Rey verscheen, heeft zijn vriendin een visfilet, verpakt in de krant van die dag, bij onze adjunct-hoofdredacteur in de bus gedaan”, vertelt Sniekers. „Er zat een briefje bij: ‘Een krant met een vieze smaak’.”

Het ‘visincident’ zorgde ervoor dat de landelijke pers de onthullingen overnam. Terwijl die eerder hoogstens tot een lauw ANP-berichtje hadden geleid.

Maar de intimidaties waren al eerder begonnen. Goossen: „Kort voor onze eerste publicatie, tijdens het vragenuurtje in de collegevergadering over de demografische ontwikkeling van Roermond, riep hij tegen een collega dat het oorlog was met de Limburgse pers. Tijdens een live radio-uitzending in Maastricht kwam hij ineens de zaal binnen en begon hij ons aan te staren. En toen hij ons voor de rechter had gedaagd, zat hij naast ons ‘Stasi, Stasi’ te sissen.”

Van Rey zette ook een mailoffensief in gang, waarin gehakt werd gemaakt van de publicaties van het tweetal. Goossen: „Achteraf bleek dat hij zijn netwerk had gemobiliseerd, waarvan ieder weer aan vijf à tien mensen had gevraagd om ons een kritische mail te sturen waarin stond hoe wij het überhaupt in ons hoofd haalden. Ook werd met de rechter gedreigd.”

De twee onderzoeksjournalisten werden door een omvangrijke kliek medestanders van Van Rey verguisd. Goossen: „Ze vonden dat we de zaken verkeerd interpreteerden en van alles insinueerden, alleen maar omdat we hem te grazen zouden willen nemen.”

Met hun artikelen en hun boek hebben Goossen en Sniekers bewezen hoe belangrijk de regionale journalistiek is voor het bewaken van de democratie. En voor de niet-Limburgers is opnieuw aangetoond hoe het handjeklap tussen politiek en zakenleven in het rijk der volgzamen nog altijd bestaat. „We hebben de zwakke plekken van de lokale democratie aangetoond”, zegt Goossen. En ten slotte over ‘El Rey’: „We vragen ons af of hij wel snapt dat hij fouten heeft begaan.”