Ruimterace met een oude raketmotor

Russische-Amerikaanse samenwerking in de ruimte staat onder druk. Maar de Amerikanen zijn sterk afhankelijk van de Russische raketmotor RD-180.

Door Michiel Hegener

De verslechtering van de relatie tussen Rusland en de Verenigde Staten is voelbaar tot honderden kilometers boven het aardoppervlak. En het gaat om meer dan een zuiver aards conflict dat doorwerkt in de ruimtevaart. Tien tot vijftien jaar geleden, toen de twee grootmachten nog goed bevriend waren, maakten de VS zich sterk afhankelijk van Rusland voor een paar cruciale onderdelen van hun toegang tot de ruimte. Toen heel handig, nu een ramp. Rusland heeft de Amerikaanse ruimtevaart daardoor nu in een houdgreep.

Rusland speelt dat voordeel diplomatiek uit, door soms te dreigen met stopzetting van de ondersteuning – en soms juist niet. De enige oplossing voor de VS is om zelf de technieken te ontwikkelen waarvoor ze nu van Rusland afhankelijk zijn. Daar zijn ze druk mee bezig, maar als het tegenzit duurt het nog een jaar of vier voor die er zijn.

Waar gaat het om? Amerikaanse en andere bezoekers van het International Space Station (ISS) zijn sinds de laatste Shuttlevlucht in 2011 afhankelijk van de Russische Soyuz-raket en -capsule. Veel minder bekend is dat de zwaarste Amerikaanse militaire satellieten de ruimte ingaan dankzij een Russische raketmotor: de fenomenaal krachtige, tot nu toe nimmer falende RD-180. Hij zit op de eerste trap van de Atlas V, de sterkste raket van de VS. Ook NASA’s Mars Curiosity Rover verliet de aarde per Atlas V met een RD-180.

Dat de Soyuz-raket en -capsule een tijdelijk monopolie zouden krijgen op taxidiensten naar het ISS werd besloten in 2004, toen het einde van de Shuttle werd aangekondigd – en de relaties met Rusland nog hartelijk waren. Uit diezelfde tijd dateert het idee om de Atlas V te laten aanjagen met de RD-180. De misrekening was dat de relatie met Rusland altijd fijn zou blijven en dat Rusland nooit iets zou doen als, pakweg, de Krim bezetten.

Als antwoord op de Russische Krim-bemoeienis liet NASA op 3 april vorig jaar weten alle samenwerking met de Russen te beëindigen, afgezien van het ISS. Waarop de Russen lieten weten dat de RD-180 niet meer gebruikt mocht worden voor militaire doeleinden. En oh ja, ze gingen stoppen met het ISS. In 2020 zouden ze hun modules eraf schroeven en daarmee een eigen ruimtestation beginnen.

Een jaar later is de kou deels uit de lucht, maar niet de dreiging. Rusland zegt dat het net als NASA tot 2024 doorgaat met het ISS. En Energia, de producent van de RD-180, wil graag weer leveren, met kennelijke instemming van Moskou. Ruimtevaartonderzoeker en -commentator John van het Space Policy Institute van de George Washington University zegt over de Russische dreigementen: „Je kunt niet met grote zekerheid stellen dat het alleen maar snoeverij was. Maar de realiteit is wel dat Rusland economische belangen heeft die opwegen tegen de politieke.” Een RD-180 verkopen de Russen voor 10 miljoen dollar (9,2 miljoen euro). En ze hebben toegegeven dat ze geen geld hebben voor dat eigen ruimtestation.

Het Amerikaanse vertrouwen in Rusland als bondgenoot in de ruimte is hoe dan ook geschonden. Het ontwikkelen van eigen capsules om astronauten naar het ISS te brengen was al begonnen voor Rusland de Krim bezette. Het gaat om de CST-100 van Boeing en de Dragon V2 van SpaceX. Beide moeten in 2017 operationeel zijn. Maar met een Amerikaans equivalent van de RD-180 werd laat begonnen. De CST-100 kan bijvoorbeeld het best met een Atlas V gelanceerd worden. Wat betekent dat de eerste astronauten die met een Amerikaanse capsule naar het ISS reizen waarschijnlijk toch weer afhankelijk zijn van een Russische raketmotor.De Dragon V2 zou met de eigen raket van SpaceX de ruimte in moeten, de Falcon 9. Op 28 juni explodeerde overigens een Falcon 9. Alle drie Amerikaanse raketten, de Atlas, de Delta en de Falcon, moeten nog crew certified worden: veilig genoeg om mensen mee te lanceren.

Het Amerikaanse Congres besloot in december dat de Atlas V na 2019 geen Russische motoren meer mag gebruiken. Tegen die tijd is ook de voorraad RD-180’s op, eigenlijk zijn er 14 extra nodig. De vraag is of in 2019 al een alternatieve motor gereed is. Blue Origin werkt aan de BE-4 motor, Aerojet Rocketdyne aan de AR-1. Van beide motoren zijn er twee per lancering nodig omdat ze veel zwakker zijn dan de RD-180.

De VS zijn contractueel bevoegd om de RD-180 zelf te bouwen. Maar volgens het ministerie van Defensie zou het nog vijf jaar en een miljard dollar vergen om die productie op gang te brengen.

Onderzoeker Logsdon vindt eigen productie van de RD-180 hoe dan ook een slecht idee. „Het wordt tijd dat de VS een eigen sterke raketmotor ontwikkelen”. Dat Rusland een technologische voorsprong heeft, waardoor ze zulke sterke motoren kunnen maken „had niet gehoeven”, zegt hij. „Het komt door beslissingen in het verleden. Sinds de motor voor de Space Shuttle hebben de VS geen technologisch hoogwaardige raketmotor meer ontwikkeld.”

Heeft de goed functionerende Westers-Russische samenwerking bij en in het ISS een dempend effect heeft op geopolitieke conflicten? Logsdonvreest van niet. „Het gaat om twee verschillende groepen mensen en belangrijker: ruimtevaart is maatschappelijk veel minder zichtbaar dan dertig, veertig jaar geleden. Het is nu een specialistische sector met een vrij laag politiek effect.”

Maar blijft dat zo? Als het aan de Russische president Poetin ligt niet. Dat de Russen sinds een klein jaar worden geplaagd door mislukte lanceringen weerhoudt hen niet van een nieuwe ruimterace, ongetwijfeld om wereldwijd indruk te maken, net als in de jaren zestig. Roscosmos, de Russische NASA, heeft in maart aangekondigd tegen 2030 bemand naar de maan te willen. In juni volgde de aankondiging dat Rusland samen met China een permanente maanbasis wil bouwen. De VS willen volgens de huidige plannen naar Mars en niet eerst nog naar de maan. Logsdon: „Maar dat kan veranderen met de nieuwe president. Mogelijk doen we mee met een maanprogramma met behoud van onze focus op Mars.” Roscosmos liet in maart weten dat een bemande reis naar Mars onmogelijk zal zijn zonder Russische knowhow. Dat was bluf. Logsdon was begin april co-voorzitter van een besloten workshop op hoog niveau over bemande reizen naar Mars. „In die workshop is Rusland niet ter sprake gekomen. Rusland kan die claim doen, maar wij gaan daarin niet mee.”

Waarin wel? De ruimte is onder aanvoering van Rusland, China en India weer een racebaan aan het worden. De deelnemers zouden er goed aan doen om Logsdons John F. Kennedy and the Race to the Moon te lezen. Door zijn plan, in mei 1961, om binnen negen jaar op de maan te landen werd Kennedy synoniem met de ruimterace. Maar in werkelijkheid twijfelde hij vaak of het niet veel verstandiger zou zijn de reis samen met de Russen te maken. Dat stelde hij concreet voor tijdens een rede voor de Verenigde Naties op 20 september 1963. Twee maanden later stond Chroesjtsjov op het punt akkoord te gaan. Maar toen werd Kennedy vermoord.