Nu kunnen ze niet meer om ’m lachen

Donald Trump zorgt constant voor rumoer tijdens zijn campagne. Maar nu lijkt hij te ver te gaan: hij beledigde een veteraan.

Voor wat Donald Trump dit weekend in Iowa deed, hebben Amerikanen een uitdrukking: ‘jumping the shark’. Iets wordt gekker en gekker, iedereen vindt het fantastisch, totdat het opeens niet leuk meer is. De uitdrukking werd geboren tijdens de tv-serie Happy Days. Macho Fonzie, de blikvanger van de sitcom, werd steeds extravaganter, tot hij in het vijfde seizoen tijdens het waterskiën over een haai sprong.

Donald Trump beheerst de nog jonge Republikeinse campagne voor de verkiezingen van 2016 sinds enkele weken volledig. Er gaat geen dag voorbij of Trump zorgt voor rumoer. De ene keer zijn het uitspraken over Mexicanen („Ze brengen drugs. Ze brengen criminaliteit. Het zijn verkrachters.”), even later gaat het om Islamitische Staat („Ik heb een feilloos plan om ze te verslaan”), of warenhuisketen Macy’s, dat de banden met Trump verbrak („Hun winkels, they suck.”) Media en Republikeinse kiezers vinden het een feest. Volgens een peiling van Fox News leidt Trump het Republikeinse veld.

Maar zaterdag, tijdens een religieuze conferentie in Ames, Iowa, sprong Trump over een haai heen. Hij beledigde de Republikeinse senator John McCain, die tijdens de Vietnamoorlog lange tijd gevangen zat en werd gemarteld. Trump legde, in een typische Trump-redenering, uit dat hij een hekel aan McCain heeft. Hij doneerde in 2008 een miljoen dollar aan McCain, die desondanks de presidentsverkiezingen verloor van Barack Obama. „En ik houd niet van verliezers.”

„Maar McCain is een oorlogsheld”, wierp de gespreksleider terug.

Trump: „Hij is geen oorlogsheld. Hij was een oorlogsheld omdat hij gevangen werd genomen. Ik houd van mensen die níet gevangen werden genomen.”

De rest wordt steeds bezorgder

John McCain is niet erg populair onder conservatieven, maar van zijn status als oorlogsheld blijft iedereen af. Zeker omdat Republikeinen nooit iets willen zeggen dat oorlogsveteranen kan beledigen. Meteen na Trumps uitspraken doken zijn tegenstanders voor het eerst op hem, en zeiden ze dat hij nu echt te ver was gegaan. Dit was het moment waar ze op gewacht hadden. Want naarmate de mediashow van Donald Trump voortduurt, en daarmee zijn gijzeling van de Republikeinse partij, worden de andere kandidaten steeds bezorgder.

Donald Trump (69) is een act, maar wel een act die opeens serieus genomen wordt door de Republikeinse elite. Hij is „performance art”, schreef The New Yorker in 1997, „een parodie in operette-stijl op rijkdom”. Alles aan Trump is buitensporig. Zijn uitspraken, zijn mysterieus geföhnde kapsel, zijn bezit (tien miljard dollar, zegt hij zelf). De Trump-toren in New York, het goudkleurige Trump-hotel in Las Vegas, de realityshow The Apprentice op NBC – de zakenman Donald Trump weet zichzelf altijd in het centrum van de belangstelling te plaatsen.

Politiek is dat niet anders. Trump overwoog eerder zich kandidaat te stellen, maar altijd schrok hij op het laatste moment terug. In juni kandideerde hij zich voor het eerst echt. Trump gaf een geïmproviseerde speech van drie kwartier, waarin hij op alle problemen in de wereld één oplossing had: Donald Trump. Over werkloosheid: „Ik zal de beste banen-president zijn die God ooit geschapen heeft.” Over China: „Ik versla China de hele tijd.” Over Amerika: „We hebben een grote leider nodig. Iemand die dit land weer groots kan maken. (..) Alleen een echt succesvol iemand kan dat.”

Trump heeft zijn leven lang alleen maar welvaart gekend. Zijn vader was een vastgoedmagnaat, en Trump leerde het vak in zijn bedrijf. Hij brak als vastgoedinvesteerder met de filosofie van zijn vader, die vooral in goedkope huurwoningen voor de lage middenklasse investeerde. Om echt groot te worden, vond Trump, moet je in megalomane projecten stappen. Trump investeerde in grote casino’s, golfbanen, hotels en de 72 verdiepingen hoge Trump Tower op Manhattan. Altijd stond de promotie van de merknaam ‘Trump’ voorop. Er kwam een tijdschrift, een kledinglijn, een parfum. Trump schreef zelfhulpboeken om ook miljonair te worden, en werd een tv-ster. Zijn advies: doe als Donald Trump, want hij is succesvol (hij spreekt graag over zichzelf in de derde persoon enkelvoud).

Hij doet waar hij zin in heeft

Nu Trump politicus is, is die strategie niet anders. Trump doet waar hij zin in heeft. Hij was een paar jaar geleden nog de drijvende kracht achter de birthers, complotdenkers die geloven dat Barack Obama niet op Amerikaans grondgebied geboren is. Toen Obama in 2011 zijn geboorteakte openbaar maakte, zei Trump dat hij nog steeds niet overtuigd is.

Trump is geen familieman, hij is al twee keer gescheiden. Trump is geen toegewijd christen, zoals alle andere kandidaten zich presenteren. Hij acteert geen nederigheid. In Ames, waar hij zich presenteerde voor conservatieve evangelische kiezers, vloekte hij dit weekend meerdere malen. Hij kreeg de vraag of hij God wel eens om vergeving vraagt. Een inkoppertje, maar Trump zei: „Als we naar de kerk gaan, drink ik wat wijn. Dat is de ongeveer de enige keer dat ik wijn drink. En ik eet het crackertje. Dat is ook een soort vergeving vragen. Denk ik.”

Op Trumps Twitteraccount verscheen onlangs de tekst: „Als Hillary Clinton haar man niet kan bevredigen, waarom denkt ze dat dan wel bij Amerika te kunnen?” Later werd de tweet gewist. Toch is Trump een zegen voor Clinton en de andere Democraten, die kunnen toekijken hoe Trump de Republikeinse voorverkiezingen beheerst.

Maar ook voor de gevestigde namen onder de Republikeinen, met name Jeb Bush, komt Trump als geroepen. Hij is bekend bij kiezers, en hoeft niets te forceren om hun gunst te winnen. Andere kandidaten die dat nu wel moeten – waar is Ted Cruz? Of Marco Rubio? Rand Paul? – kunnen niets anders dan de Trump-storm stilletjes uitzitten. Ze krijgen nu toch alleen maar de vraag wat ze van Donald Trump vinden.