Minnaar speelt heroïsch en fris

Zo’n dertig orkesten komen langs in de serie Robeco Summernights. Voor de bezoeker is het een buitenkansje die te kunnen vergelijken: het Concertgebouw als eregalerij van verschillende orkestrale kleuren, kwaliteiten en benaderingen.

HET Symfonieorkest – voorheen bekend als Orkest van het Oosten en Nederlands Symfonieorkest– is een van de Nederlandse orkesten die worstelen met hun voortbestaan. HET Symfonieorkest heeft al het minste aantal fte in dienst van alle Nederlandse orkesten, en maakte recent ook bekend minder concerten te geven om te kunnen overleven. Aan de kwaliteiten van het orkest en chef-dirigent Jan Willem de Vriend (contractueel tot 2020) ligt het niet. Beiden trokken al eerder de aandacht met een reeks felle en zeer enthousiasmerende opnames van Beethovens symfonieën.

Nu demonstreerden ze in de Zesde symfonie dat dat vuur er nog is, maar dat het wel aan De Vriend is dat het weer aan te wakkeren. Onthullend was in dat opzicht het Allegro, dat keurig begon en pas na zichtbaar ingrijpen accelereerde naar hoogste versnelling van lustige onstuimigheid. Een mooi visitekaartje was ook Schuberts Ouverture in D (D. 590), zeker niet wars van rafelranden, maar wel aanstekelijk in levenslust en melodische rijkdom.

In Schumanns Pianoconcert in a was Hannes Minnaar de solist. Minnaar is geen zwelger, maar een musicus bij wie heldenpathos hand in hand gaat met muzikale frisheid. Ook De Vriend en het orkest zorgden er hier voor dat expressiviteit gepaard ging met een lichtheid en schwung die nog lang nazongen in je hoofd.