Column

Met de kennis van nu

Met het vaderschap in het verschiet bladerde ik door het fotoalbum dat mijn moeder bijhield in de eerste jaren na mijn geboorte. Ik vond mezelf als baby niet zo interessant, maar de wereld eromheen des te meer.

Daar was ik dan, zittend in een badje in een woonkamer op zeven hoog, mijn vader op de achtergrond lezend in De Tijd, dat toen nog een dagblad was.

Ik zag mensen – broers en zussen van mijn ouders – terug die al lang overleden zijn. Een oom, die later om zou komen bij een verkeersongeluk in Polen, poserend voor zijn oranje Opel Rekord. Ik op een handdoek op de motorkap.

Een neef, hij zat in militaire dienst en was gelegerd in de Schaarsbergen, die op kraamvisite kwam met een pantserwagen, die hij op de parkeerplaats voor de flat parkeerde.

Presikhaaf was nog geen probleemwijk, en ook geen Vogelaarwijk of kansenwijk, maar een modelwijk. Alles zat er nog strak in de verf. Er stond een groot houten bord bij het winkelcentrum: ‘Hier bouwt Arnhem aan de toekomst!’

Mijn moeder maakte selfies, toen al, met mij op schoot voor het raam van de flat. In het met balpen geschreven commentaar las ik eenzaamheid.

„Wachten op papa. Jij wilt pap.”

Ze had ook kunnen schrijven: „Waren we maar nooit uit Brabant vertrokken.”

Onder plakband vond ik een pluk haar.

Bijschrift: „Je eerste haartjes.”

Op sommige dagen maakten ze, om beurten, wel 25 foto’s, zoals op die middag dat mijn vader „een middag vrij” had genomen om te wandelen in het net aangelegde park, wat feitelijk niet meer was dan een enorm grasveld met een eendenvijver.

„Eendjes voeren, je vond het prachtig.”

Merkwaardig hoe ze daar in identieke poses stonden: een hand aan de kinderwagen, omringd door eenden, flats op de achtergrond.

Tussen al die foto’s zat er ook een van het achterwerk van een peuter in korte broek op het balkon.

Bijschrift: „Je vriendje Arthur had zijn hoofdje tussen de spijlen van het balkon gestoken. Wat een gedoe dat was!”

Navraag bij mijn moeder leerde dat het hier een jongetje uit de buurt betrof die jaren later nog een keer de krant zou halen vanwege een overval met een kruisboog op een benzinepomp.

„Maar dat wisten we toen natuurlijk nog niet”, zei ze op een toon alsof ik moest geloven dat ze dat kind met de kennis van nu gewoon had laten zitten.