‘Beroepsgeheim moet wijken voor fraudeopsporing’

Het medisch beroepsgeheim moet wijken voor fraudebestrijding. In een „ambtelijk werkdocument” van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Veiligheid en Justitie staat dat verzekeringsartsen en medisch adviseurs inzage zouden moeten geven in de vertrouwelijke dossiers van hun patiënten als er een verdenking is dat die ten onrechte zorgkosten declareren of een uitkering ontvangen. Het gaat om „beoordelende artsen” bij de Sociale Verzekeringsbank, het Centrum Indicatiestelling Zorg en uitkeringsinstantie UWV.

Dat schrijven Trouw en de Volkskrant, die beschikken over de tekst van dit conceptwetsvoorstel. Het document zou na de zomer worden rondgestuurd voor advies van deskundigen.

Het beroepsgeheim verplicht artsen de informatie van patiënten voor zich te houden en zij mogen zich daarop beroepen als opsporingsinstanties hen verhoren. Bij acuut dreigend gevaar moet een arts zijn beroepsgeheim wel schenden.

In Trouw zegt Jim Faas, voorzitter van de vereniging voor verzekeringsgeneeskunde NVVG: „Ik dacht altijd dat het beroepsgeheim niet wordt verkwanseld voor financiële belangen. Verzekeringsartsen zijn toch niet van de fraudebestrijding?” (NRC)