Europese kredietfabriek heeft aan Grieks casino verdiend

Illustratie Adam Zyglis

Wie herinnert zich de prachtige openingsceremonie van de Olympische Spelen van 2004 in Athene niet? Kosten noch moeite waren gespaard om de terugkeer van de Spelen in het geboorteland ervan luister bij te zetten. De Grieken waren in 2001 toegetreden tot de euro en daarmee leek een periode van voorspoed te zijn aangebroken. De bouw van vele stadions en investeringen in de infrastructuur werden in klinkende euromunt betaald.

De kleine Griekse economie kon de benodigde geldsommen niet opbrengen, maar dat was geen probleem. Staat en (Europese) banken verleenden gemakkelijk krediet. Natuurlijk profiteerde ook een aantal Griekse bedrijven van de bestedingsimpuls, maar een groot deel lekte weg naar bedrijven uit andere EU-landen. Achteraf bezien zijn de Spelen door de lidstaten van de EU duur betaald. In vele opzichten is de manier waarop de spelen zijn gefinancierd symptomatisch voor het Griekse deficit. Met geleend geld werden economische activiteiten opgezet, die voor een groot deel leidden tot hoge importen, maar nauwelijks tot structurele groei van de binnenlandse economie. Nog steeds, terwijl het bankroet nadert, kent de Griekse economie een negatieve handelsbalans. Van wat nu de Griekse crisis heet, hebben tal van Europese bedrijven geprofiteerd. In 2014 exporteerde Nederland nog voor 2,3 miljard naar Griekenland – tegenover importen van circa 250 miljoen.

De wens van de EU om de Griekse staat zodanig te hervormen dat belastingen daadwerkelijk worden geïnd en corruptie wordt uitgebannen, is even begrijpelijk als het Griekse nee bij het recente referendum. Maar dergelijke ingrijpende processen van staatsvorming verdragen zich slecht met scherpe economische achteruitgang. Het opleggen van neoliberale arrangementen wakkert sociale onrust aan als velen juist zijn aangewezen op staatsuitkeringen. In de recente geschiedenis hebben dergelijke projecten van opgelegde neoliberale staatsvorming nogal eens averechts uitgepakt.

Op zichzelf zijn de voorgestelde hervormingen inhoudelijk niet onredelijk, maar ze moeten gepaard gaan met investeringen die een vrije armoedeval voorkomen. Het Griekse casino is failliet, maar dat was goed beschouwd een filiaal van de Europese kredietfabriek waaraan door tal van Europese bedrijven is verdiend. Ook dat maakt de afwikkeling van het faillissement een gemeenschappelijke Europese verantwoordelijkheid.

Historicus Rijksuniversiteit Groningen