Een kleine geschiedenis van de koopzondag

Al decennia maken politici zich druk over de koopzondag. Door de jaren hebben de tegenstanders de ene na de andere slag verloren – zie Ede. Maar ooit leek het nog ondenkbaar dat de zondagsrust zou worden opgeheven. Hoe de voorstanders de koopzondag er stap voor stap doorheen kregen.

Terug naar het jaar 1930. Voor het eerst worden de winkeltijden wettelijk vastgelegd, in de Winkeltijdenwet. Die is betrekkelijk ruimhartig: van maandag tot en met zaterdag mogen winkels open zijn, tussen vijf uur ’s ochtends en tien uur ’s avonds. Een wetswijziging uit 1934 bepaalde vervolgens dat winkels onder bepaalde omstandigheden zelfs op zondag open mochten.

In 1951 maakt een wijziging van de Winkeltijdenwet korte metten met die vrijheid. Winkels moeten vanaf dat moment al om zes uur ’s avonds dicht – en sluiting op zondag wordt weer verplicht. Die status quo blijft onomstreden tot in de jaren tachtig. D66-Kamerlid Louise Groenman pleit in 1986 voor verruimde openingstijden in de avond, zodat alleenstaanden en tweeverdieners ook boodschappen kunnen doen.

Voor substantiële verandering is het dan nog te vroeg. Die komt in 1995, onder leiding van D66-minister Hans Wijers. Het lukt hem de koopzondag door het parlement te loodsen. Er mogen er weliswaar maar twaalf per jaar zijn, maar toch. De christelijke partijen, waaronder het CDA, stemmen tegen. De koopzondag vinden zij een aantasting van de zondagsrust.

Nog meer flexibiliteit volgt in 2013. Door een initiatiefwet van D66 en GroenLinks mogen gemeenten voortaan zelf bepalen wanneer winkels open mogen. Het maximum van twaalf koopzondagen per jaar wordt losgelaten. Tot verdriet van de christelijke partijen, die weer tegen stemmen. Volgens het CDA worden mensen door de verruiming „gewoon gedwongen” om op zondag te werken. Volgens de SGP wordt zondag „geofferd aan commercie”.

De mogelijkheid om elke zondag open te gaan ontstond doordat de toerismebepaling uit de Winkeltijdenwet werd geschrapt. Tot dan gaf de wet alleen ‘toeristische’ gemeenten de mogelijkheid winkels vaker dan twaalf keer per jaar open te laten zijn op zon- en feestdagen. Vooral gemeenten in het noordwesten van de Veluwe, Zeeland en Noord-Friesland houden de winkels op zondag dicht.

Nu mogen winkeliers in 255 van de 393 Nederlandse gemeenten zelf weten of ze op zondag open zijn. Dat blijkt uit een recente enquête door het Reformatorisch Dagblad. Volgens de krant maken vooral supermarkten en bouwmarkten van de mogelijkheid gebruik.