Een heel goede parasiet

De Russische dichter Iosif Brodski (1940-’96) ging op zijn vijftiende al van school en had allerlei losse baantjes. Intussen schreef hij poëzie die opvallend goed was, maar die door de officiële Schrijversbond met argwaan werd bekeken. En dan ging hij ook nog om met verdachte mensen. Zijn sympathie lag duidelijk niet bij het Sovjetregime. Hij werd gearresteerd en moest in Leningrad terechtstaan op verdenking van ‘sociaal parasitisme’.

Als het niet zo triest was, zou je kunnen lachen om het absurdistische toneelstuk dat toen, voorjaar 1964, werd opgevoerd. Rechter: ‘Wat zijn uw beroepsmatige activiteiten?’ Brodski: ‘Gedichten schrijven. Vertalen. Ik vind…’ Rechter: ‘U heeft niks te vinden. Ga eens netjes staan! Niet leunen! Kijk de rechtbank aan! Geef behoorlijk antwoord!’ Brodski bleef kalm en waardig onder de aanvallen van de rechter. ‘Bent u bevoegd als dichter? Wie heeft u tot dichter verklaard?’ Brodski: ‘Wie heeft mij tot mens verklaard?’ Hij kreeg vijf jaar strafkamp. Wegens ‘decadente verzen’.

Dankzij journaliste Frieda Vogdorova weten we wat zich in de rechtszaal afspeelde. Zij maakte notities en zorgde ervoor dat die naar het Westen werden gesmokkeld. Daar wekten ze zoveel opschudding dat Brodski in een klap beroemd was en zijn verbanning na anderhalf jaar werd opgeheven.

De notities zijn nu voor het eerst in het Nederlands vertaald. Brodski was al een heel erg goede dichter vóórdat hij werd opgepakt – dat kunnen we hier nalezen. En hij was het ook ná zijn ballingschap. Misschien is hij er zelfs wel beter door gaan dichten.