Een digitale historische thesaurus

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Vorige week ging het hier onder meer over het woord trapleer – een woord dat zelfs niet meer algemeen bekend is in winkels waar ze huishoudtrappen verkopen. Een lezer suggereerde dat er een digitale historische thesaurus zou moeten worden aangelegd, een databank voor dergelijke verouderde of verouderende woorden.

In die databank, zo stelde hij voor, zou zeker ook het woord viltstift moeten worden opgenomen. Ooit een heel gewoon woord, maar inmiddels vrijwel geheel vervangen door markeerpen, markeerstift of marker.

Het aardige is dat viltstift een ander woord verving. De viltstift kwam omstreeks 1954 op de markt als kunstenaarsgereedschap. Kennelijk was het een Engelse uitvinding, want aanvankelijk sprak men van flowmaster. Tussen 1954 en 1968 lezen we geregeld over tekeningen die zijn gemaakt met een flowmaster, een flowmaster-stift of een flowmaster-viltpen. Tegelijkertijd maakte viltstift opgang, maar sinds het begin van de jaren negentig wordt dit woord verdrongen door markeerpen of marker.

Er wordt al lang gepleit voor een digitale historische thesaurus; de taalkundige Nicoline van der Sijs brak er al in 2011 een lans voor in het tijdschrift Onze Taal. Er komen steeds meer oude Nederlandse teksten op internet, schreef zij indertijd, maar anders dan de Engelsen beschikken wij nog niet over een specialistisch naslagwerk waarin we verouderde woorden of de verouderde betekenis van woorden kunnen nazoeken.

Als voorbeeld gaf zij een zinnetje uit een reisverslag uit de 17de eeuw: „Middelertijdt wierd het laat in den avondt, den Kapiteyn donderde noch niet op.” De argeloze hedendaagse lezer zal denken dat de kapitein maar bleef plakken, niet wilde vertrekken (uit de kroeg bijvoorbeeld). Maar in de 17de eeuw betekende opdonderen ‘opdagen, verschijnen, tevoorschijn komen’ – precies het tegenovergestelde dus.

In zo’n thesaurus – zelf ook een verouderend woord – zou bij ieder woord moeten staan welke betekenis het had in welke periode en wanneer die betekenis is verdwenen. Je zou er informatie moeten kunnen vinden over verschillen in stijlniveau en gebruik. En je zou er natuurlijk op betekenis moeten kunnen zoeken. Zoek naar baby en je vindt sinds wanneer, of in welke periode, daar in het Nederlands woorden voor zijn gebruikt als bakerkind, dreutel, hokkebrok, keutel, kriel, mormeldier, pappaard, peuzel, pop, uk, wicht, worm en zuigeling.

Ik hoop van harte dat er ooit zo’n databank komt: veel van de data is al beschikbaar en hoewel het zonder twijfel veel tijd kost om die toegankelijk te maken is de achterliggende techniek van zo’n databank niet zo kostbaar. Zelf zou ik het van belang vinden dat het publiek aan zo’n databank zou kunnen meewerken, bijvoorbeeld door verouder(en)de woorden of betekenissen te signaleren. Deelnemers zouden ook een flinke rol kunnen spelen in het vastleggen van het verouderingsproces van woorden.

Zijn trapleer en viltstift inderdaad aan het verdwijnen? Is dat vooral in de Randstad of ook elders het geval? Korte waarnemingen van tien of twintig deelnemers („Bij de Hema in Middelburg wist niemand vandaag wat ik met een viltstift bedoelde”) zouden al zeer waardevol zijn.

Een goede hoofdsponsor lijkt mij de Taalunie – die kan momenteel wel wat goede pr gebruiken.