Coureur met flair, allure en veel pech

De Franse coureur Jules Bianchi is zaterdag in een ziekenhuis in Nice overleden aan verwondingen die hij vorig jaar opliep bij een crash tijdens de Grand Prix van Japan. De racewereld rouwt om het verlies van het 25-jarige talent.

De Franse coureur Jules Bianchi in 2012. JEAN MICHEL LE MEUR/DPPI

Het hoost die dag op het circuit van Suzuka. Het asfalt is drijfnat, de racebanden pompen enorme hoeveelheden water rond. Een cycloon nadert het Japanse vasteland, de middag is gehuld in donkerte. En in dat sinistere decor is er die klap in de 44ste ronde. De Franse coureur Jules Bianchi knalt tegen een takelwagen aan die net bezig is de gestrande Sauber van Adrian Sutil van het circuit te halen. Met hersenletsel wordt Bianchi naar het ziekenhuis gebracht. Buiten bewustzijn, hij zal die toestand niet meer verlaten.

Tijdens de Grand Prix van Japan, op 5 oktober 2014, komt een einde aan de carrière van de getalenteerde Formule 1-coureur. Zaterdag overleed hij op 25-jarige leeftijd in een ziekenhuis in zijn geboortestad Nice. Op 30 kilometer van de plek waar hij zijn grootste succes vierde: Monaco. Op het stratencircuit van het stadstaatje werd hij in 2014 negende en haalde hij zijn enige punten voor het WK-klassement binnen. Het waren ook de eerste punten en enige punten van zijn team, Marussia (nu Manor).

De hele wereld reageerde zaterdag ontzet op het overlijden van Bianchi. Een grote klap voor de Franse sport, twitterde de Franse president Hollande tijdens de Touretappe naar Mende waar hij te gast was. „De Franse sport verliest met hem een van de grootste talenten die we hebben.”

Ook de racewereld was even stil van rouw. „We hebben vandaag een geweldig talent en mens verloren”, twitterde Max Verstappen. „Er zijn geen woorden om onze gevoelens te beschrijven. We zullen je missen Jules.” Juist in de bewuste Grand Prix van Japan had Verstappen als jongste coureur ooit zijn debuut in de Formule 1 gemaakt tijdens de vrije trainingen.

In 2014 had Bianchi zijn grote sprong voorwaarst willen maken. De Fransman was al in 2009 gescout door het talententeam van Ferrari. Een zelfbewuste coureur met flair en allure. Om hem ervaring te laten opdoen, werd hij ondergebracht bij Force India, waar hij niet verder kwam dan enkele vrije trainingen.

Bij Marussia mocht hij eindelijk aan het grote werk meedoen, voor dat team reed hij vanaf 2013 34 grands prix. Er werd zelfs gespeculeerd over terugkeer naar Ferrari. „Natuurlijk voel ik me klaar voor zo’n stap”, zei hij zelfverzekerd.

Hij had het racen in zijn bloed, maar kende van huis uit ook de risico’s. Zijn opa Mauro Bianchi, Italiaan van geboorte, racete in België in verschillende klassen en raakte ernstig verbrand tijdens de 24 uur van Le Mans in 1968. Zijn oom Lucien Bianchi reed van 1960 tot 1968 zeventien grands prix, maar kwam om toen hij in Le Mans tijdens een test met zijn Alfa Romeo tegen een telefoonpaal knalde. Een jaar ervoor had hij de roemruchte race gewonnen. En zoals de meeste autocoureurs had Jules Bianchi zijn propedeuse in het karten waar hij aan verschillende kampioenschappen meedeed.

Ommekeer in de racerij

Het overlijden van Bianchi maakt een einde aan een lange periode waarin Formule 1 gevrijwaard was van dodelijke slachtoffers. De sport was jarenlang berucht om zijn fatale ongelukken, maar daar kwam midden jaren negentig een einde aan. De cesuur lag in 1994 toen drievoudig wereldkampioen Ayrton Senna verongelukte tijdens de Grand Prix van San Marino op het circuit van Immola. Een dag eerder stierf de Oostenrijker Roland Ratzenberger bij een crash tijdens de kwalificaties.

Senna was tot zaterdag de laatste dode in de Formule 1. Zijn fatale ongeluk zorgde voor een ommekeer in de racerij. In snel tempo namen de wereldautomobielfederatie FIA en de teams maatregelen om de veiligheid te vergroten. De auto’s kregen een ‘overlevingscel’ van ijzersterk koolstofvezel, de brandstoftanks werden vervangen door tanks van hoogwaardige vezels. Voor hoofd en nek – de meest kwetsbare lichaamsdelen van de coureurs – werd het ‘head and neck support system’ (HANS) ingevoerd, een veiligheidsbeugel op de schouders waarmee de hardste klappen opgevangen kunnen worden.

Ook de circuits zijn veiliger gemaakt door uitloopzones, grindbakken en metershoge hekken. Maar veiligheid is in gemotoriseerde sport een illusie, ongevaarlijke races zijn een utopie, hoezeer de romantici onder de fans ook klagen dat de grands prix wel erg braafjes zijn geworden.

Freak accidents

Bij ‘normale crashes’ zijn veiligheidskooien en brandwerende raceoveralls afdoende om de coureurs te beschermen. Maar het zijn juist de freak accidents – de categorie verkeerde tijd, verkeerde plaats – die voor het meeste gevaar zorgen. Zo kreeg Felipe Massa in 2009 een rondvliegende metalen veer tegen zijn hoofd en raakte daardoor buiten bewustzijn. En het is van een pijnlijke ironie dat Bianchi verongelukte door een shovel die juist ingezet wordt om gevaarlijke situaties te bezweren.

Volgens een uitvoerig onderzoek naar de crash had Bianchi gele waarschuwingsvlaggen genegeerd en zijn snelheid onvoldoende getemperd. Naar aanleiding van Bianchi’s crash hebben de raceautoriteiten naast de echte safety car de virtuele safety car ingevoerd. Een waarschuwingssysteem om zonodig de snelheid te limiteren. Maar gevaarlijk blijft het, zei Formule 1-baas Bernie Ecclestone dit weekeinde nog maar eens, wat er ook aan gedaan wordt „Jules had gewoon heel erg veel pech”.