Welk Europa is er over na het Griekse drama?

Griekenland is met het akkoord binnenboord gehouden, maar tegen welke prijs? De eurozone gold als onomkeerbaar. Nu over een Grexit is gespeculeerd, is er iets geknakt. Meer confrontaties zullen volgen.

foto Yves Herman/ reuters

Het einde van de Europese droom, een nieuw Versailles, een coup: de interpretaties van het maandag gesloten akkoord over een nieuw steunpakket voor Griekenland zijn niet van de lucht. Duitsland is hierin al snel de boeman, die met Teutoonse laarzen het kleine Griekenland verpletterde en en passant een blauwdruk schreef voor een Duits Europa.

Financial Times-columnist Wolfgang Münchau spreekt van „een terugkeer naar de nationalistische machtsstrijd van de 19de eeuw en begin 20ste eeuw’’. De Amerikaanse econoom Paul Krugman van „pure wraakzucht”. „Europeanen, zelfs degenen die geen klap om Griekenland geven, kunnen maar beter oppassen”, meent Yanis Varoufakis, Griekenlands ex-minister van Financiën.

Zijn we deze week inderdaad in een nieuw Europa aanbeland, dat draait om het recht van de sterkste? Stappen we na alle opwinding over ‘luie Grieken’ over op het volgende cliché: rücksichtslose Duitsers?

Je kunt ook zeggen: de Europese compromiscultuur heeft maandag gewerkt. Er was, na vijf maanden gekmakende onderhandelingen, een marathontop van EU-leiders voor nodig, maar er ligt nu wel een deal. De vraag is: hoe vaak nog kun je dit zo oplossen? „Europa is kampioen tijd kopen, door duidelijke, vergaande besluiten uit de weg te gaan’’, zegt Mathieu Segers, hoofddocent Europese integratie aan de Universiteit Utrecht. „Per saldo pakt dat goed uit. Maar ditmaal is de allerhoogste prijs betaald: in geld en in politiek kapitaal. Mensen zien dit en vragen zich terecht af: werkt dit wel? Dat is gevaarlijk voor het draagvlak voor de euro en de EU.”

Het steunpakket voor Griekenland, het derde sinds 2010, bestaat uit 90 miljard euro tot 2018. Griekenland hoeft geen extra bezuinigingen of hervormingen te doen, maar moet de maatregelen uit het vorige, onvoltooide programma uitvoeren. Toen ging het om 7,2 miljard euro, nu krijgt het met vrijwel dezelfde maatregelen het twaalfvoudige. Dat klinkt niet als een slechte deal of als een vernedering.

Toch is er iets geknakt. De eurozone gold als onomkeerbaar. Zo staat het letterlijk in Europese verdragen. Maar dat principe wankelt nu door de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble. Zaterdag, tijdens een vergadering van ministers van Financiën voorafgaand aan de top van regeringsleiders, zei hij dat Griekenland vijf jaar uit de eurozone moet, als het niet aan EU-eisen kan of wil voldoen.

Schäuble haalde zich de toorn van Twitter op de hals, maar legde wel de vinger op de zere plek. De EU drijft op zelfdiscipline, op de goede intenties van haar leden. Wat doe je als de goede wil ontbreekt? De Europese Commissie heeft sinds de eurocrisis meer macht gekregen om nationale begrotingen door te lichten, maar heeft geen middelen om slecht beleid krachtig aan te pakken. Europees economisch bestuur is er niet: lidstaten schuiven de discussie hierover al jaren voor zich uit.

Duitsland niet overigens: dat maakte zich in 2013 sterk voor ‘bindende contracten’. Eurolanden zijn communicerende vaten: als het ene land harder bezuinigt dan nodig is, hebben andere landen daar last van – en vice versa. Met contracten werken landen vóór elkaar, en niet tegen elkaar. Maar hoezeer de Duitse bondskanselier Angela Merkel ook hamerde op de noodzaak van diepere verbintenis binnen de eurozone, ze kreeg niemand mee. Vooral Nederland vreesde soevereiniteitsoverdracht en een ‘transferunie’.

Nee, dan liever vijf maanden intens crisisberaad rondom een land dat nog geen 2 procent van het Europese bbp levert.

Provoceren dat het een lieve lust is

De Griekse premier Alexis Tsipras provoceerde sinds zijn verkiezingszege in januari dat het een lieve lust was. Door Duitse herstelbetalingen te eisen voor oorlogsschade. Door bezuinigingen terug te draaien. Door, toen een akkoord dichtbij was, plotseling een bizar referendum uit te schrijven over de EU-eisen. En door permanent uit te halen: Tsipras noemde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) „een criminele organisatie”, zijn minister Varoufakis vergeleek de EU met „terrorisme’’.

Wat Tsipras gaande hield, was zijn overtuiging dat eurolanden het niet aandurven om Griekenland uit de club te gooien, uit angst voor marktreacties. Een miscalculatie: de sluiting van Griekse banken, de Griekse wanbetaling aan het IMF, het Griekse nee tijdens het referendum – het liet beleggers nogal koud. „De Griekse crisis is een uitzondering’’, zegt Daniel Gros van de Brusselse denktank CEPS. „Maar het is wel een uitzondering die nu een nieuwe regel heeft voortgebracht: als een land zich in de ogen van de rest te lang misdraagt, kan het worden uitgesloten. Dat was nooit voorzien.’’

Gros vindt het, zolang er geen misbruik van wordt gemaakt, geen slechte regel. Zeker als een regering in naam van een linksradicale ideologie de eigen economie te gronde richt en gepensioneerden urenlang in de rij laat staan om 60 euro te kunnen pinnen. Alleen een dreigement kon Tsipras nog bij zinnen brengen. Maar volgens EU-historicus Peter Ludlow is het ‘onzin’ te denken dat dit nu een ‘template’ wordt „voor hoe Europa vanaf nu wordt gerund”. Griekenland, zegt ook hij, is een speciaal geval.

Schäuble had zaterdag nog een verrassing in petto. Als onderpand voor de nieuwe noodsteun eiste hij dat voor 50 miljard euro aan Griekse staatseigendommen worden ondergebracht in een speciaal fonds. Dat moet deze bedrijven verkopen of winstgevend exploiteren om de Griekse staatsschuld te drukken. Wéér een bom: het lijkt alsof Athene onder curatele komt. „Berlijn was lang te soft en uiteindelijk te provocerend’’, zegt een hoge EU-functionaris. „Het heeft het propagandaspel daardoor verloren.’’

Op de top zondag werd Schäuble’s ‘tijdelijke Grexit’ vrijwel meteen afgeschoten, zonder protest van Merkel. Dat neemt niet weg dat het dreigement is geuit en dat het altijd ergens in een la blijft liggen. „Mocht het weer misgaan, dan is het ook meteen Grexit”, zegt Ludlow.

Merkel hield wel vast aan die andere provocatie: het privatiseringsfonds. Dat was geen wraak, maar zelfbehoud. De capriolen van Tsipras hadden Merkel in eigen land in grote politieke problemen gebracht. Om het derde steunpakket door de Bundestag te krijgen, had ze een indrukwekkende concessie nodig.

Verder stelde ze zich volgens betrokkenen constructief op, bijna moederlijk. Toen de intussen behoorlijk in paniek geraakte Tsipras het ongebruikelijke verzoek deed of zijn minister Euclides Tsakalotos (Financiën) mocht aanschuiven, stemde Merkel meteen in. En ze maakte een grap: „Zal ik Schäuble ook vragen?” Daarmee was het ijs gebroken.

Dat het daarna nog zo lang duurde, kwam in de eerste plaats door Mark Rutte. Voor de premier was het onacceptabel dat Tsipras bezuinigingen ongedaan had gemaakt en uit overheidsdienst ontslagen werknemers weer in dienst had laten nemen. Rutte stelde zich harder op dan Merkel en maakte op de gang ruzie met de Italiaanse premier Matteo Renzi, die vond dat de Grieken al genoeg waren vernederd.

Grappig en gevaarlijk tegelijk

Van de zeventien uur dat de top duurde, gingen er negen op aan vier vergaderingen en petit comité, tussen Merkel en de Grieken, met de Franse president Hollande en Tusk als bemiddelaars. Rutte mocht ook een keer aanschuiven, tot ergernis van Tsipras. Tijdens het laatste minioverleg, om zes uur ’s ochtends, ging het bijna mis. Tsipras wilde 15 van de 50 miljard uit het privatiseringsfonds kunnen aanwenden voor investeringen in de Griekse economie. Merkel wilde niet verder gaan dan 10 miljard. „De deal liep bijna stuk op 5 miljard euro”, zegt een betrokkene. „Het was grappig en gevaarlijk tegelijk.’’

Ze begonnen naar redenen te zoeken om ermee te kappen. Merkel stelde voor om nóg een top te houden, Tsipras vroeg om een pauze om met zijn parlement te overleggen. Tusk greep hard in. Hij zei: „Als ik nu naar buiten ga, is het om te zeggen dat er géén akkoord is.”

Uiteindelijk was er, met de afgrond in zicht, genoeg politieke wil om erger te voorkomen. Zo gaat dat meestal in Europa. Maar wat de Griekse geldcrisis pijnlijk duidelijk maakt, is dat die wil niet onuitputtelijk is en dat de altijd al wat lelijke compromissen in Europa er door openlijke, keiharde confrontaties niet mooier op worden.

Dat er meer confrontaties komen, ligt voor de hand. In Spanje ijvert Podemos voor een eigen Griekse revolutie, in Frankrijk timmert het Front National aan de weg. En wie zegt dat Merkels opvolger net zo constructief is? Niet voor niets pleitte Hollande deze week, net als Merkel eerder, voor versterking van de eurozone. Een „economische regering” en een eigen budget én parlement voor de eurozone, moeten van de euro meer maken dan een op politieke intenties gebouwde munt.

Wat is Europa? Volgens Segers is het de eeuwig terugkerende vraag, waarop politici het antwoord steeds angstvallig uit de weg gaan. „Maar door Griekenland ligt dit vraagstuk pregnanter dan ooit op tafel.’’ Dat Europa op een tweesprong staat, is zacht uitgedrukt.