Verlangen naar een ‘normaal’ leven

Nabestaanden worden bijgestaan door mensen van Slachtofferhulp, ook na de ramp met de MH17. Die hulp kan kort, maar ook jaren duren. „Mensen hebben veel veerkracht, ook na het meest vreselijke nieuws.”

NIEUWEGEIN. Een minuut stilte. Precies op het moment dat de luchtverkeersleiding het contact verloor met vlucht MH17. Vrijdag, een jaar nadat het toestel werd neergehaald boven Oost-Oekraïne, werden in Nieuwegein de 298 slachtoffers herdacht. Zo’n 1.300 nabestaanden waren aanwezig. Zij maakten van knuffels een ‘haag van medeleven’. Premier Rutte zei dat hij zich realiseerde dat nabestaanden worden geconfronteerd met een „lange en complexe nasleep” waarbij „bovenmenselijk veel” van hen wordt gevraagd. Tijdens de plechtigheid werd bekendgemaakt dat de herdenking voortaan jaarlijks wordt gehouden op 17 juli. De Amerikaanse advocaat Floyd Wisner meldde bijEenVandaag dat hij mede namens de families van zes Nederlandse slachtoffers een schadeclaim indient tegen de voormalige Russische inlichtingenofficier Igor Girkin. Zijn rebellengroep kreeg kort na het neerhalen van het toestel op een bevriende website de verantwoordelijkheid voor de daad toebedeeld. (NRC)

Wat verandert een jaar voor de nabestaanden van de MH17-ramp? „Het ongeloof heeft plaatsgemaakt voor het besef dat een geliefde écht niet meer terugkomt”, zegt Janneke de Smit. „Maar de onzekerheid blijft zolang de onderzoeken bezig zijn: wat hangt ons nog meer boven het hoofd? Dat stuk van het verlies afsluiten is misschien wel nooit mogelijk.”

Janneke de Smit (61) is casemanager bij Slachtofferhulp Nederland en begeleidt nabestaanden van levensdelicten en slachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijven. Ze hielp onder meer families na de aanslag op Koninginnedag in Apeldoorn (2009), de vliegramp in Tripoli (2010) en de schietpartij in Alphen aan den Rijn (2011). Na de MH17-ramp verleende ze steun aan vier gezinnen – allen verloren een volwassen familielid.

De adrenaline schiet een jaar geleden door haar lijf als de ernst van de ramp in Oekraïne tot haar doordringt, vertelt De Smit. Ze is meteen standby. Anders dan na ‘Tripoli’ krijgen casemanagers van Slachtofferhulp al in de eerste dagen na de ramp nabestaanden onder hun hoede. De Smit belt de families, waarna snel het eerste bezoek volgt. „Zodat mensen weten wie er bij de stem hoort.”

Ze treft de vier gezinnen vol ongeloof en boosheid. „Mensen weten amper wat hun overkomen is. Ze zijn overgeschakeld op de overlevingsmodus. Voor de een betekent dat handelen, dingen doen. De ander wil juist zitten, rust hebben. Beide zijn goed, het lichaam besluit wat het wil bij leed dat niet te verzachten is.”

De Smit is de zoveelste die langskomt. Vrienden, buren en kennissen lopen in en uit. Familierechercheurs van de politie brengen nieuws, geven uitleg over identificatie en nemen dna af. Advocaten melden zich ongevraagd, net als journalisten. De Smit: „Mensen worden ontzettend geleefd. Dat heb ik nog niet eerder zo meegemaakt.”

Wat is haar rol in die hectiek? „Ik noem het professionele nabijheid. Ze kunnen mij altijd bellen. In het begin hebben mensen vooral praktische vragen. Over nalatenschap, rechtsbijstand, hoe het verder gaat als het lichaam van hun dierbare is vrijgegeven. Ik help ze herinneren dat ze een werkgever of school moeten inlichten, met een notaris kunnen bellen en nadenken over het huis en de spullen van het slachtoffer.”

Veerkracht

Ook krijgt De Smit na de eerste bezoeken vragen over rouwstadia. „Mensen vragen: ‘Ben ik gek als ik het nog niet kan geloven?’ Nee, zeg ik dan, dit is een normale reactie op een abnormale gebeurtenis. Of ze zeggen: ‘Ik ben bang dat ik instort.’ Dan zeg ik: kijk eens wat je allemaal hebt gedaan sinds het verlies, en hoe je nog overeind staat. Mensen hebben veel veerkracht, ook na het meest vreselijke nieuws.”

De Smit heeft gemerkt dat de meeste nabestaanden na verloop van tijd hun dagelijkse bezigheden oppakken. Maar sommigen verzanden in hun verdriet. „Als mensen langer dan één of twee weken niet eten, niet slapen of vluchten in medicijnen of drank, dan praten we erover en verwijzen we naar een psycholoog als dat nodig is. Dat kan lastig zijn. Een casemanager is geen medicus of psycholoog, en ik weet niet wat voor rugzakje iemand heeft van voor de ramp. Ik vertrouw op mijn ervaring en Fingerspitzengefühl.”

Na verloop van tijd nemen de vragen van de nabestaanden af en is het contact teruggebracht tot eens in de drie weken. Nu is dat eens per kwartaal. Met een van de vier gezinnen is de slachtofferhulp helemaal afgesloten. „Ik vertrouw erop dat mensen bellen als ze vragen hebben. Soms willen ze iets weten over de uitvaart, of over schadevergoeding. Maar de informatie via de besloten website voor nabestaanden is al erg goed.”

De Smit merkt dat nabestaanden verlangen naar een ‘normaal’ leven. „De tijd van vóór 17 juli 2014 komt nooit meer terug. Mensen weten dat, maar dat voelt heel zwaar. Toch moeten ze in staat zijn hun leven weer op te pakken. Dat ze besluiten weer eens naar buiten te stappen, voor boodschappen. Of andersom, dat ze eens rustig binnen zitten, in plaats van altijd de gedachten buiten te verzetten.”

De aanhoudende aandacht en komende rapporten als die van de Onderzoeksraad voor Veiligheid bemoeilijken dat. „Nabestaanden proberen te zeggen: nu even niet. Maar als het journaal of de krant nieuws heeft, worden ze daar toch weer naartoe getrokken. Wij blijven zo nodig bij families betrokken tot een half jaar na de uitspraak in een eventuele strafzaak. Ja, dat kan nog jaren duren.”

De Smit zegt goed afstand te kunnen houden van de nabestaanden, maar erkent dat de MH17-ramp ook haar heeft geraakt. Het moeilijkste vindt ze de machteloosheid. „Ik ben ook moeder en oma en breng ook wel eens familie naar Schiphol. Het doet je beseffen hoe kwetsbaar je bent. Dat voel ik niet als ik bij nabestaanden ben, maar wel tijdens de rit naar huis.”