Tunnel visie

Voor een filmscript is het nog te vergezocht. Vorige week ontsnapte de Mexicaan Joaquín Guzmán uit de gevangenis – door een tunnel van anderhalve kilometer lang, van alle gemakken voorzien, gegraven tot in zijn cel. Hoe kan zoiets?

Foto Mario Vazquez de la Torre / AP

Er wordt in Mexico al gegrapt dat er halverwege een vestiging van fastfoodketen Taco Bell zat – zo professioneel is de tunnel waardoor Joaquín Guzmán een van de zwaarst bewaakte gevangenissen van Mexico uit wandelde. En ja, hij wandelde: de anderhalve kilometer lange tunnel is 1,70 meter hoog. Drugsbaron El Chapo (‘De Korte’) meet 1,68 meter.

Joaquín Guzmán Loera, een boerenzoon geboren in 1954 of 1957 (er is discussie), is de leider van het bloedige en beruchte Sinaloakartel en is, nu opnieuw, de meest gezochte drugsbaron ter wereld. Zijn kartel wordt gezien als Mexico’s oudste, en een van de machtigste criminele organisaties ter wereld, ook al is er wat terrein verloren aan rivalen.

Het Sinaloakartel houdt zich vooral bezig met de smokkel van heroïne en cocaïne, met een breed netwerk in de Verenigde Staten, Latijns-Amerika en Europa. Het is een van de belangrijke spelers in de uiterst gewelddadige drugsoorlog in het land, waarbij sinds 2006 zeker 80.000 doden zijn gevallen. Bekend zijn de beelden van verminkte lichamen die op straat worden achtergelaten, de bungelende lijken die aan bruggen blijven hangen, en de massagraven waar de autoriteiten soms op stuiten. Zelf gaf Guzmán in 2014 toe verantwoordelijk te zijn voor de dood van tussen de 2.000 en 3.000 mensen.

Lang bleef hij uit handen van de politie. Door ze om te kopen, door complexe tunnels onder zijn schuilplaatsen aan te leggen. Het verhaal gaat dat ze soms zo dichtbij waren, dat ze zijn nog warme koffie aantroffen. In 2001 ontsnapte hij al eens op hondsbrutale wijze uit een gevangenis. Omgekochte bewakers smokkelden hem in een berg vuile was naar buiten.

Daarom zat hij na zijn aanhouding vorig jaar in de Verenigde Staten nog beter bewaakt in de gevangenis van Altiplano, ten oosten van Mexico-Stad. Een gevangenis waar het onmogelijk uit ontsnappen is. Dachten ze.

Guzmáns ontsnapping is spectaculairder dan in de meeste films. Wie aan Shawshank Redemption denkt, zit ernaast. In die film kruipt Andy Dufresne (Tim Robbins) door een klein gat, waarna hij een halve kilometer door de poep in een rioleringsbuis moet tijgeren om te ontsnappen. Zo niet Guzmán.

Netjes afgetimmerd

Die tunnel van anderhalve kilometer begint in de hoek van zijn cel, vertelt Jan-Albert Hootsen, een journalist die afgelopen woensdag als enige Nederlander even binnen is geweest. Hij werkt vanuit Mexico voor onder meer Newsweek, Fox News Latino en Trouw. Aan het einde van de gang, op de afdeling die is gereserveerd voor lui van zijn kaliber (vlucht- en staatsgevaarlijk), staat naast de douche een muurtje op borsthoogte voor de privacy, een klein basisrecht voor alle gevangenen in Mexico. De rest van de cel wordt non-stop in de gaten gehouden door een beveiligingscamera.

Op zaterdagochtend stapt Guzmán even voor negen uur de douche in. Hij tilt een ijzeren rooster omhoog, en stapt in een gat van een centimeter of vijftig breed. Hij klimt een ladder af, door een schacht van tien meter, recht naar beneden, netjes afgetimmerd en met een houten ladder stevig bevestigd aan de wand.

Die wand is van keihard kalksteen. De tunnel is met zwaar materieel uitgehakt, hoog genoeg voor Guzmán om er rechtop doorheen te lopen, en breed genoeg om er rails in aan te leggen. Daarover rijdt een omgebouwde brommer met voorop een groot, vlak gedeelte waarmee zand en steen kan worden afgevoerd. Naast de verlichting aan het plafond door de hele tunnel, loopt een ventilatiesysteem.

Guzmán heeft er misschien doorheen gerend, maar lopend zou hij er ongeveer twintig minuten over hebben gedaan. Aan het einde moest hij weer zo’n schacht van tien meter omhoogklimmen.

Aan die kant is Jan-Albert Hootsen binnengekomen, in een groepje van ongeveer twintig journalisten. Ze kregen tien minuten van de autoriteiten. Niet genoeg om het hele complex te zien, maar wel voor een indruk van de tunnel. Hij moest denken aan de Limburgse mergelgrotten, zegt hij. „Of een negentiende-eeuwse mijn. De muren van de tunnel waren een beetje grof uitgehakt, maar het was redelijk strak. Het rook er muf en het was er stoffig en benauwd. Maar alles was netjes afgezet met houten balken. Er lagen zuurstofflesjes, en een jerrycan chloor. Misschien om de kalk zacht te maken.”

Hootsen begon waar Guzman eindigde: in een nephuis met twee ruimtes op een heuvel met uitzicht op de gevangenis. Grijs beton, onopvallend tussen de huizen in die regio. Het is niet meer dan een paar muren met een dak. Puur gebouwd om de graafwerkzaamheden uit het zicht te houden.

Onder dit ‘huis’ is een ruimte uitgegraven van 30 vierkante meter, schat Hootsen. „Een flinke kamer, helemaal gestut met houten palen en betonnen muren. Daar staat een enorme elektrische installatie om alles van stroom te voorzien: de boren, het ventilatiesysteem en de verlichting in de tunnel.” Vanuit die kamer begon de schacht de tunnel in.

Hootsen, zelf 1,96 meter, klom daar woensdag naar beneden. Bang dat de hele boel zou instorten was hij niet. „Met mijn lengte was het onhandig, maar verder was ik eigenlijk alleen een beetje zenuwachtig of die houten ladder me zou houden. Die ging tien meter kaarsrecht naar beneden. De tunnel zelf leek me heel stevig, het is er 100 procent steen.”

Guzmán zat amper zestien maanden in de Altiplano-gevangenis, in plaats van de minimaal driehonderd jaar die de Mexicaanse autoriteiten voor hem in gedachten hadden. In die korte tijd is deze enorme operatie op poten gezet – duidelijk geen eenmansactie.

Hootsen schat dat een man of tien aan de tunnel werkte. „Ingenieurs hier hebben berekend dat het mogelijk is zoiets voor elkaar te krijgen met twee teams van twee gravers, die elkaar afwisselen. En dan is er nog het ‘personeel’ aan de oppervlakte, die bijvoorbeeld het zand afvoerden en de locatie bewaakten.” Hootsen sprak mensen in de omgeving, die vrachtwagens en een tractor af en aan hebben zien rijden. Vermoedelijk om al het zand af te voeren.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken in Mexico suggereert dat ook mensen binnen de gevangenis – van waaruit ze uitzicht op het dubieuze huisje hadden – Guzmán geholpen moeten hebben: achttien werknemers van de gevangenis zijn aangehouden en worden verhoord.

Blamage

De ontsnapping van Guzmán is hoe dan ook een blamage voor de Mexicaanse regering, in toch al een rampjaar. President Enrique Peña Nieto probeert de orde in zijn door de drugsoorlog geteisterde land te herstellen, maar slaagt daar slecht in. In die territoriumdrift tussen rivaliserende gangs zijn al 80.000 mensen omgekomen. Bloedig voorbeeld is de moord op 43 studenten onlangs in de noordelijke staat Guerrero. Ze werden gedood door een lokale drugsbende, maar in samenwerking met meer dan 45 corrupte agenten en de burgemeester van het stadje.

De lange neus die de notoire tunnelgraver Guzmán wist te trekken door weer te ontsnappen is daarom extra pijnlijk. Zijn aanhouding werd juist gevierd als een cruciale overwinning in de strijd tegen de drugshandel. En Nieto zei toen dat een nieuwe ontsnapping van Guzmán „meer dan betreurenswaardig” zou zijn: „Het zou onvergeeflijk zijn.” Aan die uitspraak wordt hij deze week in Mexicaanse media pijnlijk vaak herinnerd.

Nu zijn ongeveer tienduizend agenten naar El Chapo op zoek, onder wie 500 man in gespecialiseerde teams. Er is een beloning van ruim 3,5 miljoen euro op zijn hoofd gezet. Ook de Amerikanen die hem vorig jaar aanhielden, hebben gezegd mee te zoeken. De vraag is waar ze hem moeten zoeken. Mexico speculeert of hij terugkeert naar de top van het Sinaloakartel, en wat dat kartel nu nog voorstelt na versplintering door interne vetes en verhoogde druk van andere kartels en de autoriteiten. Duidelijk is dat hij genoeg steun van buiten heeft, anders had hij niet op deze manier kunnen ontsnappen.

Hij wordt in elk geval niet gezien als een man die rustig gaat rentenieren, ook al staat hij volgens zakenblad Forbes op de veertiende plaats van de lijst met rijkste mensen ter wereld.