‘Toen ik hem weer zag, dacht ik: oh help, hij is nog steeds zo leuk’

Annemiek Eradus (55) en Hans Snijder (54) waren jeugdliefdes en zagen elkaar na bijna veertig jaar weer terug. Nu wonen ze met z’n tweeën in Zeewolde en hebben ze samen een bedrijf.

Hans: „Bij grote beslissingen heb ik wel altijd gedacht: wat zou Annemiek ervan vinden?” Foto David Galjaard

Veertig jaar geen contact gehad

Annemiek: „Hans en ik waren elkaars eerste jeugdliefde toen we zestien, zeventien waren. In 2013 kregen we weer contact met elkaar.”

Hans: „Ik was Annemieks naam wel eens tegengekomen in een artikel over keramiek. En toen heb ik haar rond haar verjaardag een kaartje gestuurd met de woorden ‘als je zin hebt om bij te praten, bel me dan’. We hadden toen bijna veertig jaar geen contact gehad en wisten niets van elkaars situatie.”

Annemiek: „Ik wist alleen dat hij in Haarlem woonde. Altijd als ik langs Haarlem kwam, dacht ik: hoe zou het met Hans zijn? Maar ik heb nooit contact durven opnemen.”

Hans: „Ik ook niet. Bij grote beslissingen heb ik wel altijd gedacht: wat zou Annemiek ervan vinden? En toen mijn vader overleed, met wie Annemiek een goede band had: zou Annemiek dat niet moeten weten? Op de dag dat Annemiek belde, na mijn kaartje, was het net alsof we elkaar gisteren nog hadden gesproken. Toen hoorden we eindelijk van elkaars leven. Dat we getrouwd waren, dat Annemiek drie kinderen heeft, dat ik geen kinderen heb en dat Annemieks man ernstig ziek was. We hielden contact en hebben een keer afgesproken.”

Annemiek: „We spraken af bij het Singer Museum omdat we allebei iets met kunst hebben. Toen ik hem zag aankomen, dacht ik: oh help, hij is nog steeds zo leuk! Wat moet ik daarmee?”

Hans: „We hebben toen een hele tijd gepraat, maar realiseerden ons dat we allebei getrouwd waren en dat verliefd worden een ingewikkelde situatie zou opleveren.”

Annemiek: „Omdat mijn man zou gaan overlijden, hebben we afgesproken dat we voorlopig geen contact meer zouden hebben. Dat was een ingewikkelde tijd: enerzijds was ik intens verdrietig, anderzijds had ik vlinders in mijn buik. Ik heb mijn man nog wel verteld dat ik Hans weer had ontmoet. Hij zei toen: ‘Als er in het leven een kans komt, moet je die pakken. Verder wil ik er niks van weten’.”

Hans: „Onze verkering ging destijds uit omdat met name mijn moeder het niet zag zitten. Ze vond Annemiek te lang, te bijdehand, te oud. Ze belde met Annemieks moeder en van de ene dag op de andere was de verkering voorbij.”

Annemiek: „Als alles een jaar later was gebeurd, hadden we er tegenin gegaan. Maar we waren nog te jong. Dat doet nog steeds zeer. Alles wat we nu doen, hadden we ook 38 jaar eerder kunnen doen.”

Hans: „Die houding van mijn moeder heeft me zo diep geraakt dat ik nog maar heel weinig contact met haar heb.”

Samen het roer om

Hans: „Toen Annemiek en ik een relatie kregen en elkaar steeds vaker zagen, heb ik mijn baan in de tandprothesepraktijk van mijn broer opgezegd en hebben we samen De Lokatie opgezet, een atelier waar creativiteit en coaching samenkomen.”

Annemiek: „Ik heb altijd de administratie van de huisartsenpraktijk van mijn man gedaan, maar ik was opgeleid als keramiste. Daar had ik het te druk voor.”

Hans: „Inmiddels was ik gescheiden. Samen hebben we toen besloten het roer om te gooien. We hebben wel salaris ingeleverd daardoor. Maar we hebben weinig nodig, want we hadden alles al. We hadden een buffertje en daar zijn we ons bedrijf mee begonnen.”

Annemiek: „We zijn wel zeven dagen per week met het bedrijf bezig. We proberen de vrijdag vrij te houden, maar dat lukt nooit.”

Hans: „Daar moet je niet over piepen, dat hoort erbij.”

Annemiek: „We zouden niet terug willen naar onze oude banen. De vrijheid, doen wat bij je past, dat vind je niet in een reguliere baan.”

Hans: „Ik doe nu de administratie, omdat Annemiek dat al zo lang heeft gedaan.”

Annemiek: „En Hans doet de pr, hij is goed in contacten leggen. Ik ben terughoudender, ik geef liever les. En ik ben goed in organiseren.”

Hans: „Maar we doen ook veel samen: groepen ontvangen, ideeën ontwikkelen, tentoonstellingen voorbereiden.”

Geld voor gitaren en cd’s

Annemiek: „We geven vooral geld uit aan keramiekmaterialen en aan boeken over coaching.”

Hans: „Ik ben net een spons, ik wil er alles over weten.”

Annemiek: „En ik koop wel eens een boek over vaderlandse geschiedenis, die vind ik heel interessant. De Zuiderzeewerken, de Deltawerken, Nederland heeft een mooie geschiedenis waar we trots op mogen zijn.”

Hans: „En ik geef geld uit aan gitaren, ik ben een muziekgek. Ik vind alle muziek leuk. Dus ik koop veel cd’s.”

Graag heel oud worden

Annemiek: „Ik zou wel heel oud willen worden, het liefst met Hans. En ik zou graag een groter atelier hebben.”

Hans: „Onze ambitie is vooral niet om over vijf jaar twee dikke Mercedessen of een vakantiehuis te hebben. Een prettig leven, gelukkig zijn, dat is ons streven. En inderdaad een locatie waar we grotere groepen kunnen ontvangen.”

Annemiek: „Maar als dat er niet van komt, is het ook goed.”

Hans: „Maar ik denk eigenlijk dat we dat wel voor elkaar gaan krijgen.”