Sorry vriend, zo jolig ben ik helemaal niet

Acteur Harry Piekema, zeer bekend geworden als filiaalmanager in Albert Heijn-commercials, staat op theaterfestival De Parade met de solovoorstelling Onbekend. Volgend jaar speelt hij in Borgen. „Ik besef dat er wat herstelwerk te doen is.”

Tekst Herien Wensink Foto Andreas Terlaak

Meneer Van Dalen

„Het grote publiek heeft natuurlijk een bepaald beeld van mij – dat van die olijke Albert Heijn-filiaalmanager – maar dat bén ik niet. Dat is het uitgangspunt van mijn Parade-solo Onbekend. In dat half uur laat ik andere aspecten van mezelf zien; ik speel countryharp – dat heb ik mezelf via YouTube geleerd, en zing zelfgeschreven nummers. Ik heb er natuurlijk zelf voor gekozen; die campagne heeft een heel sterk beeld van mij in het collectieve geheugen geplant, maar ik besef dat er wat herstelwerk te doen is. Tien jaar lang heb ik mensen geen ander beeld van mezelf gegeven dan dit. Op feestjes moet ik iemand soms echt teleurstellen: sorry vriend, zo jolig als jij het nu inzet, ben ik helemaal niet. En ja, het is ook een beetje een open sollicitatie; na tien jaar meneer Van Dalen wil ik nu andere kanten van het Piekema-palet laten zien. Al ben ik heel tevreden met de aanbiedingen die ik krijg. Ik doe nu een tv-serie, een film waarin ik een heel harde, zakelijke vader speel, en komend seizoen de theaterbewerking van Borgen, daarin speel ik een extreem-rechtse politicus. Dus nee, ik hoef niet te klagen over typecasting.”

Clown

„Ik ben begonnen in de clownerie. Ik deed de Academie voor expressie in woord en gebaar, de opleiding voor docent drama; maar met dat diploma heb ik nooit iets gedaan. Ik was goed in zingen en muziek, en in grappen maken. Na school vormde ik met Genio de Groot vijf jaar lang clownsduo Hamm en Hoppa. We waren de archetypische tramps, zwervers, uit de Commedia del’Arte. Twee mafkezen die een podium bouwen om een lied op te zingen, en daar dan een half uur over doen. Het was een soort mengeling van clownerie en absurdisme à la Beckett. Achteraf gezien waren we heel erg goed; er was geen zaal die we niet aan het lachen kregen. Genio regisseert nu mijn Paradesolo, voor het eerst in dertig jaar werken we weer samen.”

Albert Heijn

„De klus bij Albert Heijn kreeg ik gewoon via een casting. Ik vond castings voor commercials eigenlijk maar vervelend; regisseurs oordelen heel visueel – ben je het type of niet, en zijn niet geïnteresseerd in hoe je als acteur kan transformeren. Ze weten ook vaak niet zoveel van acteren. Maar toen ik voor deze werd uitgenodigd dacht ik: ik ga het mezelf gewoon een beetje naar de zin maken. Ze waren op zoek naar een personage met twee kanten, en die heb ik heel nadrukkelijk uit elkaar getrokken; enerzijds heel komisch-over-the-top, anderzijds heel serieus. Achteraf hoorde ik van filmmaker Diederik Koopal, die de campagne maakte, dat er heel veel kandidaten waren geweest, maar dat ik de enige was waar ze iets mee konden, omdat ik grappig was én serieus, en dat daarin gemengd kon worden. En het hielp natuurlijk dat ik niet bekend was bij het grote publiek.”

Gewone man

„Het was in het belang van de campagne dat de suggestie werd gewekt dat ik écht een doodgewone filiaalmanager zou kunnen zijn, dus daarnaast moest ik als acteur een beetje in de luwte blijven. Ja, dat was soms wel een beperking, maar daar kies je voor. Ik heb een volwassen besluit genomen waarbij ik alle voor- en nadelen heb afgewogen. Ik krijg heel vaak de vraag of ik echt nergens anders boodschappen mocht doen. Dat verbaast me, want het is zo obvious: natuurlijk niet! Als je CEO bent van een groot bedrijf kun je toch ook niet opeens voor de concurrent gaan werken? Het was ook nooit een probleem, alleen toen er in mijn vakantie dorp geen Albert Heijn was. Maar ik kon natuurlijk wel gewoon naar de slager of de groenteboer. Omdat het antwoord zo voor de hand ligt, denk ik bij die vraag vaak: wat zit er achter? Dat lijkt toch het idee dat ik mijn ziel aan de duivel heb verkocht. Zo zitten mensen natuurlijk wel een beetje in elkaar. Je maakt iets wat groot is, en bekend, en dan plaatsen ze je op een voetstuk. Maar dat mag ook weer niet te hoog zijn; je wordt opgehemeld en weer neergehaald. De roddelpers leeft van dat mechanisme. Stond er op de ene pagina: „Harry Piekema herstelt eigenhandig het imago van Albert Heijn” en op de volgende: „Maar…” en dan een foto van mij, terwijl ik aan het golfen was. Dus de suggestie was: hij doet alsof hij een gewone man is, maar kijk, dat is ’ie helemaal niet! Dan negeren ze doelbewust dat je een acteur bent die een gewone man spéélt. Golf is trouwens allang geen elitaire sport meer.”

Mooie jonge vrouwen

„Maar dat soort nadelen glijdt verder snel van me af. Ik mopper in de voorstelling een beetje dat iedereen met me op de foto wil, maar mijn kinderen zijn dat intussen wel gewend; die nemen vaak die foto. Ik hecht er weinig waarde aan. Net als aan de voordelen. Mensen kijken gemiddeld wat langer naar mij dan normaal, ook mooie jonge vrouwen. Voor je het weet ga je denken dat daar toch wel iets te zien moet zijn. Maar dat is niet zo! Je moet proberen een beetje normaal te blijven onder die aandacht. Dat is volgens mij wel gelukt. Wel moet ik op mijn hoede zijn bij aanbiedingen voor werk. Daar zit ook een voorbeeld van in mijn Paradevoorstelling; krijg ik opeens een volstrekt nietszeggende rol aangeboden als accountant. Dan denk ik wel even: daar kan ik toch helemaal niks mee? Wil je mij nu alleen maar om kijkers te trekken?”

Method acting 4.0

„Als acteur wil ik steeds bij blijven leren. Dat gebeurt hier te weinig, vind ik; terwijl, als je als acteur in Engeland of de VS even geen werk hebt, volg je classes. Twee keer per jaar organiseer ik workshops in de Chubbuck-techniek, een soort method acting 4.0. En als Ivana Chubbuck in de buurt is, probeer ik zelf ook les te nemen. Mijn agent stuurde informatie over haar door, of dat niet iets voor mij was: The Power of the Actor. Nou! Wat zij me heeft geleerd is dat spelen om de meest basale drijfveren van je personage gaat. Die moet je vinden en verbinden met je eigen leven. En dan niet met iets dat je al hebt verwerkt, maar met iets dat nog speelt, dat actueel is. Sommige acteurs zeggen simpelweg: we zijn allemaal leugenaars, en daar zit wat in. Maar het publiek pikt het niet als de onderliggende emotie niet echt is. Als je de Chubbuck-methode toepast, voelt het publiek: deze persoon hééft het ergens over. Dus als ik moest zeggen: We hebben nu iets nieuws!, en dat heb ik natuurlijk heel vaak gezegd, dacht ik altijd: waar komt deze blijdschap nu vandaan? Daardoor werd het meer van mezelf, en kwam het nieuw en vers over.”

Serious business

„Kijk, ik ben natuurlijk bekend geworden met komisch werk. Maar – wie zei dat nou? – comedy is serious business. Juist voor goeie komedie moet je psychologisch heel diep graven. En timing is van levensbelang. Ik ben wel eens geprezen om mijn timing, ja. Timing heeft te maken met muzikaliteit en ritme. Iets ervan kun je wel aanleren, maar je hebt er een scherp oor voor publiek bij nodig. Ken je die aardrijkskundekaarten met die hoogtelijnen? Als ik speel maak ik een soort kaart van het publiek. Daar zit iemand, die is er niet helemaal bij. Daar is een groep mensen binnengekomen, die wilden al lachen, die moeten wat rustiger worden. Zo hou je steeds contact met dat publiek. En de combinatie van wat je staat te doen op het toneel, en hoe je tegelijk het publiek stuurt, dat is timing. Bij het opnemen van die commercials hield ik dat publiek gewoon in gedachten. De ene keer probeer je dan een ‘Oliver Hardy’: heel lang in de camera kijken, en dan weer een ‘Stan Laurel’ – je weet wel ‘take, take, double take’; kijken, verbaasd zijn, nog eens kijken. Van sommige dingen weet je gewoon dat het een grappig ritme is, daar kun je oneindig mee spelen.