Onbemind, want onbekend

Het land dat voortgekomen is uit het Perzische Rijk heeft tot op de dag van vandaag veel te bieden, ondanks het regime: cultuur, geschiedenis, verfijnde keuken en poëzie.

Nasir al-Molkmoskee in Siraz, Iran Foto Mohammad Reza Domiri Ganji

In de ogen van het Westen is Iran sinds de Islamitische Revolutie in 1979 een welhaast mythische schurkenstaat, waar het al zijn angsten op kan projecteren. Aanleidingen genoeg. De gijzelingscrisis in de Amerikaanse ambassade in Teheran die de wereld 444 dagen in zijn greep hield. De fatwa van ayatollah Ruhollah Khomeini die moslims opriep schrijver Salman Rushdi te vermoorden. De populistische president Mahmoud Ahmadinejad die Israël van de kaart zou willen vegen en de Holocaust ontkende. Of Irans nucleaire programma, waar de dreiging van een atoombom boven hing.

Tijden veranderen. Inmiddels is Iran geen onderdeel meer van de ‘As van het Kwaad’, maar een land dat deze week een akkoord sloot met de Verenigde Staten en andere wereldmachten over de inperking van zijn atoomprogramma, in ruil voor opheffing van de verstikkende internationale sancties. Deze historische deal draagt de belofte in zich dat Iran uit zijn jarenlange isolement kruipt en een normaal onderdeel wordt van de wereldgemeenschap.

Dat zal niet van de ene op de andere dag gebeuren. Daarvoor zijn de wederzijdse achterdocht en vooroordelen te diep ingesleten. De wortels van dit wantrouwen gaan verder terug dan de revolutionaire islam van Khomeini of de provocerende uitspraken van Ahmadinejad. Als erfgenaam van het Perzische Rijk is Iran eeuwenlang de belichaming geweest van ‘de ander’ – de oriëntaalse vijand van het Westen sinds de klassieke oudheid. Het rijk van de Achaemeniden was de rivaal van de oude Grieken, die meerdere oorlogen met hen uitvochten. En het Sassaniedenrijk kon zich qua macht en omvang meten met het Romeinse Rijk.

Behalve angst was er ook fascinatie. In de 18de en 19de eeuw werd Perzië gezien als een sprookjesachtig oord van Duizend-en-één-Nacht met verleidelijke haremvrouwen, dat een denkbeeldige ontsnapping bood aan de benepen, christelijke moraal in West-Europa. In zijn klassieker Perzische brieven beschreef de Franse denker Montesquieu Perzië als een ‘despotisch’ en ‘decadent’ rijk.

Inmiddels is dat beeld 180 graden gedraaid. Nu is het Westen in de ogen van conservatieve Iraniërs decadent, terwijl Iran door veel westerlingen wordt gezien als een land waar een verstikkende sluier van moslimfundamentalisme overheen hangt. Wie Iran heeft bezocht, weet dat er een hele andere werkelijkheid is.

„Iraniërs hebben het gevoel dat ze onvoldoende worden begrepen en geapprecieerd in het Westen”, zei de Britse historicus Michael Axworthy enkele jaren geleden in deze krant. Uit zijn boek Empire of the Mind over de 3.000 jaar oude cultuurgeschiedenis van Iran, blijkt dat de islamitische republiek die Khomeini in 1979 stichtte een radicale breuk vormt met de rijke en complexe historie van het land. Maar onbekend maakt onbemind.

Wellicht dat de opheffing van de sancties een tijdperk inluidt van wederzijds begrip en betere betrekkingen. Want Iran heeft de wereld een hoop te bieden. Op cultureel gebied heeft het Perzische Rijk een enorme invloed gehad op het Midden-Oosten, het Indiase subcontinent en Centraal-Azië. Dat begint bij de profeet Zara- thoestra, die de wereld indeelde in licht en donker, en daarmee aan de basis stond van monotheïstische religies als het christendom en de islam met hun scheiding tussen hemel en hel.

Maar de rijke historie van Iran heeft veel meer bijgedragen aan de menselijke beschaving – iets waar veel westerlingen zich nauwelijks bewust van zijn, tot frustratie van Iraniërs die juist enorm trots zijn op hun geschiedenis. Dat geldt misschien wel het meest voor hun literaire traditie, in het bijzonder op het gebied van de poëzie. De verzen van de eeuwenoude dichters Hafez en Rumi schallen nu nog steeds uit de speakers van taxichauffeurs in Teheran.

En wie wist dat Iran de eerste democratie van het Midden-Oosten was? De constitutionele revolutie van 1905 bracht de sjah ten val ten faveure van een meer liberale politieke orde inclusief parlement. Het feit dat zich in Iran niet één maar twee revoluties voltrokken in de 20ste eeuw getuigt van de opstandige geest van het Iraanse volk, dat bereid is in opstand te komen tegen despotische leiders. Een glimp van die rebelse inborst was in 2009 nog te zien, toen Iraniërs de massaal straat op gingen om een vrije en democratische regering te eisen na de omstreden herverkiezing van Ahmadinejad.