NRC verkoopt u graag films, boeken, sokken – en stroom?

Het spel van de Vlaamse pianist „intens en van grote schoonheid”, de rapper „in vlammende bloedvorm”, terwijl de „popdiva van wereldformaat” zong „vol drama en gevoel”. Het festival begon zo „vol vuur”, met „een huilende gitaar”, „galmende drums”, een „stuwende bas”, gelukkig was er ook „een komische noot”, en, natuurlijk, een „ontladende climax”.

Recensenten Amanda Kuyper en Saul van Stapele hadden genoten, op de eerste avond van het North Sea Jazz Festival in Rotterdam (Lady Gaga voert Ahoy naar lang vervlogen jazztijden, 11 juli).

Niet een beetje té? Dat vraagt een lezer, die er fijntjes op wijst dat NRC zich verbonden heeft aan het festival. Het voedt haar ongemak over verslagen waarin „steevast artiesten tot grote succesnummers worden uitgeroepen”.

Ja, NRC Handelsblad is (al sinds 2008) ‘mediapartner’ van het North Sea Jazz Festival, zoals de Volkskrant samenwerkt met het Film Festival Rotterdam. Het zijn culturele evenementen waarvan ‘kwaliteitskranten’ vinden dat die goed bij hen passen, de samenwerking snijdt naar twee kanten.

Wat de jazz en NRC betreft is dit afgesproken: de redactie maakt een bijlage over het festival (die op het festival werd uitgedeeld), en de afdeling Lezersmarkt doet een campagne. In ruil krijgt de krant een stand op het festival, een NRC-spotje tijdens de optredens, en branding van een zaal met het NRC-merk. Goeie reclame.

De enige journalistieke (of redactionele) belofte is dus: aandacht voor het festival. Lijkt me nog geen probleem, want die zou de krant ook zonder dat partnerschap geven; de redactie vindt NSJ belangrijk.

Beïnvloedt het de berichtgeving? De redactie bemoeit zich niet met de zakelijke afspraken, en het festival niet met de berichtgeving. Eerlijk is eerlijk: dat eerste verslag las als een ronkend sportverslag – maar als geheel leek de berichtgeving mij (niet-kenner) degelijk en evenwichtig. Ook niet onkritisch: Van Stapele noteerde „gebrek aan pit en urgentie” in de poproute en „veel namen op herhaling”.

Maar de reactie van de lezer geeft wel aan dat de schijn van al te innige banden met een partij van buiten de krant gauw gewekt is.

Ook, of nog meer, bij zakelijke initiatieven die veel verder van het merk afstaan dan een festival.

Gas en stroom, bijvoorbeeld.

Op 1 juli stond een ‘energieveiling’ gepland van NRC Media. Lezers konden zich via nrccollectief.nl opgeven om samen lagere kosten bij energieleveranciers te bedingen. Gemiddeld voordeel, volgens de advertentie: 310 euro. Ja, dan heb je je abonnement er al bijna uit! Een nieuwe samenwerking van NRC Media (het bedrijf, niet de redactie) met een aanbieder van energieveilingen.

Zulke veilingen zijn populair en worden ook aangeboden door onder meer de ANWB, Eigen Huis en De Telegraaf (ook als ‘Collectief’)

Maar was dit een goed idee? Nadat op de redactie rumoer was ontstaan over ‘NRC Collectief’ – ook de hoofdredacteur toonde zich ongelukkig – werd de advertentiecampagne gestopt en bleken er op 1 juli te weinig lezers te hebben ingetekend (toch nog 2.000). Zij krijgen nu een offerte, geen veiling.

De bezwaren van de redactie? De journalistieke onafhankelijkheid (hoe schrijft de krant nog geloofwaardig over energiebedrijven die meedoen aan een NRC-veiling?); het karakter van de energiemarkt (de Autoriteit Consument en Markt deed vorig jaar een inval bij enkele aanbieders van energieveilingen), en de naam ‘NRC Collectief’ – beetje vreemd, gezien het uitgangspunt van de krant, die „elk collectief wantrouwt” (Beginselen, 1970).

Maar, zegt algemeen directeur Rien van Beemen na deze galmende redactionele drums: dit is een zakelijke dienst die losstaat van de redactie, en „ook NRC-lezers hebben een energierekening”. Wat die inval betreft: loos alarm, de verdenking van prijsafspraken bleek onterecht.

Het plan is trouwens niet van gisteren. In het NRC Media Ondernemingsplan 2011-2013 van de toenmalige directie (met hoofdredacteur Vandermeersch, die ook directeur is, maar nog zonder Van Beemen) wordt al een „test” aangekondigd voor dienstverlening aan lezers op het gebied van energie, verzekeringen, telefonie en, wie weet, auto’s (slagzin: „De krant van het collectief is uitgangspunt”). Maar ja, dat was nog een heel pril plan en over de precieze vorm ervan moest nog goed worden doorgepraat, zegt de hoofdredacteur nu.

Ontladende climax: we gaan, zegt Vandermeersch, nu eerst maar eens die „fundamentele discussie voeren” over de vraag welke initiatieven bij NRC Media passen.

Het is een lastige uitdaging voor een mediabedrijf: er moet geld worden verdiend op een drastisch gekrompen markt. NRC Media verkoopt al boeken, wijn, cruises tot en met schroevendraaiers en therapeutische compressiesokken. Bij The New York Times kunt u terecht voor gesigneerde honkbalballen, klassieke radio’s en Engels antiek. Aantasting van de journalistieke vrijheid lijkt me niet het eerste gevaar bij zulke zakelijke activiteiten – ieder zijn vak. Het punt is eerder of de diensten passen bij het merk, en hoe groot het afbreukrisico is – bijvoorbeeld bij invallende Autoriteiten – vergeleken met de opbrengst.

Een merk is een mooi ding – iets om zuinig op te zijn.