Neiging in Europa naar ‘eigen rechtspraak eerst’ baart zorg

Dreigt er nu ook een crisis in die ándere Europese structuur van vrede en veiligheid, de Raad van Europa? Daar houden bijna vijftig landen elkaar in gaten als het gaat om mensenrechten, democratie en rechtsstaat. Deze week zette de met afstand grootste lidstaat, supermacht Rusland, een stap in de verkeerde richting. Het Russische Constitutionele Hof oordeelde dat uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens daar pas geldig zijn als ze niet in strijd zijn met de eigen Grondwet. Eind vorige maand sloeg het Juridisch Comité van de Raad alarm over het aanhoudend hoge aantal vonnissen van het Straatsburgse mensenrechtenhof dat lidstaten naast zich neerleggen. Dat zijn er inmiddels 11.000, waarvan sommige vonnissen al tien jaar stof verzamelen.

De Russische beslissing betekent dat Straatsburg feitelijk zijn machtspositie in de grootste lidstaat kwijt dreigt te raken. Zal de Russische rechter wel geneigd zijn om de lijn uit Straatsburg te volgen, als Moskou wordt veroordeeld? Of klinkt de stem van Poetin dan luider? Met de burgerlijke vrijheden gaat het in het autoritaire Rusland van Poetin al een poos de verkeerde kant op. Op het organiseren van of meedoen aan een niet-geautoriseerde demonstratie staan jaren cel en vertienvoudigde boetes. Wonen op een ander adres dan de burgerlijke stand vermeldt, kan stevig beboet worden. Op internet mag geen informatie worden verspreid die „schadelijk” kan zijn voor kinderen. Het onthullen van „staatsgeheimen” aan non-gouvernementele organisaties in den vreemde is strafbaar geworden. Bloggers met een publiek van meer dan 3.000 volgers moeten zich bij de staat als „massamedium” melden. Non-gouvernementele organisaties die onder meer putten uit donaties van buiten Rusland, moeten zich „buitenlands agent” noemen, op straffe van een verbod. Russen met een dubbele nationaliteit en bezit in het buitenland moeten dat bij de autoriteiten melden. Propaganda in het bijzijn van minderjarigen voor homoseksualiteit of „niet-traditionele relaties” is verboden, net als blasfemie van „traditionele godsdiensten” en het uitdragen van teksten en symbolen van „extremistische” bewegingen uit heden en verleden. Dat alles staat op gespannen voet met de Straatsburgse jurisprudentie.

Toegegeven, het eigen-rechtspraak-eerst sentiment bestaat ook in West-Europa. De Conservatieve regering in het Verenigd Koninkrijk wil eveneens af van de zogeheten directe werking van deze Europese rechtspraak. Het Russische Hof heeft, zo bezien, vooral een slecht voorbeeld gevolgd. Het is nu de vraag of het de rug recht houdt. De Grondwet van de Russische federatie bevat in de artikelen 17 tot 64 immers een behoorlijke catalogus mensenrechten. En tot nu was de verhouding tussen de rechters in Straatsburg en Moskou respectvol. 96 procent van de klachten uit Rusland pleegt Straatsburg terug te sturen, wegens ‘niet ontvankelijk’. Dat geldt overigens ook de verhouding met Londen. 98 procent van de Britse klachten legt Straatsburg terzijde. En de mate waarin Rusland Straatsburgse vonnissen pleegt uit te voeren, is volgens kenners zelfs vrij goed, met uitzondering van politiek gevoelige kwesties als Tsjetsjenië. Op de lijst zondaars van het juridisch comité komt Rusland op de derde plaats. Italië en Turkije voeren vonnissen nog veel vaker niet uit dan Rusland.

De Russische beslissing, de Britse houding en het hoge aantal niet uitgevoerde vonnissen stemmen niet optimistisch. Een crisis hoeft het niet te worden. Maar dan zouden het Verenigd Koninkrijk, Italië en Turkije wel een beter voorbeeld moeten geven.