Musea betalen helemaal niet voor meesterwerken

Denk niet dat musea rijk zijn, want donateurs betalen de aankopen, aldus Martijn Lazet en Wite van Haersma Buma.

Lawrence Alma-Tadema (1836-1912),Entrance to a Roman Theatre

Stedelijk koopt twee werken van Oscarwinnaar Steve McQueen; Boijmans koopt voor 1,9 miljoen beeld van Rosso; Rijksmuseum koopt beeld ‘Nederlandse Michelangelo’ voor 22 miljoen euro; Fries Museum koopt topstuk van Alma-Tadema. Grote aankopen door musea krijgen aandacht in de pers. Dat is terecht. Want het is goed nieuws wanneer grote en belangrijke kunstwerken Nederlands openbaar cultuurbezit blijven of worden.

Wat deze koppen echter niet vermelden, is dat deze aankopen niet, of maar voor een klein deel, door de musea zelf worden betaald. Ook de bijbehorende artikelen vermelden dit niet altijd, of niet altijd erg duidelijk.

Wie betaalt deze aankopen dan wel? Het antwoord: private donateurs. Private donateurs zijn bijvoorbeeld de vermogensfondsen (zoals Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds of de BankGiro Loterij), bedrijven, of vermogende particulieren, al dan niet via hun geefstichtingen. Zíj zijn het die de musea in staat stellen ‘koper’ te zijn.

Zonder de steun van private donateurs zijn de musea, zelfs de bovengenoemde grote, niet in staat dergelijke aankopen te doen. Ze hebben daarvoor namelijk te weinig geld. Dat geldt voor belangrijke en grote aankopen die veel media-aandacht trekken, maar ook voor kleinere aankopen. Het geld is er gewoonweg niet.

In hun persberichten noemen de musea deze private donateurs gelukkig wel. Maar wie leest die persberichten? De meeste mensen niet. Hierdoor, en door de gebruikelijke artikelen in de krant en op websites denken veel mensen dat musea geld genoeg hebben. En dus dat grootscheepse, private ondersteuning van musea niet nodig is. Recentelijk heeft het Rijksmuseum aan de grote aankoop van het beeld van Adriaen de Vries dan wel een paginagrote advertentie gewijd, maar het is de vraag of daardoor bij een breed publiek het besef ontstaat dat het de private donateurs zijn die het museum in staat stelde koper van het werk te zijn. Het misverstand omtrent de financiële slagkracht van musea bestaat ook met betrekking tot andere culturele instellingen, zoals theaters en muziekgezelschappen. En over veel niet-culturele goede doelen.

Wij denken dat veel mensen en bedrijven goede doelen daarom links laten liggen. Dat is jammer. Want het ondersteunen van goede doelen is niet alleen nuttig, maar kan donateurs ook een enorme voldoening geven en uiting geven aan de maatschappelijke betrokkenheid die zij voelen.

Donateurs willen dan wel zeker weten dat ze geven aan een goed doel dat bij hen past. Ze willen zich er ook van vergewissen dat hun geld goed terechtkomt en dat afspraken worden gemaakt die vervolgens worden nagekomen. Dat vereist aandacht en maatwerk. Het is met andere woorden essentieel dat ondersteuning mogelijk is op momenten, manieren en onder de voorwaarden die de donateurs zelf kiezen. Dat kan met media-aandacht en andere openbare dankbetuigingen, maar ook prima zonder te worden versierd met slingers en hoera-gezang.