Column

Zul je er zuinig op zijn, jongen?

Bij het afscheid van zijn werk, hij ging met de vut, kreeg mijn vader een fiets met zeven versnellingen. Met aan het stuur een kilometerteller. Hij zou op die fiets uiteindelijk 13.897 kilometer rijden. Iedere dag dezelfde route: door Biljoen, over de dijk naar de IJssel, langs het water naar Rheden en dan over de Posbank weer terug naar Velp. De bijzonderheden van iedere rit werden genoteerd in een zwarte agenda ik na zijn dood vond.

‘24 september. Herfst. Veel bladeren. Kleurenpracht. Grote boom op de hei gekapt.’

Op een dag belde mijn moeder.

„Van de fiets gewaaid! Een gat in zijn broek! Ik heb zijn fiets op slot gezet, hij mag er niet meer op. Ik vind hem ook veel te mager.”

Een paar weken later, hij was inmiddels gediagnosticeerd en opgegeven, trof ik hem in de schuur achter hun huis. Zijn magere hand streelde het zadel van zijn fiets die nog steeds op slot stond, alsof het geen fiets maar een lieve hond was.

„Ik ga voortaan wel wandelen”, zei hij. „Dat mag nog wel.”

Mijn moeder, wier wil wet was, had zo’n oranje hesje met fluorescerende zilveren strepen voor hem gekocht – „dan zien de boeren hem tenminste liggen als hij weer van de dijk waait” – wat hij uiteindelijk nog een paar keer zou dragen ook.

„Wil jij mijn fiets?”, vroeg hij.

Daarna: „Zul je er zuinig op zijn, jongen? De ketting smeer ik eens per week. Nooit zomaar schakelen, altijd eerst achteruit trappen.”

Maar ik hoefde die fiets niet.

De fiets ging uiteindelijk naar de buurjongen die er een keer voorzichtig naar had geïnformeerd. De kilometerteller had hij eraf geschroefd en in een schoenendoos gestopt.

Die doos lag lange tijd op zolder in mijn huis, maar vorige week schroefde ik zijn kilometerteller dan toch op mijn fiets. Het was een kinderachtige sensatie, maar ik kon het niet nalaten om er tijdens het fietsen de hele tijd op te kijken. Ik stelde me zo voor dat hij dat ook had gedaan en vroeg me af of hij er, net als ik, ook sneller door was gaan fietsen.

Gisteren zag ik dat het van mijn huis naar de Albert Heijn in Diemen 1,3 kilometer was.

Toen ik na tien minuten uit de supermarkt kwam zag ik dat ze de kilometerteller van het stuur hadden gerukt. Hij lag verderop, de baksteen waarmee ze het glazen venster hadden stukgeslagen lag ernaast.