Ik ga op vakantie en neem mee... ...mijn smartphone

De it-directeur wil Schiphol laten vooroplopen. Sneller het vliegtuig in dankzij draadloze paspoortscans, data en gezichtsherkenning. „De rijen van mensen zonder smartphone zullen misschien langer zijn, ja.”

Illustratie Roland Blokhuizen

De grootste luchthaven van de wereld zal Schiphol nooit worden, zegt Albert van Veen, sinds vorig jaar it-directeur van het luchthavenbedrijf. „De mooiste ook niet, als je kijkt naar al die blingbling-terminals in Dubai.” Er zit volgens hem dus maar één ding op om Schiphol, een van de belangrijkste economische gebieden van Nederland, toch te laten meedoen in de wereldtop. „We willen binnen 2,5 jaar de beste digitale luchthaven van de wereld worden.”

Ook daarbij is de concurrentie stevig. Onder meer Kopenhagen, Incheon in Zuid-Korea en Changi in Singapore lopen de laatste jaren voorop met digitalisering. Ze voeren sterk geautomatiseerde veiligheidscontroles in, experimenteren met nieuwe robots voor bagage-afhandeling, gebruiken automatische gezichtsherkenning en wijzen passagiers via de smartphone de weg op de luchthaven.

Er is nog geen goede methode om te bepalen welke van die luchthavens het meest digitaal is. Maar branche-organisatie voor luchthavens ACI werkt aan een ranglijst. Van Veen is daarvan bestuurslid. „We gaan dat jaarlijks meten, en er echt een competitie van maken.”

Wat merken passagiers ervan als een luchthaven digitaal is?

„Als je nu naar Schiphol komt zie je bij binnenkomst een scherm met allerlei maatschappijen en terminals. Dat is eigenlijk al stress. Dan krijg je nog de rijen, de beveiliging: moet ik mijn riem af? Welke vloeistoffen moeten uit mijn tas? Je moet de weg zoeken. Op allerlei momenten moet je je instapkaart en paspoort laten zien. Dat hoeft straks nog maar één keer. Instappen moet naadloos gaan. „Als je hier komt moet het lijken alsof er maar één vliegtuig is: het jouwe. En maar één route door de luchthaven: de jouwe. Als we gegevens combineren over je identiteit, je boeking, je vlucht, je voorkeuren, weten we precies waar je naartoe moet. We kunnen voorspellen wanneer de rijen lang zijn, en wanneer je juist meer tijd over hebt. Als ik weet hoe laat je vlucht vertrekt, kan ik je via je smartphone aanbiedingen doen, tips geven voor op de luchthaven, de weg wijzen.”

Uw plannen klinken alsof daarvoor veel persoonlijke informatie over passagiers nodig is.

„Wij hoeven niet te verdienen aan het verzamelen van data. Maar het werkt zeker beter als we veel gegevens kunnen combineren. Daarom zetten we ook heel erg in op open data; we willen met zoveel mogelijk relevante partijen informatie uitwisselen om het systeem zo goed mogelijk te maken: luchtvaartmaatschappijen, Koninklijke Marechaussee, maar ook bedrijven als Google en Apple.

„De Schiphol-app is voor ons belangrijk om passagiers digitaal te bereiken. Maar die app heeft 2,5 miljoen gebruikers, terwijl er jaarlijks 55 miljoen passagiers komen. Die gebruiken nu al wel Google Maps of Apple-kaarten.” Toch is het nu niet mogelijk om met die apps te navigeren binnenin de luchthaven omdat Schiphol en de bedrijven geen toegang hebben tot elkaars informatie.„ Daarom willen we ook met Google data uitwisselen, bijvoorbeeld voor navigatie in Schiphol via Google Maps. Het is eigenlijk raar dat dat nog niet kan. We zijn met hen in gesprek.

„Ook organiseren we hackathons om zoveel mogelijk anderen te betrekken bij onze plannen.” Dat zijn bijeenkomsten waarbij programmeurs nieuwe toepassingen voor data proberen te maken.

Hoe waarborgt u de privacy en veiligheid van gegevens?

„We kijken wel uit daarmee. We doen het ook alleen voor mensen die zelf aangeven dat ze gegevens willen delen. Natuurlijk gaan we heel voorzichtig om met persoonlijke data: dat is wel het laatste wat je ergens centraal wil opslaan. Dat kan bijvoorbeeld ook grotendeels op smartphones zelf, beveiligd met geavanceerde encryptie. Dat nemen we erg serieus.

„Maar soms wordt innovatie ook tegengehouden omdat mensen onrealistische verlangens hebben over het uitbannen van alle risico’s. Stel dat je nu een geldsysteem zou moeten bedenken: briefjes en munten. Dan zou je direct de vraag krijgen: hoe beveilig je dat? Zit er een wachtwoord op? Wat als iemand op straat zegt: geef mij je geld? Moet je dan vechten ofzo? Nou, dat zou er nooit doorheen komen. En toch functioneert dat al heel lang prima. In elk systeem zitten risico’s.”

Schiphol voerde onlangs een nieuwe beveiligingsprocedure in, met op de eerste dagen langere wachtrijen tot gevolg. Hoe kwam dat?

„Die problemen kwamen niet vanuit de techniek.” Zijn woordvoerder onderbreekt: „Het is juist misgegaan bij de mensen, bij het personeelsbeleid van de beveiliging. Die problemen zijn opgelost.”

Hoe gaat dat straks voor de passagiers zonder smartphone?

„We zullen altijd ook faciliteiten houden voor mensen die niet met de smartphone willen of kunnen reizen. Maar hun rijen zullen misschien langer zijn, ja. Digitale reizigers kunnen zich straks makkelijker bewegen. We gaan waarschijnlijk extra stopcontacten maken in de terminals om lege batterijen te voorkomen trouwens.”

Hoeveel gaan de digitale maatregelen kosten?

„Het is vooral een versneld programma van projecten die we anders later ook hadden gedaan. Er komt geen grote pot geld voor vrij. Digitale systemen kosten namelijk vaak minder dan oude systemen.”