‘Ik ben altijd heel erg op zoek naar macht’

Faiza Oulahsen, activiste van Greenpeace, heeft niets gemeen met oud-bankier Rijkman Groenink, behalve dat ook zij vaak arrogant gevonden wordt. En o ja, beiden zijn begaan met de wereld. Zij: „Waarom stop je je geld niet volledig in duurzaam?” Hij: „Het heeft geen zin als ik mijn geld weggooi.”

Tekst Teri van der Heijden en Philip de Witt Wijnen Foto’s Lars van den Brink

Activiste Faiza Oulahsen: „Voor mij ben jij het gezicht van de bonuscultuur.” Oud-bankier Rijkman Groenink: „Jij loopt het risico dat je in maniertjes gaat praten. Dan word je een ideologische grammofoonplaat.”

Nog voor zijn tafelgenote op het terras aanschuift voor de thee, wil Rijkman Groenink het even hebben over de invulling van de avond. De voormalig topman van ABN Amro wil over van alles praten maar níet over de bank, zegt hij. Niet over nu – de beursgang, Gerrit Zalm – niet over toen. Dus ook niet over het geld dat hij overhield aan de vijandige overname van de bank in 2007. De beruchte 26 miljoen euro. „Het heeft geen zin”, zegt hij – mensen gaan toch niet meer anders over hem denken.

Hij is gekomen om het over andere dingen te hebben. Sinds hij weg is bij de bank, investeert hij in duurzame projecten. Windenergie. Koffie. Dáár wil hij over praten. Zijn zorgen over de planeet zijn wat hem verbindt met zijn gesprekspartner Faiza Oulahsen, campagneleider klimaat en energie bij Greenpeace. Zij werd een landelijke bekendheid toen ze in 2013 twee maanden vast kwam te zitten in een Russische gevangenis na een Greenpeaceactie tegen staatsbedrijf Gazprom in de Noordelijke IJszee.

Behalve hun bekommernis om het klimaat, delen Rijkman Groenink (65) en Faiza Oulahsen (27) niets. Hij woont al jaren in een villa aan de Vecht, zij groeide op in een Marokkaans gastarbeidersgezin in het dorpje Mijdrecht – niet ver van de Vecht. Hij was 33 jaar bankier, zij werkt nu vier jaar bij de milieubeweging. Hij stemt doorgaans VVD, zij is lid van GroenLinks.

Het hotel waar het gesprek plaatsvindt, landgoed Het Roode Koper op de Veluwe, is voor Groenink bekend terrein. Hij had er menige zakelijke bijeenkomst. Oulahsen is er voor het eerst. „Jullie hebben me in een suite gezet die groter is dan mijn huis”, zegt ze als ze het terras op wandelt. Ze neemt plaats tegenover Groenink. Even neemt ze de oud-bankier op.

Een bedrijf heeft geen moraal

Al snel zijn ze geanimeerd in gesprek. Niet over het onderwerp dat Groenink had aangekondigd. Hij is benieuwd naar Oulahsens mediastrategie. Voor elke vorm van aandacht moet ze eigenlijk „dankbaar” zijn, stelt hij vast. „Dan kun je je boodschap weer kwijt.”

Oulahsen bevestigt dat. Ze maakt ook gebruik van het „enorme podium” dat haar gevangenschap heeft gecreëerd, ze geeft het toe. „Maar – en daar had ik niet op geanticipeerd – er is ook heel veel over mij gezegd en geschreven...”

Groenink maakt haar zin af: „Waar je geen controle over had.”

Oulahsen: „Precies. En ook gewoon dingen die niet waar waren.”

Groenink: „Ah! Welcome to the real world.”

Bijna waren de actievoerder en de captain of industry elkaar al eerder tegengekomen. Oulahsens eerste Greenpeace-actie was bij Shell. In de zomer van 2012 blokkeerde ze met haar team het hoofdkantoor in Den Haag met een muur van ijsblokken, besmeurd met nepolie. Groenink was in 2007 bijna commissaris bij Shell geworden, de meest prestigieuze bijbaan voor een geslaagd lid van het Nederlandse old boys network. Hij trok zich op het laatste moment terug, toen bleek dat een aantal grote aandeelhouders tegen zou stemmen.

Beiden kijken heel anders naar het grootste concern van Nederland. Oulahsen vindt dat Shell de overgang naar duurzame energie dwarszit. „Dat vind ik heel discutabel.” Bedrijven als Shell, zegt ze, hebben met hun lobby „enorm veel invloed”. Groenink gelooft dat Shell een essentiële functie vervult in de energieleverantie. Zijn stelling: zolang er nog behoefte is aan fossiele brandstoffen, zal dat ook door iemand moeten worden geproduceerd. „Een bedrijf heeft geen moraal”, zegt hij stellig. Om daar aan toe te voegen: „De moraal moet van bestuurders komen.”

Het tekent de afstand tussen de zakenman en de activiste. Over één ding zijn ze het eens: als er niets gebeurt, gaan we „naar de verdoemenis”.

Gezicht van de bonuscultuur

Binnen aan de dinertafel neemt het gesprek direct de wending die Groenink zo graag had willen vermijden. „Voor mij ben je het gezicht van de bonuscultuur”, zegt Oulahsen. Ze noemt het bedrag van 26 miljoen euro. De stemming bekoelt. Maar anders dan hij had aangekondigd, gaat Groenink er wel op in. „Het waren aandelen en opties die ik in twintig jaar tijd had verzameld”, zegt hij vermoeid. „Het wás geen bonus.”

Zijn tegenzin schrikt Oulahsen niet af. „Wat was het dan”, wil ze weten. „Je salaris?”

Groenink: „Nee. We kregen elk jaar voorwaardelijk aandelen en opties toegekend. Het was dus wel een vorm van beloning, maar...”

Al eventjes staat een serveerster met een dienblad met amuses naast de tafel. Ze wil vertellen wat we gaan eten. Groenink onderbreekt zijn verhaal. Afgemeten: „Ja, zeg het maar.” Als het soepje van komkommer met gruyèrestengel is uitgeserveerd, gaat Groenink verder. „Gesuggereerd werd dat ik een vertrekbonus kreeg van 26 miljoen euro. Het was geen vertrekbonus.”

Een kwestie van definitie, vindt Oulahsen. „Je kan wel zeggen: het is geen bonus. Maar het is in elk geval een stuk inkomen dat de gemiddelde bankmedewerker niet krijgt.” Groenink doet zijn best geduldig te blijven. „Het komt altijd weer ter sprake. Ik kan het niet vermijden, deze discussie.”

Dus legt hij Oulahsen uit hoe het is gegaan en vertelt het verhaal dat hij ongewild in elk mediaoptreden afdraait. Dat het nooit de bedoeling was dat die aandelen en opties zoveel waard zouden worden. Dat ze dat alleen maar werden omdat de bank vijandig werd overgenomen voor het astronomische bedrag van 71 miljard euro. Dat hij het geld niet kreeg van ABN Amro, maar van RBS, Santander en Fortis, die de bank kochten.

Dan verandert de plichtmatige riedel in een oprecht betoog. „Ik heb geen enkel moreel probleem gehad om die aandelen om te wisselen voor cash. Want zíj waren de schurken. Ik vind het ook een soort genoegdoening, voor de schade die ze de bank hebben aangedaan. En het leed dat ze mij berokkend hebben, door die bank vijandig over te nemen en op te splitsen.” Hij pauzeert even, maar is nog niet klaar. „Als ABN Amro het mij had moeten betalen, had ik het nooit geaccepteerd. Maar dit kwam niet van de bank, dit kwam van de veroveraars, van de vijand.”

Dit is mijn gerst

Oulahsen heeft nog wel een vervolgvraag. „Wat heb je met het geld gedaan?” Ondertussen is het voorgerecht uitgeserveerd. De ober heeft er niet bij verteld wat er op het bord ligt en zal dat ook bij de volgende gerechten niet meer doen.

Hoewel Groenink het een „indiscrete vraag” zegt te vinden, gaat hij er toch uitgebreid op in. Hij is na zijn vertrek bij de bank begonnen met investeren in duurzame energie. Windmolens, een duurzaam houtbedrijf, nieuwe technologie voor zonne-energie. „Dat geld ben ik allemaal kwijtgeraakt. Nou ja, dat windmolenbedrijf bestaat nog.” Daarnaast heeft hij geld gestoken in een bedrijf voor fossiele energie: Oranje-Nassau, dat investeert in bestaande olie- en gasvelden op de Noordzee.

Verder zit Groenink in duurzame koffie. Hij is aandeelhouder in Moyee Coffee, een jong Nederlands bedrijf dat fairchain koffie produceert in een branderij in Ethiopië. Het bedrijf betaalt boeren structureel 20 procent meer dan de dagprijs. Hij is ook gedeeltelijk eigenaar van een Ethiopische koffieplantage van 500 hectare. En dan is er nog zijn hobby: een biologische boerderij in Italië, waar een man of vijf werkt. Op zijn smartphone laat Groenink een foto zien van het laatst geoogste gewas. „Kijk, dit is mijn gerst.” De opsomming is klaar. „Nu weet je ongeveer waar al mijn geld in zit.”

Het is een heel andere weg naar een betere wereld dan die van Oulahsen. Zij ging in september 2013 aan boord van het Greenpeaceschip Arctic Sunrise om actie te voeren tegen olieboringen in het Noordpoolgebied door het Russische staatsbedrijf Gazprom. De bedoeling was dat Oulahsen en de 29 andere opvarenden het boorplatform Prirazlomnoye zouden enteren. Dat mislukte, want ze werden allemaal gearresteerd door de Russen. De opvarenden kwamen terecht in een cel in Moermansk, op beschuldiging van piraterij en hooliganisme.

„Absurd”, zegt Oulahsen er nu over. Er hing haar tien tot vijftien jaar gevangenisstraf boven het hoofd. Na twee maanden alleen in een cel waar het licht nooit uitging, nam de Russische Doema een amnestiewet aan. Oulahsen werd vrijgelaten. Haar tijd in de gevangenis noemt ze – ondanks alles – een „gouden ervaring”. Van haar beslissing mee te varen met de Arctic Sunrise heeft Oulahsen „geen moment” spijt gehad.

Ik verdien eraan

Groenink : „Ik heb altijd een enorme bewondering gehad voor mensen die door roeien en ruiten gaan voor een ideaal of uit zorg, zoals jij over de vernietiging van de aarde. Vernielen, vernietigen, zaken kapot maken, daar kan ik me niet in vinden.” En een boorplatform enteren, zoals Greenpeace van plan was? „Dat mag. Je maakt toch niks kapot?”

Oulahsen is gefascineerd door Groeninks investeringsbeleid. Ze heeft er – duidelijk voorbereid – een persoonlijke vraag over. „Je hebt vier kinderen en twee kleinkinderen. Een deel van je geld zit in duurzame energie, wat hartstikke goed is. Maar een deel zit ook in fossiele energie. Als je kijkt naar de toekomst van je kinderen, waarom trek je dat geld daar dan niet weg?”

Dat legt Groenink graag uit – dit is veilig terrein. „Fossiele energie is buitengewoon bruikbaar in de samenleving. Daar kunnen we echt geen dag zonder.”

Oulahsen: „Maar waarom wil jij daar een bijdrage aan leveren?

Groenink: „Ik lever geen bijdrage. Ik verdien eraan.” Hij lacht plagerig. Dan weer serieus: „Dat vind ik ook volstrekt oorbaar.”

Oulahsen neemt er geen genoegen mee. „Maar waarom stop je je geld niet volledig in duurzaam?”

Groenink: „Dat soort mogelijkheden is er niet genoeg. Veel projecten zijn buitengewoon risicovol en leveren geen rendement. Dat is een fundamentele makke.”

Oulahsen maakt het opnieuw persoonlijk: „Maar dit gaat niet over rendement, dit gaat over de toekomst van je kinderen en je kleinkinderen. We moeten geld uit fossiele energie wegtrekken – dat hebben de Rockefellers ook gedaan, 50 miljard dollar! Jij kunt ook een bijdrage leveren.”

Groenink laat zich niet verleiden. „Het heeft geen zin als ik mijn geld weggooi. Oranje-Nassau is bovendien een buitengewoon maatschappelijk verantwoorde business. Het gas dat wij gisteren produceerden, zit morgen in jouw fornuis. Daar kook jij op. Wij vervullen een basisbehoefte. Daar verdien ik geld aan en daar heb ik geen enkel probleem mee.”

Oulahsen: „Je bekijkt alles als investeerder. Heel amoreel.”

Groenink: „We hebben te maken met de realiteit. Investeerders – of ze nou pensioenfondsen of verzekeraars zijn, of individuen of hedge funds – hebben de plicht om te redeneren vanuit risico en rendement.” Daaraan, is zijn overtuiging, zal echt niks veranderen.

IJdeltuit

Oulahsen ziet eruit als een mondaine, westerse vrouw. Chique rok, sieraden, rode lippenstift. Ze is een „een ijdeltuit”, zegt ze. Niet vanzelfsprekend, gezien haar afkomst. Als kind heeft ze ervaren dat die achtergrond in de weg kan zitten. „Als je allochtoon bent, denken mensen op voorhand dat je een stukje dommer bent.” Op haar basisschool in Mijdrecht was Oulahsen stil en verlegen. Haar juf ging er vanuit dat ze een taalachterstand had. „Toen dacht ik: hou toch op, mens. Ik kon al schrijven toen ik vier was. Ik was gewoon stil.”

Op het vwo was ze de enige leerling van buitenlandse afkomst. Ze herinnert zich een discussie bij maatschappijleer, over wanneer iemand allochtoon is. „Een vriendinnetje zei: je bent toch in Nederland geboren? Dan ben je autochtoon.” De docent corrigeerde haar en wees erop dat de ouders van Oulahsen in Marokko zijn geboren. „‘Ja sorry, maar je bent dus toch allochtoon’, zei hij tegen mij.” Ze kan zich er nog kwaad over maken. „Ik vind het niet erg als de definitie van allochtoon is dat een van je ouders buiten Nederland geboren is. Dat interesseert me niet zoveel. Maar waarom ‘sorry’? Ben ik dus minderwaardig? Dom? Minder competent?”

Haar ouders zijn naar Nederland gekomen voor „een beter leven voor zichzelf, maar vooral voor hun kinderen”, vertelt ze. „Een betere opleiding. Geen zwaar fysiek werk.” De kinderen Oulahsen moesten altijd goed hun best doen op school. Thuis spreekt het gezin Berbers. Als kind ging Oulahsen om het jaar naar Marokko op vakantie. Met een volgepakte oude Mercedes dwars door Frankrijk en Spanje, vertelt Oulahsen, op weg naar familie. Nu is ze al vier jaar niet geweest, tot haar spijt. „Ik heb een neefje dat ik nog nooit heb gezien.”

Ook Groenink kent Marokko goed, zegt hij. Zijn zoon heeft een tijdje als expat in Casablanca gewerkt, voor Heineken. En ook met de bank heeft hij het land bezocht, zo valt te lezen in het boek De prooi van Jeroen Smit, de bestseller over de ondergang van ABN Amro – onder leiding van Rijkman Groenink.

Heeft Oulahsen het boek gelezen? Groenink geeft antwoord voor zij dat kan doen. „Nee, natuurlijk niet.” Maar Oulahsen blijkt er wel in begonnen te zijn, ter voorbereiding op hun ontmoeting.

Karaktermoord

De prooi beschrijft hoe de topdertig van de bank in het kader van teambuilding afreist naar de woestijn. Tijdens die trip zou Groenink in een woestijnrally de vastgelopen jeeps van collega’s voorbij gereden zijn, opdat hij het wedstrijdje zou winnen. „Een anekdote die niet klopt”, zegt Groenink. Het was geen rally, herinnert hij zich, maar een tocht naar een oase. Een aantal jeeps liep inderdaad vast in een zandstorm. Zijn jeep – waarin hij niet achter het stuur zat – stopte wel degelijk om te helpen. „Karaktermoord”, noemt hij de scène in het boek. „Er staat eigenlijk gewoon: Rijkman heeft geen gevoel, hij laat mensen aan de kant van de weg liggen als hij kan winnen.”

Wat vindt Oulahsen van het boek? „Jij bent de hoofdrolspeler”, zegt ze tegen Groenink. „En je komt over als een soort van arrogante...” Ze denkt een moment na... „zak.” Groenink is even stil. „Ja”, zegt hij dan. „Ja.” Oulahsen gaat door. „Ik ben benieuwd wat je daar zelf van vindt?”

Groenink: „Ik ben helemaal niet arrogant.” Natuurlijk heeft hij slechte karaktertrekken, weet hij. „Ik ben provocerend, ik lok mensen uit hun tent, ik probeer ze van hun stuk te brengen. Dat zijn geen goede eigenschappen. Maar dat is iets anders dan arrogant.” Arrogant ben je, vindt Groenink, als je „vanuit je eigen gelijk opereert”.

Vindt Oulahsen Groenink arrogant? „Op basis van de drie uur dat ik je nu ken... Je bent zelfverzekerd. Maar arrogant, dat label zou ik je niet geven.” Ze pauzeert even. „Op dit moment.” Groenink lacht.

Oulahsen wordt ook arrogant genoemd, vertelt ze. „Ik ben heel uitgesproken, ik ben heel geopinieerd en ik kom heel stellig over. Dat kan soms licht intimiderend zijn. Op iemand die me niet kent, kan dat arrogant overkomen.” Hoe heeft Groenink dat ervaren? „Nou, ik heb haar drie uur uur durende intimidatie toch redelijk overleefd.” Hij lacht om zijn eigen grap, leunt in haar richting en pakt haar arm vriendschappelijk even vast. Zij doet hetzelfde bij hem.

Dan wordt Groenink weer serieus. Vaderlijk bijna. „Ik vind het heel lief en heel eerlijk dat je jezelf zo kritisch beschrijft. Dat geeft aan dat je jezelf kwetsbaar wil maken. En dat je jezelf geanalyseerd hebt.” Hij trekt een vergelijking met zichzelf. „Dat betekent – en dat heb ik ook proberen te leren – dat je weet welke dingen je moet proberen te onderdrukken.”

In zijn tijd als bestuursvoorzitter kreeg Groenink onder leiding van professionele bureaus jaarlijks ‘360 graden feedback’ van zijn medebestuurders. „Elk jaar kreeg ik terug dat mijn collegae mij niet empathisch vonden. Ze hadden het gevoel dat ze te weinig steun kregen, of te weinig begrip. En ik gaf te weinig complimenten.”

Oulahsen knikt. „Complimenten geven kan zo nuttig zijn.” De beoordelingsmethode die Groenink omschrijft, gebruikt Greenpeace ook, vertelt Oulahsen. Zij heeft er ervaring mee. „De een vindt me hooghartig, een ander stellig, een ander dominant. Het duidt in feite altijd op hetzelfde soort gedrag.” Dat probeert ze dus, net als Groenink, te beteugelen.

Een soort Nelson Mandela

Niet alleen Oulahsen heeft zich in Groenink verdiept en vragen voorbereid. Andersom wil hij ook dingen van haar weten. „Je bent gevraagd om parlementslid te worden, toch?”

Oulahsen bevestigt dat. „Voor het Europarlement.” De vraag van GroenLinks bereikte haar toen ze vastzat in Rusland. „Ik dacht: dit moet een grap zijn.” Dat was het niet. Oulahsen weigerde de kandidatuur. Als ze zich verkiesbaar zou stellen, zou ze haar baan bij Greenpeace moeten opzeggen. Dat wilde ze nog niet.

Groenink ziet het wel voor zich, Oulahsen als politica. „Je bent natuurlijk een ideale kandidaat. Vrouw, van allochtone afkomst, een soort Nelson Mandela – in de gevangenis gezeten, voor the good cause.” Hij denkt er nog even wat langer over na. „Maar dan wordt GroenLinks wel een soort allochtonenpartij – Jesse Klaver en jij.” Hij lacht. „Samen anderhalve Marokkaan!”

Staat Oulahsen bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 op de lijst? „Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik politieke ambities heb. Ik ben altijd heel erg op zoek naar macht.” Groenink komt tussenbeide met een advies. „Dan moet je niet de politiek ingaan.” Als je macht wil, zegt hij, „moet je naar Shell!”

Inmiddels loopt het tegen middernacht. De ober schenkt een glaasje grappa voor de liefhebbers. Oulahsen houdt het bij appelsap. Pas aan het eind van de avond bestelt ze haar eerste glaasje witte wijn.

Groenink krijgt er steeds meer lol in. Tegen Oulahsen: „Als ik nou partijlid werd en ik mijn belangstelling uitte om Kamerlid te worden. Zou GroenLinks mij dan in aanmerking nemen?” Oulahsen: „Nou... Als we een paar zetels kwijt willen.”

Groenink moet hard lachen en doet er nog een schepje bovenop.

„En als ik nou al het geld dat ik nog over heb in de partijkas van GroenLinks zou storten? En dan publiekelijk boete zou doen voor mijn zonden? Zou dat werken? Zou het geld geaccepteerd worden?”

Oulahsen gaat niet mee in zijn grappenmakerij „Daar kan ik op dit moment geen serieus oordeel over vellen. Ik weet niet precies hoe het werkt met donaties.”

Is ze altijd zo serieus geweest? Weer geeft Groenink antwoord voor ze dat zelf kan doen. „Mán, dat kan je zo zien.” Oulahsen protesteert. „Dat wil niet zeggen dat ik geen grap kan maken!” Maar dat neemt volgens Groenink niet weg dat ze „gewoon een heel serieus, rationeel mens” is. Dat klopt wel, geeft ze toe. Ook midden in de nacht op feestjes heeft ze het met vrienden nog over wereldpolitiek.

Roerei met fruit

Na een ochtendsessie met de fotograaf bestellen Groenink en Oulahsen eensgezind roerei en vers fruit. Groenink neemt er wat yoghurt bij.

Oulahsen had niet verwacht dat Groenink zo „toegankelijk” zou zijn, zegt ze. „Ik had toch een soort mannelijke diva verwacht. Een bankier die alles heeft.” Groenink had van tevoren minder uitgesproken verwachtingen. Maar: „Ik geloof in je oprechtheid. Je hebt niet toevallig voor Greenpeace gekozen omdat het lekker bekt.” Wel wil hij haar een waarschuwing meegeven. „Je moet je authenticiteit zien te bewaren.”

Hij legt uit wat hij bedoelt. „Je hebt de neiging om in een soort publieksjargon te vervallen. In je hoofdboodschap stop je bijzinnen met statements over iets anders. Dan hebben we het over energie en dan komt er ineens een bijzin over arme kindertjes in Afrika, bij wijze van spreken.”

Oulahsen, enigszins verontschuldigend: „Dat is een debattechniek, inderdaad.”

Groenink: „Ja. Een handig trucje om punten te scoren. Maar je loopt het risico dat je in maniertjes gaat praten. Dan word je...”

Oulahsen probeert hem te onderbreken.

Groenink: „Nee, luister nou even. Dan word je een ideologische grammofoonplaat.”

Oulahsen: „Ja, dat is waar.”

Een stereotiepe activiste is Oulahsen niet, vindt Groenink. „Ik zou me kunnen voorstellen dat ik tegen jou zou zeggen: ‘Wat heb je vandaag een mooie jurk aan’. Zonder dat je daar boos over wordt. Er zijn vrouwen, met name de ideologische houwdegens, tegen wie je als man niet moet zeggen dat hun haar zo leuk zit. Jij laat toe dat er ook nog gewone dingen gezegd kunnen worden. Ook complimenten, als dat zo uitkomt.”

Oulahsen: „Daar ben ik wel ijdel genoeg voor.”

Groenink: „Goed zo.”