‘Het was mooi, maar ik miste mijn fiets wel’

De eerste vakantie zonder ouders was voor wielrenner Marianne Vos (28) ook haar eerste vakantie zonder fiets.

2006

„Met mijn ouders ging ik in de zomer altijd naar Frankrijk: in een busje volgden we met het hele gezin de Tour de France. Als klein meisje vond ik de Tour al een ongelooflijk spektakel. Al die mannen waren helden voor me. Tijdens die vakanties ging ook altijd mijn fiets mee en dan reed ik met mijn broer een stukje van het parcours. Ik was al een enthousiast wielrenner, maar ik had nog geen flauw idee dat ik professioneel kon worden.

„Toen ik voor het eerst zonder ouders met vakantie ging, wilde ik natuurlijk niet naar Frankrijk. Ik was negentien, had net mijn rijbewijs en samen met mijn schoolvriendin Marlies bedacht ik dat Praag een mooie bestemming zou zijn. We wilden wel iets van een andere cultuur zien.

„Maar toen onze vakantie naderde en het in Praag maar bleef regenen en besloten we toch naar Frankrijk te rijden. We stopten in Aix-les-Bains, maar ook daar ging het regenen. Uiteindelijk reden we door naar Saint Tropez, waar de zon wél scheen. Daar viel ik met mijn rode VW Polo wel ietwat uit de toon tussen de Jaguars, Porsches en Hummers.

„Het was best spannend voor mij om met een kersvers rijbewijs helemaal naar Zuid-Frankrijk te rijden. We hadden ook niets geboekt. Ik dacht: dat komt wel goed. Mijn vriendin was er minder gerust op. En zo reden we op een avond heel laat in the middle of nowhere wanhopig rond op zoek naar een slaapplaats. Je kon toen nog niet even op je telefoon op booking.com kijken. Uiteindelijk kwamen we terecht in een smoezelige kamer in een louche hotel met een rare eigenaar. Er waren verder helemaal geen gasten in dat hotel, heel griezelig. We vroegen ons wel even af of we de volgende ochtend zouden halen. Maar er gebeurde gelukkig niets.

„Het was niet alleen mijn eerste vakantie zonder ouders, maar ook mijn eerste vakantie zonder fiets. Met dat laatste had ik de meeste moeite. Vooral in de regio rond de Mont Ventoux begon het bij mij echt te kriebelen. Ik zei voortdurend dingen als: ‘Kijk eens wat een mooie plek om te fietsen’, of ‘Hier zou ik graag een keertje willen fietsen’. Mijn vriendin riep op een gegeven moment: ‘Neem de volgende keer alsjeblieft je fiets mee, dan hoef ik niet de hele tijd dat gezeur aan te horen’.

„Het was de vrijheid die alles tot een avontuur maakte. Mijn dagen waren indertijd vol gepland met school en met fietstrainingen en dat kon ik eindelijk loslaten. We meden de tolwegen en verkenden Zuid-Frankrijk langs mooie landweggetjes. Natuurlijk hebben we heerlijk gegeten, maar we beleefden ook een gedenkwaardig culinair dieptepunt in Avignon, waar we op het grote plein een salade met geitenkaas bestelden en vervolgens de smerigste geitenkaas kregen voorgezet die ik ooit heb gegeten. Sindsdien lijd ik aan een ernstige geitenkaasfobie.

„Het was een mooie vakantie, maar ik miste mijn fiets wel. Achteraf gezien was dat natuurlijk juist goed. Want zodra ik terug was, sprong ik er met extra fietshonger op.”

2015

„Vanwege het fietsen moet ik mijn vakantie altijd tussen de seizoenen plannen, dus ik ga pas in het najaar weg. Ik mag niet op wintersport, het risico dat ik wat breek is te groot, dus ik zoek altijd de zon op. Ik weet nog niet wat ik dit jaar ga doen, ik houd er nog steeds niet van om dingen vast te leggen. De afgelopen jaren heb ik Frankrijk overgeslagen en ging ik steeds naar Italië. Nu we het er zo over hebben, denk ik dat Frankrijk misschien wel weer eens leuk is.”