‘Het aantal vechtscheidingen neemt nog altijd toe’

Dat zei schrijver Joke Hermsen in NRC Weekend.

illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Rottig is het natuurlijk altijd, als ouders gaan scheiden. Maar soms kunnen de gemoederen zó hoog oplopen dat ouders het belang van het kind volledig uit het oog verliezen: een vechtscheiding. Schrijver en filosoof Joke Hermsen noemde dat in een interview met NRC Weekend „het slechtste resultaat van het klassieke huwelijk: het nog altijd toenemende aantal vechtscheidingen. Bedenk hoe ontwrichtend dat is voor al die kinderen, voor een hele generatie.” Maar klopt dat eigenlijk wel? Neemt het aantal vechtscheidingen inderdaad (nog altijd) toe? next.checkt zocht het uit.

Waar is het op gebaseerd?

We vragen het Joke Hermsen. Zij hoorde dit op het congres ‘Dag van de Scheiding’, waar Hermsen vorig jaar september aan deelnam, vertelt ze per mail. Dat congres werd georganiseerd door de vFAS, de vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediators.

En, klopt het?

Hou je vast: dit wordt een lastige. Het begint al bij de term ‘vechtscheiding’, want wat verstaan we daar precies onder? De meningen van experts zijn verdeeld. Zo’n beetje elk onderzoek of instituut hanteert een net weer andere definitie. Is slaande ruzie tussen ouders al een vechtscheiding of moeten er juridische procedures bij komen kijken? Waar iedereen het wel over eens lijkt: er zijn bij een vechtscheiding kinderen in het spel.

De juridische definitie is doorgaans dat bij een vechtscheiding ouders elkaar tijdens en na de scheiding bestrijden voor de rechter. Daarvan zijn kinderen al dan niet de inzet.

Uit promotieonderzoek van jurist Marit Tomassen-van der Lans aan de Vrije Universiteit, blijkt dat dit type zaken de afgelopen jaren niet in aantal is toegenomen. Sterker nog, steeds vaker doen echtparen een ‘gemeenschappelijk verzoek’: scheidende ouders nemen dan samen één advocaat in de arm en kunnen daardoor geen conflicten aan de rechter voorleggen.

Kortom, vanuit dit juridische perspectief bezien is van een stijgend aantal vechtscheidingen dus géén sprake. Dat wordt nog eens bevestigd door Rob van Coolwijk, voorzitter van de vFAS.

Dat is anders vanuit de pedagogische definitie gezien: ouders die ruzie maken. Neem bijvoorbeeld de definitie van de Kinderombudsman. In een rapport uit 2014 wordt gesproken van een vechtscheiding ‘als de scheiding zo conflictueus verloopt dat de ouders het belang van de andere ouder en/of van de kinderen uit het oog verliezen’.

De voornaamste onderzoeker op dit gebied is socioloog Ed Spruijt. Hij berekende in 2013 dat in Nederland jaarlijks zo’n 70.000 thuiswonende kinderen te maken hebben met een scheiding van hun ouders. Spruijt interviewde talloze van hen en berekende dat zo’n 8 procent (5.600) te kampen heeft met heftig ruziënde ouders. Dat aantal is sinds 1998 alleen maar toegenomen.

Die trend lijkt te worden bevestigd als je kijkt naar het aantal minderjarige kinderen over wie de Raad voor de Kinderbescherming per jaar door de rechter om advies wordt gevraagd over gezag en omgang na scheiding: dat waren er 5.601 in 2014. Ook hier is een stijgende lijn zichtbaar vergeleken met de jaren ervoor.

Het aantal formele echtscheidingen is de laatste jaren overigens min of meer constant, zo’n 34.000 per jaar volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het aantal informele scheidingen (relatieverbrekingen na ongehuwd samenwonen) loopt jaarlijks wel nog steeds op.

Conclusie

Wat een ‘vechtscheiding’ precies is, daar verschillen de meningen over. Kijk je naar scheidende ouders in conflict voor de rechter, dan blijft het aantal zaken gelijk. Kijk je echter hoeveel kinderen van scheidende ouders te maken krijgen met ernstige ruzies, dan zie je inderdaad een stijgende trend. Ook het aantal scheidingen waarbij de Raad voor de Kinderbescherming wordt betrokken, neemt jaarlijks toe. Op die manier bekeken is de stelling dus waar.