En droog warm weer zorgt wél voor brand

Natuurbranden komen steeds vaker voor. Dat schrijven onderzoekers deze week, die natuurbranden van de afgelopen 35 jaar analyseerden. Ook de gebieden die ideaal zijn voor een brand worden steeds groter.

Een natuurbrand in de Amerikaanse staat Californië eind juni. 1200 mensen moesten worden geëvacueerd. Foto Len Wood/AP

Ze zijn er vaker, ze duren langer en ze komen op steeds meer plaatsen voor. Dat is de trend voor natuurbranden. Amerikaanse en Australische klimaatwetenschappers hebben het gemeten voor de periode 1973-2013, stond deze week in Nature Communications.

Natuurbranden richten jaarlijks voor vele miljarden dollars schade aan in bijvoorbeeld Australië en de VS. Beter begrip van dit fenomeen moet leiden tot betere controle, schrijven de onderzoekers in hun artikel.

Natuurbranden vereisen omstandigheden waarin brandstof (begroeiing) wordt blootgesteld aan heet en droog weer, gecombineerd met veel wind. Verwacht wordt dat deze omstandigheden zich vaker zullen voordoen, aangezien de gemiddelde temperatuur wereldwijd stijgt, net als het gemiddeld aantal extreem hete dagen, en het gemiddeld aantal regenvrije dagen. Bovendien komt er bij een toename van de branden extra CO2 in de atmosfeer, wat voor een positieve terugkoppeling kan zorgen.

Vooral savanne en gras

In hun artikel analyseren de onderzoekers waar die voorwaarden voor natuurbranden zich de afgelopen 35 jaar hebben voorgedaan, op basis van een Amerikaanse en Europese meteorologische databank die meerdere malen per dag gegevens verzamelt.

Daaruit blijkt dat het seizoen voor natuurbranden is opgerekt, in een kwart van het totale mondiale, begroeide landoppervlak. Het duidelijkst deed deze trend zich voor in de tropische en subtropische graslanden, savannes en struiklandschappen.

Op een wereldkaart in het artikel licht Brazilië felrood (de sterkste stijging) op, net als het zuidwesten van de VS, het noordwesten van Mexico, Oost-Afrika, en grote delen van het Midden-Oosten.

Verder blijken de geschikte randvoorwaarden voor natuurbranden zich op steeds meer plekken voor te doen: dit verspreidingsgebied is de afgelopen 35 jaar verdubbeld. Behalve de eerder genoemde gebieden, gaat het in dit geval ook om bijvoorbeeld Alaska, Mongolië en Oost-China. Ook de frequentie van het aantal branden neemt over grote gebieden toe. In de VS bijvoorbeeld is dat het sterkst in de naaldbossen van de noordelijke Rocky Mountains. Voor Europa gaat het om de Mediterrane bossen en struiklandschappen.

Opvallend is dat de onderzoekers geen trend vonden voor Australië als geheel, hoewel lokaal het seizoen voor natuurbranden her en der duidelijk is verlengd. Juist Australië kwam de afgelopen jaren veel in het nieuws in verband met verzengende branden. Twee jaar geleden gingen foto’s van een gezin dat het water in was gevlucht, bij een vlonder en tegen een geel-oranje achtergrond, de hele wereld over. Dat er toch geen trend was te ontdekken wijten de klimaatwetenschappers aan de afwisseling van jaren met zacht en met extreem weer.

De onderzoekers maken overigens geen onderscheid tussen branden die voortkomen uit klimaatverandering, natuurlijke oorzaken (bliksem bijvoorbeeld) of menselijk handelen.

In Brazilië bijvoorbeeld speelt veranderd landgebruik – het platbranden van bossen om er landbouwgrond van te maken – een rol in de toename van het aantal branden. Dit onderscheid willen ze later alsnog maken.