Eenheid alleen als het echt nodig is

Is Nederland veranderd na de ramp met vlucht MH17? Deskundigen zoeken naar antwoorden. „De hele manier waarop we gewend waren de realiteit te zien, stortte even in elkaar.” Even.

De molens van Kinderdijk staan in rouwstand op de dag van nationale rouw, 23 juli vorig jaar, zes dagen na de vliegramp in Oekraïne. Foto CEES VAN DER WAL/ANP

Er is een scène in The World According to Garp – de film, niet het boek – waarin Garp en zijn geliefde een huis zoeken. Ze staan voor een prachtig houten Amerikaans exemplaar, met veranda en alles, als ineens een vliegtuigje zich in het dak boort. „We kopen het”, roept Garp. „De kans dat dit nog eens gebeurt is astronomisch klein. Het huis is ont-rampt. Hier zullen we veilig zijn.”

Ik moest eraan denken toen ik deze week hoorde dat onderzoek van het NOS-journaal had aangetoond dat luchtvaartmaatschappijen na de aanslag op vlucht MH17 lustig over oorlogsgebieden zijn blijven vliegen. Zuid-Soedan, Mali, Sinaï; ook de KLM vliegt over die gebieden.

De westerse mens heeft zijn kwetsbaarheden en de gevaren die hem bedreigen zo ver van zich af georganiseerd, dat hij zich nauwelijks kan voorstellen dat ze nog werkelijk bestaan. Daarom is de schok bij een ramp – oorlogsgeweld, brand, natuurramp – telkens weer zo groot. Het is een verbijstering die eerst met medeleven en daarna meestal snel met verontwaardiging wordt aangelengd. Zo vond de NOS bij de berichtgeving over de riskante vliegroutes een Kamerlid van het CDA bereid te zeggen: „Dadelijk staan wij straks als Nederland weer voor de televisie om te zeggen dat een toestel, vertrokken uit Nederland, is neergeschoten.” Het leek haast of hij ernaar uitkeek.

Leven is dodelijk. Er zal zich inderdaad niet nog eens een vliegtuigje in het huis van de Garps boren. Maar veilig zijn ze er niet.

Het neerhalen van de MH17 bracht in Nederland een „epistemologische schok” teweeg, schrijft Gabriël van den Brink in een verzameling bewerkte colleges die deze week zijn gepubliceerd als Een ramp die Nederland veranderde? Nadenken over vlucht MH17. De hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde aan de universiteit van Tilburg verduidelijkt: „De hele manier waarop we gewend waren de realiteit te zien, stortte even in elkaar.”

De realiteit die Nederlanders, en bij uitbreiding ook andere Europeanen, gewend zijn te zien is in essentie comfortabel voor henzelf. Risico’s zijn onder controle gebracht en die zekerheid geeft ruimte voor maximale zelfontplooiing. Een vliegtuig vol blanken, in een comfortabele stoel, koptelefoon op om de buitenwereld buiten te houden, een keuzemenu voor films op schoot en op weg naar een derdewereldbestemming, is een krachtig bewijs van de beteugeling van het gevaar. Mensen kunnen met honderden tegelijk vliegen en ze lopen, afgedekt door reisverzekering en garantiefonds, zorgeloos rond in een land waarvan ze de taal niet verstaan. Dat juist zo’n symbool van almacht wordt neergehaald, kun je met Van den Brink gerust „ontregelend” noemen.

Het zelfbeeld dat bij die verworvenheden hoort, is onbevangen, op het arrogante af. In dezelfde bundel schrijft historicus André Gerrits met een verwijzing naar de ineenstorting van het communistisch machtsbolwerk rond 1989: „De geschiedenis was voorbij en iedereen zou worden zoals wij.”

De luchtdoelraket die de MH17 doorboorde en ineens 298 mensen doodde, was net zo’n brutaal antwoord op die universele pretentie en de westerse zelfverzekerdheid als de YouTube-onthoofdingen waar radicale moslims furore mee maken. Er bestaan dus mensen die helemaal niet zo wíllen zijn als wij.

Op de vraag uit de titel, of Nederland veranderde, komt geen helder antwoord in de bundel; de auteurs zijn te wetenschappelijk voor een simpel ja of nee. Van den Brink gebruikt niet voor niets het woord ‘even’ bij het ineenstorten van de Nederlandse blik op de werkelijkheid.

Voor een simpel ‘nee, Nederland is helemaal niet veranderd’ zou je net zo stevig in je schoenen moeten staan als werkgeversvoorzitter Hans de Boer. In een interview in de Volkskrant sloeg hij zich laatst eens flink op de borst, degradeerde hij uitkeringstrekkers tot ‘labbekakken’, zei ‘toedeledoki’ tegen premier Rutte en noemde het lot van MH17 „hoe gruwelijk ook, een incident. Zo realistisch moet je zijn”. Zijn realisme stoelde op het welbegrepen eigenbelang van de werkgever. Nederland en Rusland hebben elkaar economisch nodig, zei hij, en kunnen die sancties van de EU niet een beetje worden versoepeld? (De EU heeft ze onlangs in de luwte van de Griekenlandcrisis stilletjes verlengd.)

In letterlijke zin heeft De Boer misschien gelijk; er zijn na het neerhalen van de MH17 geen raketten op andere passagiersvliegtuigen afgeschoten, dus structureel kunnen we de aanslag niet noemen. Maar de onnozelheid van zijn argumentatie was onthullend: „Mijn zoon heeft bijvoorbeeld Russen onder zijn Facebook-contacten.” Ze zijn net zo geworden als wij. Mensen met wie wij op Facebook zitten, halen toch geen vliegtuigen neer?

Maar het geweld aan de randen van Europa is wél structureel. Misschien zal over een eeuw zelfs blijken dat juist de naoorlogse vrede op ons continent – afgezien van de oorlog in voormalig Joegoslavië – incidenteel is geweest, net zoals de razendsnelle secularisering na de jaren zestig of de verzorgingsstaat. De vraag is of MH17 een mijlpaal is waarop de Nederlanders tegen die tijd terugkijken en zeggen: in 2014 is het allemaal begonnen.

Maar dan moeten we elkaar over een eeuw nog maar eens spreken. Een jaar na dato zijn er weinig aanwijzingen te vinden voor een fundamentele verandering in de Nederlandse en westerse samenleving. Er is beslist een verhoogd bewustzijn van de onvoorspelbaarheid van de geschiedenis. Maar de onzekerheid over schijnbare zekerheden – pensioen, koopkracht, een vast dienstverband – had al wortel geschoten na de kredietcrisis vanaf 2007. Het brute geweld dat de passagiers van MH17 het leven kostte, heeft de onzekerheid alleen maar onderstreept, zoals de aanslagen in Parijs begin dit jaar dat deden.

De MH17 werd direct verbreed van de 196 Nederlandse passagiers naar alle Nederlanders. Dit had ons niet allemaal kunnen overkomen, dit is ons allemaal overkomen. Deze week schreef een lezer in de rubriek ik@nrc.nl dat hij tegen iemand zei dat zijn broer met diens gezin bij de ramp was omgekomen. „Ja”, antwoordde de man. „Bijna elke Nederlander kent wel iemand die in dat vliegtuig zat. De buren van mijn zoon zijn een neef kwijtgeraakt. Ja, we zijn allemaal nog in shock hè?”

Twee weken geleden is in Zeeland een attractie opengegaan, in het Deltapark Neeltje Jans. De Watersnoodramp van 1953 als experience, in 3D. Onder het motto: beleef haar zelf! De eerste reacties na de aankondiging waren voorspelbaar: #respectloos. Er zijn 1.800 doden gevallen bij die ramp en dan moeten wij hem zelf beleven?

De directeur van het Watersnoodmuseum zei op de radio: „Stel dat er een attractie zou komen rond de MH17, om te ervaren hoe het is om in een vliegtuig te worden neergeschoten? Dan zou het land te klein zijn.” Maar Bert van de Hoef van Neeltje Jans zag er geen kwaad in. Hij vertoont op het panoramische beeldscherm geen archiefbeelden van de ramp, maar een simulatie van een dijkdoorbraak. Opdat „de jeugd van nu” zou begrijpen waarom er miljarden nodig zijn voor dijkonderhoud.

Dat zal dan wel de subtekst van de experience worden. De boventoon zal toch worden gevoerd door het natuurgeweld van water en wind en de nietigheid van de mens daar tegenover. De jeugd van nu wil zich kennelijk best even losrukken uit zijn leunstoel en van zijn first-person shooter game om een half uurtje te ervaren hoe het is om een slachtoffer te zijn.

In die behoefte schuilt een paradox die in 2002 haarscherp is beschreven door criminoloog Hans Boutellier in De veiligheidsutopie. De paradox van de westerse mens, die risico’s uitbant én, onder zo goed mogelijk gecontroleerde omstandigheden, opzoekt.

Het slachtoffer neemt in Boutelliers boek een sleutelplaats in. Bij afnemende geldigheid van begrippen als ‘het kwaad’ of ‘zonde’ in de moderne samenleving is de „afwijzing van wreedheid, vernedering en leed” een leidend beginsel geworden. „Het slachtoffer is de zaakwaarnemer van de publieke moraal geworden.”

Volgens Boutellier wordt de moderne samenleving gekenmerkt door een sterke psychologische identificatie met het slachtoffer, dat per definitie onschuldig is, zo onschuldig als alle Nederlanders zichzelf willen vinden. In het geval van MH17 heeft de laatste bezigheid van de slachtoffers – vrij, met de kinderen op reis; kan het onschuldiger? – de identificatie versterkt.

De geldigheid van Boutelliers betoog zie je terug in de bewegingen die in staat blijken veel sympathie op te wekken. Of het nu gaat om de stille tochten tegen zinloos geweld, de plofkip- en kiloknalleracties van Wakker Dier, het massale Je Suis Charlie of de recente rellen in de Schilderswijk – ze tonen aan dat mensen die elkaar niet kennen zich laten mobiliseren in een tijdelijke gemeenschap waarvan een slachtoffer het middelpunt vormt.

Je kunt nog een stap verder gaan en stellen dat in Nederland het slachtoffer de nieuwe held is – bij gebrek aan beter. De huldiging van het slachtofferschap past perfect bij de Nederlandse neiging moraal voor realiteit te plaatsen en bij de soms lastige parketten waarin Nederland terechtkomt als de realiteit een keer haar tanden laat zien.

Een echte held zal Thom Karremans wel nooit meer worden. De commandant van Dutchbat gaat de geschiedenis in als de man die in Srebrenica tegen zijn zegevierende vijand zei: „Ik ben alleen maar de pianist. Schiet niet op de pianist.”

Dat was in 1995. Vorige week, twintig jaar na dato, eiste hij excuses van de Nederlandse regering voor zichzelf en zijn manschappen. Omdat die hen met een onduidelijke opdracht en zonder duidelijke wapens naar een oorlogsgebied had gestuurd. Omdat ze dus machteloos waren tegenover de vastberaden Bosnische Serviërs. Omdat zij dan misschien niet dood zijn, maar wel slachtoffers. En met excuses zijn ze erkende slachtoffers.

In een reconstructie van de gebeurtenissen na de ramp met de MH17 onthulde deze krant vorige week dat in het kabinet, en in elk geval bij premier Rutte, eventjes de gedachte opkwam om commando’s naar de rampplek te sturen en onze doden desnoods met geweld terug te halen. De gedachte ging even snel weer van tafel, zeiden betrokkenen. Het zou neerkomen op een oorlogsverklaring en wat moest Nederland nou oorlog gaan voeren in Oost-Oekraïne?

Niet de daadkracht heeft de meeste indruk gemaakt na de ramp, maar het vertoon van rouw en verdriet. Er is zelfs – alweer: even – het gevoel geweest dat deze ramp de samenleving, modern gefragmenteerd als die is geworden, duurzaam zou her-verbinden. In Een ramp die Nederland veranderde? schrijft politicoloog Paul Dekker dat uit publieksenquêtes na de ramp, luider dan de verslagenheid over het leed zelf, het collectieve welbehagen spreekt over de reactie op dat leed. Hij citeert een geënquêteerde: „Ik vond het minder goed gaan met Nederland maar die situatie rond de vliegtuigramp heeft me laten zien dat Nederlanders wel saamhorig kunnen zijn en eerbiedig waar het nodig is.”

Dekker verwerpt in zijn artikel (met in de ondertitel het mooie begrip ‘sociaal verlangen’) de gedachte dat de breedte van de rouw niets zegt over de diepte ervan. „Dat we beter met elkaar kunnen omgaan ‘als het echt nodig is’, lijkt me een belangrijke binnenlandse les van de ramp”, schrijft hij. Belangrijker dan dit af te doen als ramptoerisme en vergelijkingen te trekken met de voetbalkoorts rond het Nederlands Elftal of de massale belangstelling voor de begrafenis van André Hazes.

Tegelijkertijd geven zijn voorbeelden aan dat, ook op het gebied van nationale rouw en saamhorigheid, MH17 geen breuk toont met het verleden. Oprispingen van collectief enthousiasme of verdriet worden al jaren omarmd, juist door mensen die op doordeweekse dagen langs elkaar heen leven, steeds minder verenigingen, kerken en clubs nodig hebben om zich door het bestaan te netwerken. Zelfs de rituelen waarmee die collectieve oprispingen vorm krijgen, lijken al een heleboel jaren op elkaar. Briefjes met ‘waarom’. Kaarsjes. Knuffels. Selfies van jezelf bij de knuffels.

Na de vliegramp in 1977 op Tenerife – 583 doden bij de botsing van twee vliegtuigen – organiseerde de regering geen nationale herdenking voor de slachtoffers. De omslag wordt meestal geplaatst bij de dood van Lady Diana in 1997. De rouwrituelen die we daar live op tv zagen, hebben wij overgenomen. Is het omdat slachtoffers meer steun ontlenen aan het delen van hun gevoel dan daders? Alle beschaafde mensen op de wereld zijn Charlie – en ze namen van Parijs tot New York en van Amsterdam tot Madrid allemaal een potlood mee om het aan elkaar te bewijzen.

Donderdag is om 12.19 uur een Boeing 777 van Malaysia Airlines van Schiphol opgestegen. De passagiers reisden mee naar de bestemming Kuala Lumpur, waar het met een vertraging van veertig minuten landde. Het vluchtnummer was MH19.

Dat is in elk geval veranderd.