De verleiding van SM

Het draait bij sadomasochisme niet om de pijn. En de beoefenaren zijn ook niet getraumatiseerd. Vier misverstanden over SM.

Foto Arjen Born

Op 21 juli verschijnt het boek Grey. Het is het vierde deel van wat tot voor kort de Vijftig tinten-trilogie heette, over de SM-relatie tussen studente Anastasia Steele en miljardair Christian Grey. Het is een vlak verhaal met clichématige personages, dat de ruimte opvult tussen hitsige seksscènes. „Deze balletjes ga ik in jou stoppen en dan ga ik je slaan, niet om je te straffen maar voor ons beider genot.” Enzovoort, uit deel één.

Grote kans dat u dat al kende. De Vijftig tinten verkochten in Nederland samen bijna 1,7 miljoen exemplaren. Het eerste deel Vijftig tinten grijs is het meest verkochte boek van de afgelopen vijf jaar, met 0,8 miljoen exemplaren. Wereldwijd zette schrijfster E.L. James een astronomische 125 miljoen boeken af.

Ongetwijfeld is een deel van de aantrekkingskracht van de trilogie dat het porno in boekvorm is. Maar de Vijftig Tinten roepen sinds de verschijning in 2012 ook de vraag op: waarom vliegt juist een boek vol bondage en (gematigd) sadomasochisme de winkels uit? „Er is iets gebeurd in de maatschappij”, suggereerde de Britse seksuoloog Tania Glyde afgelopen maart in The Lancet Psychiatry, „dat het gat vult tussen het simpele menselijke verlangen naar meer persoonlijk genot en verbondenheid, en de schijnbaar duistere en gevaarlijke SM-levensstijl van mensen die nooit glimlachen en zwart leer dragen.” Maar wat dat ‘iets’ dan is, laat ze open.

Het is een vreemde kwestie. Een boek vol zwepen en handboeien wordt meer gelezen dan Voetbal International. Tegelijk is sadomasochistische seks een taboe, en nog grotendeels onbegrepen. Vier misverstanden over de sado-wereld.

1 Sadomasochisme is zeldzaam

Het aantal mensen dat ‘wel eens’ aan sadomasochistische seks doet, is relatief groot. In Nederland gaat het om 7 procent van de volwassen bevolking, concludeerde de Rutgers Nisso Groep in 2006 op basis van een enquête onder ruim 4.000 mensen tussen 19 en 69 jaar. Een Amerikaans onderzoek uit 1993 kwam op 11 tot 14 procent (respectievelijk vrouwen en mannen). Het aantal mensen dat het regelmatig doet, is allicht lager: een Australisch onderzoek kwam in 2002 op 2 procent. Een op de vijftig.

En wat die mensen in de slaapkamer uitvoeren, weet niemand. Het Rutgers vroeg naar ervaring met ‘BDSM’ – dat is de meest gebruikte vakterm. Het betekent ‘bondage en disciplinering, dominantie en submissie, en sadomasochisme’, maar het is een ongedefinieerd containerbegrip.

Dan is nog de vraag of die andere 93 procent van de Nederlandse bevolking helemaal niets doet wat op BDSM lijkt. „Hoeveel sjaaltjes moet je in de slaapkamer hebben liggen, of hoe vaak moet je iets met een handboei hebben gedaan, voordat je het BDSM gaat noemen?”, verzucht een anonieme deskundige in het recente Nederlandse rapport Aan handen en voeten gebonden van bureau voor criminaliteitsanalyse Ateno (maart 2015).

Wat in ieder geval algemener is: seksuele fantasieën over sadomasochisme. Dat schreef de Amerikaanse pionier Alfred Kinsey al in 1953. 12 procent van de vrouwen en 22 procent van de mannen zei opgewonden te worden van een ‘verhaal met sadomasochistische inhoud’. (Kinsey schreef er niet bij wat hij zijn proefpersonen had voorgeschoteld.)

Begin jaren zeventig hield een Amerikaanse promovenda uitgebreide interviews over seksuele fantasieën met 141 welgestelde getrouwde vrouwen in New York. De fantasie ‘Ik stel me voor dat ik overmeesterd word, of gedwongen me over te geven’, stond op de tweede plaats – 65 procent van de vrouwen fantaseerde erover tijdens het vrijen. (Op nummer 1 stond een ‘imaginary romantic lover’.) En een studie uit 1980, bij 94 mannen, vond dat hun fantasieën vooral gingen over ‘bevestiging van seksuele macht, agressiviteit, en masochisme’.

Vijftig tinten zit tijdens seks dus meer in ons hoofd dan Blue Lagoon, maar we praten er niet over. Dat geldt zelfs voor seksuologen zelf. Charles Moser (VS) en Peggy Kleinplatz (Canada), die al lang onderzoek doen naar BDSM, begonnen hun wetenschappelijke bundel Sadomasochism (2006) met die constatering. „We merkten dat het publiek bij onze presentatie zelden of nooit vragen stelde. Dat deden ze pas in de wandelgangen.” Zelf spreekt Moser niet meer met de pers, mailt hij na aandringen. „Te veel slechte ervaringen.”

2 Sadomasochisme is ziek

Christian Grey is een belabberde ‘dominant’, vinden seksuologen. Hij communiceert slecht met Ana en is getraumatiseerd. Hij onthult in Grey dat ie als peuter zijn dode moeder vond – vermoord door haar gewelddadige echtgenoot – en dat dát zijn seksuele voorkeur bepaalde. Dat is een onwaar cliché. Mensen die aan BDSM doen, hebben niet vaker een jeugdtrauma, voelen zich niet vaker misbruikt, hebben een normale persoonlijkheid en hebben zeker net zo vaak als anderen een gewone baan.

Dat is meermalen aangetoond, bij mensen die BDSM-clubs of –webfora bezoeken en in de algemene bevolking. In het eerder genoemde Australische onderzoek hadden de regelmatige BDSM-beoefenaars (2 procent van de steekproef) evenveel psychiatrische en seksuele klachten als andere volwassenen. Ja, de mannen hadden iets vaker pijn bij het vrijen. „Maar dat kan de bedoeling zijn geweest”, merken de onderzoekers droogjes op.

BDSM-onderzoekers wijzen vaak op de uitgebreide normen (zelfs geschreven, als contract) die beoefenaars hanteren, en op de sociale controle en vaardigheidstrainingen in clubs. De Canadese seksuoloog Angela Weaver, die zelf onderzoek doet naar BDSM, mailt: „De deelnemers aan mijn studies maakten heel duidelijk: als er dwang aan te pas komt, is het geen BDSM. Dan is het misbruik. Wederzijdse instemming wordt heel serieus genomen.”

Toch zijn er nog altijd therapeuten die BDSM’ers afwijzen of als ziek beschouwen, klaagde seksuoloog Glyde eerder dit jaar in The Lancet Psychiatry. En in Nederland durven BDSM-beoefenaars die wél seksueel misbruikt, gestalkt of bedreigd worden, vaak niet naar politie of hulpverleners te stappen. Dat schrijven criminaliteitsonderzoekers Peter Kruise en Paul Gruter dit jaar in hun studie Aan handen en voeten gebonden, die ze uitvoerden in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie. BDSM’ers zijn bang voor negatieve reacties of zelfs, als ze kinderen hebben, voor de kinderbescherming.

3 Sadomasochisme is gericht op pijn

Wat de meeste mensen drijft als ze sadomasochistische seks beleven, is onbekend. Al het onderzoek daarnaar is gedaan op BDSM-fora en in BDSM-clubs. Dat is net zoiets als homoseksualiteit bestuderen door alleen in de darkroom te kijken. In Nederland horen naar schatting 5.000 tot 10.000 mensen bij die scene, 1 procent dus van alle mensen die in het onderzoek van Rutgers zeiden dat ze wel eens aan BDSM doen.

Maar met dat voorbehoud: van de seksuologen die de BDSM-gemeenschap bestuderen, vindt de meerderheid dat het niet primair om pijn gaat. Dominantie en onderdanigheid vormen de kern van BDSM, pijn is bijkomstig.

Ze verwijzen vaak naar een studie uit 1998, waarin de Canadese promovenda Patricia Cross het verloop van acht cyber-SM-sessies analyseerde. De deelnemers bespraken tijdens de cyberseks uitgebreid hun ongelijkwaardige rollen (Meester en slaaf, Dom en sub – en let op de hoofdletters), over het dwingen (handboeien en halsbanden), de hulpeloosheid. De BDSM’ers begonnen pas in tweede instantie over pijn, soms helemaal niet. „Als het over pijn zou gaan, zouden de deelnemers daar wel doelgericht naartoe werken”, concludeerde Cross.

Wat niet wil zeggen dat BDSM-seks geen pijn doet. Dat doet het – in ieder geval in de scene – vaak wel. Bij Cross vloeit er virtueel bloed. En Charles Moser vertelt in zijn boek hoe ongemakkelijk zijn eerste onderzoeksbezoek was aan een SM-feest in 1974. Een man sloeg een vrouw heel hard. „Ik zat me af te vragen hoe ik straks tegen de politie moest zeggen dat ik niet had ingegrepen terwijl die vrouw werd doodgeslagen.” (De vrouw kreeg vervolgens een enorm orgasme, schrijft Moser, en wilde nogmaals.) ‘Spel’ met naalden en messen is in clubs vrij gangbaar. En op een Nederlands spanking-forum wordt geklaagd dat de zwepen van de gewone seksshop niet voldoen: tweederangs materiaal, niet bestand tegen het harde meppen.

Maar, alweer, dat zegt alleen iets over deze gemeenschap. En er zijn zeker BDSM-praktijken waarbij mensen nauwelijks pijn lijden. Weaver: „Voor sommige beoefenaars is pijn nooit deel van hun BDSM-activiteiten, voor anderen is het een belangrijke component.”

4 Sadomasochisme is voor overbelaste managers

Veruit de best geformuleerde theorie over BDSM is van de vooraanstaande Amerikaanse psycholoog Roy Baumeister. In een prachtig artikel genaamd Masochism as escape from self zette hij in 1988 uiteen dat BDSM een ontsnapping is aan de eisen van de individualistische Westerse samenleving. Masochisme is de kern. Door gedomineerd en vernederd te worden, ontsnapt de moderne mens aan de continue vraag om te handelen, om te beslissen.

Baumeister ziet BDSM als een cultureel verschijnsel. Niet-Westerse uitingen van sadomasochisme, zoals de Japanse touwbondage, zijn volgens hem schaars (maar ook nauwelijks gedocumenteerd). In Europa valt ook op dat de Kerk nooit een letter aan SM heeft gewijd. Baumeister concludeert dat het voor de 18de eeuw niet bestond. Pas toen kende West-Europa een hausse aan SM-achtige pornoblaadjes .

Steun voor zijn theorie zag Baumeister ook in de praktijk van dure escorts in Washington DC. Die hadden in een onderzoek in de jaren 70 vaak gezegd dat hooggeplaatste klanten hen betaalden om geslagen te worden, níet om zelf te slaan. Baumeister zag BDSM als de ontlading van de topman of -vrouw die de controle mocht verliezen. De rol van de dominant is volgens Baumeister voor velen minder aantrekkelijk. „Ik denk dat er in SM meer submissives zijn”, mailt hij.

Maar latere studies geven Baumeister geen gelijk. In de meeste clubs is het aantal Doms ongeveer gelijk aan het aantal subs, en de rollen worden ook gewisseld. Angela Weaver en haar collega Ali Hébert interviewden BDSM’ers over hun rol, en hoe die zich verhoudt tot hun echte positie in het leven (The Canadian Journal of Human Sexuality, april 2015). Het ontsnappen uit het dagelijkse rollenpatroon was voor sommigen een drijfveer, zoals Baumeister had voorspeld. Maar anderen speelden met hun SM-rol juist hun persoonlijkheid uit. „Onze resultaten steunen én weerspreken zijn perspectief”, schrijven ze over Baumeisters theorie.

BDSM komt in Nederland bovendien evenveel voor in alle lagen van de bevolking, bleek in 2006 uit het Rutgers-onderzoek. Het is niet bij uitstek iets voor hoog opgeleiden.

Wat nu?

Ja, een nieuwe theorie. Er zijn onderzoekers die pogingen doen. Zoals socioloog Staci Newmahr in de VS die – onder meer op basis van haar eigen ervaringen in de lokale BDSM-club – betoogt dat BDSM geen seksuele activiteit is, maar ‘een serieuze vorm van ontspanning’.

Of de Tsjechische bioloog Eva Jozifkova, die een evolutionair-psychologische theorie opwerpt. „Ik heb ontdekt dat seksuele opwinding door hiërarchische verschillen, zoals in Vijftig tinten, verband houdt met groter voortplantingssucces in Homo sapiens”, legt ze desgevraagd uit. Maar de statistische onderbouwing is boterzacht, en ze wordt weinig geciteerd. „Ik sta erg alleen met mijn theorie.”

Om uit te maken of de menselijke liefde voor BDSM een diepere betekenis heeft, moeten er eerst nog wat basale kwesties uit de weg. Zoals: zijn er sekseverschillen in dominantierol? In een analyse van een Usenet-nieuwsgroep (het was de begintijd van het internet) door twee Zweedse psychologen uit 1995, bleken de mannelijke hetero’s voor 71 procent dominant, terwijl de vrouwelijke hetero’s voor 89 procent onderdanig waren. En Alfred Kinsey haalde in 1953 in een voetnoot wel zeven wetenschappers aan die in de eerste helft van de twintigste eeuw hetzelfde hadden beweerd. Moderne BDSM-literatuur maakt er weinig woorden aan vuil. Te anti-feministisch, misschien.

En de tweede kwestie: is sadomasochisme aangeboren of aangeleerd? Baumeister had goede argumenten voor de tweede optie. Aan de andere kant vertellen BDSM’ers vaak dat ze als kind al wisten van hun seksuele voorkeur. Ze lieten zich bijvoorbeeld vastbinden als indiaantje en vonden dat opwindend. In een beperkte Amerikaanse studie uit 2012 (met 18 deelnemers) zeiden zeven geïnterviewden dat ze achter hun voorkeur kwamen toen ze jonger dan tien jaar waren – zes anderen waren tien tot vijftien jaar oud. Baumeister, nu: „Misschien is de neiging er al op jonge leeftijd, maar komt die alleen in culturele context tot bloei.”

Maar het kan ook goed dat er geen diepere betekenis is. Onderzoekers noemen de mensen die aan BDSM doen „seksuele fijnproevers”. Ze hebben meer partners dan anderen en vaker ook zijn die van hetzelfde geslacht. Ook gebruiken ze meer seksspeeltjes en porno.

Dat zoveel mensen geïnteresseerd zijn in Vijftig Tinten, is dan vooral een bewijs dat meer mensen open staan voor ongewone vormen van seksualiteit. Angela Weaver: „Het laat zien hoe ongelofelijk gevarieerd de menselijke seksualiteit is. Dat moeten we vieren, en onderzoeken.”