De Europese Chinezen zijn onstuitbaar

Beschuldigingen over staatssteun en spionage krijgen Huawei niet klein. Het is een van de grootste Chinese investeerders in Europa.

Een testruimte van Huawei voor het verrichten van akoestische metingen in Shenzhen, China.

Beleefd antwoord geven op vragen naar de bekende weg. Dat hoort erbij als je werkt bij technologiebedrijf Huawei, een van de grootste Chinese investeerders in Europa. Vraag één is steevast: hoe spreek je de bedrijfsnaam uit, als waawei , hoe-aa-wei of gwaa-wee? (antwoord: mag allemaal).

En vraag twee: klopt het dat de Chinese overheid spioneert via de netwerkapparatuur van Huawei? Dat antwoord luidt: „We zijn een technologiebedrijf met een uitstekende reputatie, en er is nog nooit een incident geweest.”

Dat zegt William Xu, verantwoordelijk voor de marketingstrategie van het Chinese bedrijf. Op een bijeenkomst in het Duitse München sprak hij onlangs Europese zakenpartners toe. En hoewel het nogal galmde in de statige Kaisersaal van de Münchener Residenz, kwam Xu’s boodschap helder door: Huawei mag dan een Chinees bedrijf zijn, het voelt zich op en top Europees.

Maar wat voor bedrijf is het? Samen met Chinese merken als ZTE en Haier behoort Huawei tot de eerste Chinese techreuzen die in het buitenland succes hadden. Na een opmars in het Midden-Oosten en Afrika stortte Huawei, opgericht in 1987, zich op Europa. Huawei levert in Nederland bijvoorbeeld netwerkapparatuur aan Telfort, KPN en T-Mobile, vervoersbedrijven en Schiphol. Daarnaast bouwt het eigen telefoons en afgelopen jaar was Huawei na Samsung en Apple de grootste leverancier van smartphones.

Zelf telefoons maken, daar zijn concurrenten als Nokia/Alcatel-Lucent en Ericsson al mee gestopt. In de jaren negentig zetten deze Europese bedrijven met hun GSM-technologie de toon in de mobiele industrie. Twintig jaar later heeft Europa het nakijken; de smartphones komen uit Azië en de VS en netwerkleveranciers als Huawei zetten de prijzen scherp onder druk. Zo scherp, dat de Europese Unie een onderzoek instelde naar illegale prijssteun die Huawei zou ontvangen van de Chinese overheid. Door de prijsdruk zagen bedrijven als Nokia en Ericsson hun marges dalen; Nokia koopt nu branchegenoot Alcatel-Lucent om een vuist te maken tegen de Chinese concurrentie.

Huawei hoorde eind vorig jaar dat de EU geen bewijs vond voor illegale staatssteun. Wonder Wang, verantwoordelijk voor Huawei Nederland, heeft een charmant argument waarom stunten met prijzen sowieso geen optie is. „Europeanen zijn veel te slim om zich te laten verleiden door lage prijzen. Je kunt je niet in deze markt kopen.”

No cheap copy

Hoe je Europeanen wèl kunt verleiden? Door geld te pompen in de regionale economie en door de technologische vooruitgang te stimuleren. Inmiddels is Huawei een de grootste Chinese investeerders in de EU, met tien eigen onderzoekscentra en zo’n 10.000 Europese werknemers. Een derde van de omzet van 42 miljard euro komt uit ‘EMEA’, de verzamelnaam voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika.

Afgelopen week maakte Huawei bekend dat het 3,5 miljard euro zal investeren in de ontwikkeling van 5G in Europa. Deze nieuwe generatie mobiele netwerken is sneller dan de huidige 4G-verbindingen en moet alle denkbare apparaten met internet verbinden – één netwerk van industriële toepassingen, slimme steden en huishoudens en efficiëntere logistieke ketens.

Volgens Bernard Schep, productmanager bij Huawei, schetsen met name Amerikaanse concurrenten het beeld dat het Chinese bedrijf een „cheap copy company” is, een goedkope producent van andermans technologie. „Dat idee had ik ook altijd. Totdat ik in 2012 op een beurs deze doos tegenkwam.”

Schep wijst naar een schakelkast voor datacentra die – hij rekent even hardop– 2 terabit per poort kan verwerken.

En dat is veel?

Ja dat is veel, zegt Schep. „Concurrenten waren toen nog lang niet zo ver. In China zijn grote internetbedrijven als Alibaba en Tencent gewend met enorme datastromen om te gaan en die vragen Huawei speciale apparatuurvoor hen te bouwen.”

Zo zag Bernard Schep het licht. „Ik heb 25 jaar voor Amerikaanse bedrijven gewerkt en maakte tweeënhalf jaar geleden de stap naar het Oosten.” Hij heeft er geen spijt van gehad. „Ik heb gemerkt dat Huawei klanten makkelijker bij zich in de keuken laat kijken.” Ze zijn guller met informatie omdat het bedrijf niet beursgenoteerd is, denkt Schep.

Snowden helpt een handje

Huawei werd in 1987 opgericht door Ren Zhengfei. Het bedrijf groeide snel, ook al waren buitenlandse netwerkleveranciers als Nokia en Ericsson al actief in China. Wonder Wang verklaart het succes door Zhengfei’s aandacht voor het Chinese platteland. „Die buitenlandse bedrijven waren vooral op de grote steden gefixeerd, waar ze hoogste winsten konden maken. Wij richtten ons meer op voordelige apparatuur voor de kleine steden.”

Huawei breidde snel uit naar het buitenland. De bijzondere aandacht voor de Europese markt is een pragmatische beslissing. Het bedrijf ondervindt grote tegenstand om in de Verenigde Staten uit te breiden. In de VS ligt Huawei overhoop met concurrenten, met name Cisco. Dat beschuldigde Huawei er in 2012 van technologie gestolen te hebben.

Daarnaast boycotten Amerikaanse bedrijven netwerkproducten uit China; ze verdenken Huawei ervan te nauwe banden te hebben met de Chinese overheid – met name het leger – en spionage mogelijk te maken door gaten in de software. Huawei ontkent deze aantijgingen, maar dat helpt ze geen steek verder in de Amerikaanse markt.

Er is wel iets veranderd. Sinds klokkenluider Edward Snowden duidelijk maakte dat Amerikaanse apparatuur misbruikt wordt door geheime diensten, twijfelen Europese bedrijven ook hardop of Amerikaanse producten wel spionage-proof zijn. Helpt dat Huawei misschien?

Wonder Wang van Huawei Nederland: „Wij spioneren niet – ze proberen ons zelf te bespioneren.” Uit de Snowden-documenten bleek dat de NSA Huawei-topmensen afluisterde.

„We zijn een 100 procent privébedrijf, zonder links met de regering of andere partijen”, aldus Wang. Huawei zet de deuren open voor tests door externe veiligheidsexperts „Er is nog geen greintje bewijs gevonden, ook niet na uitgebreide onderzoeken.”

Discussie over de herkomst van hardware is volgens Wang niet meer relevant. Huawei maakt zijn eigen chips voor sommige apparaten, maar importeert ook veel elektronica uit Japan en de VS. „We hebben meer dan tienduizend verschillende leveranciers, waarvan de helft uit de Verenigde Staten komt.” Geen van de grote netwerkleveranciers is zelfvoorzienend, zegt Wang. „De telecomindustrie is een open, wereldwijde markt.”

Afgelopen jaar groeide de omzet van Huawei met 20 procent – sneller dan concurrenten. Het bedrijf lijkt de wind mee te hebben nu het ook smartphones en smartwatches op de Europese markt brengt. Dat heeft de bekendheid van de merknaam goed gedaan, zegt Wang.

Consumenten hebben doorgaans weinig of geen bezwaar tegen Chinese producten. En zodra consumenten een product in de winkel herkennen, wordt het ook makkelijker om zakelijke klanten te winnen. „De afgelopen twee jaar hebben we in Nederland grotere klanten erbij gekregen, zoals verschillende gemeenten en openbaar vervoersbedrijven.”

Huawei concurreert met zijn Android-telefoons tegen een andere Chinese telefoonfabrikant, Xiaomi. Dat bedrijf wist in vijf jaar tijd uit te groeien tot een van de grootste telefoonmakers met goedkope, maar goede hardware. Binnenkort kan Huawei echter een belangrijke slag slaan op de smartphonemarkt. Google gaat naar verluidt samen met Huawei een telefoon produceren; deze Google Nexus geldt als het topmodel voor Android-telefoons.

Een oer-Amerikaans techbedrijf kiest dus voor Chinese hardware. Wellicht is dat wel de sleutel waarmee Huawei de gesloten Amerikaanse markt alsnog weet te openen.

Met medewerking van Oscar Garschagen.