De Chinese leiders zwijgen, wat betekent dat?

Een maand al duurt de neergang van de beurzen in China. Wil de communistische partij dit systeem nog wel?

‘Zwarte vrijdag’ was de opmaat naar ‘zwarte woensdag’ en nu duurt de Chinese beurzencrisis al een maand. In die tijd is bijna 4.000 miljard dollar in rook opgegaan. Maar de Chinese president en partijleider, Xi Jinping, en zijn premier, Li Keqiang, hebben nog met geen woord gesproken over het echec dat hun hervormingsagenda in het hart raakt.

Hun zwijgen vormt een scherp contrast met hun eerdere uitspraken over ‘grote hervormingen’, waarin de markten een hoofdrol moesten spelen. Nog geen anderhalf jaar geleden bepaalden Xi Jinping en zijn economisch onderlegde tweede man zelfs dat de „de markten een beslissende factor in de economie moeten worden”. Op het intussen beroemde Derde Plenum van het 18de Partijcongres werden driehonderd sociale en financieel-economische hervormingen in het vooruitzicht gesteld. Versterking en uitbreiding van de kapitaalmarkten werden een prioriteit.

Intussen is de tijd dat de groei kon worden gefinancierd met kredieten van overheid en staatsbank, allang voorbij. Zonder een goed functionerende kapitaalmarkt stagneert de groei, lopen grote sociale hervormingen zoals de invoering van een pensioenstelsel vast, kunnen bedrijven niet investeren en verzandt de aangekondigde sanering van staatsbedrijven.

Aangemoedigd door Xi Jinping, de partijpers (het Volksdagblad voorop) en een leger aan ‘deskundigen’ kwamen tientallen miljoenen kleine en middelgrote beleggers in beweging. Beleggen werd een daad van vaderlandsliefde. Miljoenen Chinese middenklassers veronachtzaamden de risico’s, zij gingen ervan uit dat de beurs alleen zou stijgen. Dat stond immers met vette letters in de krant.

Een opgezweepte sfeer

In deze opgezweepte sfeer is het niet verwonderlijk dat er onder de beursautoriteiten paniek ontstond toen opeens het tij keerde. Uitspraken van de hoogste leiders hebben in China de status van profetieën – en worden door de bureaucratie beschouwd als in steen gehouwen marsorders.

In plaats van koelbloedig afzijdig te blijven tot de markt beslist had, regende het contraproductieve maatregelen om de koersval te stoppen. Analisten zijn eensgezind tot de conclusie gekomen dat dit ingrijpen door de overheid de paniek onder de kleine, veelal gokkende investeerders heeft vergroot.

Dat deze maatregelen niet werden gecorrigeerd door een parlement, een centrale bank, een onafhankelijke rechtspraak en vooral een onafhankelijke, agressieve financiële pers, leidt tot de vraag of een aandelenbeurs hier wel werkelijk kan bestaan.

Een nog belangrijkere vraag is of deze beurscrisis wellicht zal leiden tot de politieke conclusie dat de markten beter geen beslissende factor meer kunnen spelen – en dat de staat de dominante spelbepaler blijft. Xi Jinping, zoon van een revolutionair van het eerste uur, lijkt opeens te twijfelen.

Duizenden arrestaties

Er waren al eerder twijfels gerezen over zijn hervormingswil. Plannen om het landbezit te privatiseren, nieuwe vrijhandelszones op te richten, het geboorteregistratiesysteem (hukou) en de eenkindpolitiek te moderniseren zijn vertraagd of ingetrokken. Dat gebeurde na verzet van belangengroepen: lokale overheden, grote steden en staatsbedrijven. Dat geldt ook voor juridische hervormingen. Zelfs Xi Jinpings grote anticorruptiecampagne is in rul zand beland.

Versterking van de greep van de partij op een samenleving die steeds verder digitaliseert en het tegenhouden van politieke hervormingen, krijgen daarentegen prioriteit. De duizenden arrestaties van advocaten, bloggers en corrupt bevonden kameraden vertellen dat verhaal in ongecensureerde termen.

De vraag is daarom of Xi Jinping werkelijk de ambitie, de macht en het draagvlak in de communistische partij heeft om te voorkomen dat de opmars van China stagneert, net als Japan in de jaren negentig van de vorige eeuw.

Machtsbehoud en het voortbestaan van de communistische partij zijn vooralsnog belangrijker dan politieke en economische hervormingen. En zolang die economie op de automatische piloot blijft groeien – het officiële groeicijfer van 7 procent wordt overigens allerwegen betwijfeld – en sociale onrust uitblijft, lijkt Xi Jinping zich niet te willen haasten. Dat hebben imperiale heersers in China in hun wereldomvattende wijsheid immers nooit gedaan.