Ajax-leider met de zegen van Cruijff

Hij is 22, maar de aanvoerder van Ajax vindt dat hij een voorbeeld moet zijn. Vrijdag scoorde hij in het oefenduel tegen Wolfsburg.

Ajax-captain Davy Klaassen met coach Frank de Boer. Foto PROSHOTS

Nabij de hordes handtekeningenjagers langs het veld in De Lutte liggen John Heitinga, Davy Klaassen en Donny van de Beek op een matje van schuim. Terwijl ploeggenoten zich languit ontspannen op het gras, voltooit het drietal de training met extra buikspieroefeningen, voorgedaan door Heitinga. „Doe mij maar na”, zegt de 31-jarige verdediger, waarna zijn twee witblonde ploeggenoten dezelfde houding aannemen. „Klaar”, roept hij na de sessie. „Lekker jongens.”

Twee uur later, met een kop koffie op het terras van landhuis De Bloemenbeek, waar Ajax al decennia zijn trainingskamp belegt, toont Davy Klaassen zijn respect voor de teruggekeerde routinier bij Ajax. „John loopt voorop. Hij heeft oog voor iedereen en doet altijd wat extra’s. Het zit hem in kleine dingen zoals die buikspiersessies. Hij wil niet overdreven zijn ervaring overbrengen, maar geeft wel het goede voorbeeld.”

Zo geef je invulling aan het begrip leiderschap, vindt Klaassen. Hij beziet het met interesse, want het is een rol die ook op zijn schouders rust. „Ik voel verantwoordelijkheid”, zegt hij. „Een voor een zijn de grote jongens vertrokken. Eerst Jan Vertonghen en André Ooijer, later ook Daley Blind en Christian Poulsen. Langzaam kreeg ik het gevoel dat ik moest opstaan. De jongens die er net bij zijn, moet ik helpen. Zoals ik het zelf ook fijn vond als de oudere jongens met mij bezig waren. Als de grote jongens je opmerken, geeft dat je het gevoel dat je erbij hoort. Het vertrouwen dat je fouten mag maken.”

Hij weet hoe hij zijn rol voor ogen heeft, de nieuwe aanvoerder van Ajax, die vrijdagavond scoorde in het oefenduel tegen VfL Wolfsburg (1-1) in de Arena. Niet routinier Heitinga zal de band dragen, maar de 22-jarige Davy Klaassen. Geroemd om zijn voetbalkwaliteiten, sociale vaardigheden en hoge arbeidsethos. Hij geldt als de oogappel van trainer Frank de Boer. Alsmede die van clubicoon Johan Cruijff, die hem in zijn column in De Telegraaf al vergeleek met Xavi en Toni Kroos. Alle drie hebben een perfecte balaanname, zijn tweebenig en leiden geen balverlies. Aldus Cruijff.

Cruijff Court

Mooie complimenten zijn het, waar Klaassen voorzichtig om glimlacht. „Waar Ajax voor staat, dan heb je het over Klaassen. Een echte Ajax-speler”, zegt Frank de Boer over hem. Klaassen: „Erg mooi.”

Vaak is zijn eerste reactie een zakelijke. Vraag je naar het voetbalveldje dat naar hem is vernoemd in zijn woonplaats Hilversum, dan zegt hij dat die eer nou eenmaal verbonden is aan de prijs die hij heeft gewonnen als talent van het jaar 2014. Alsof hij uit zelfbescherming waakt voor te veel enthousiasme. Niemand die deze voetballer op een onvertogen woord betrapt. Het eerste kwade woord over Klaassen moet nog altijd worden geschreven.

Vindt hij zo’n veldje niet bijzonder? „Als je ziet wie allemaal zo’n Cruijff Court krijgen, is het niet helemaal logisch dat er al een naar mij is vernoemd. Ik vind het een hele eer. Zoiets is totaal niet vanzelfsprekend.” Hij kon zelf een suggestie doen waar het veld zou worden aangelegd en koos voor de nieuwbouwwijk naast zijn oude voetbalclub HSV Wasmeer.

Klaassen is geleidelijk veranderd sinds hij op 11-jarige leeftijd bij Ajax ging spelen. Hij is vooral mondiger geworden. „Ik heb wel eens aan mijn ouders gevraagd wanneer die ommekeer was. Rond de B-junioren, zeiden ze. Dat was ook de fase waarin ik bij Ajax steeds meer als een van de grotere talenten werd gezien.” Die status maakte hem bewuster van zijn eigen kunnen, gaf hem meer vertrouwen in zichzelf. „Hé, aanvoerder, hoe is het?” roepen ze tegenwoordig op straat.

Hij brak in 2011 door, met een doelpunt na 42 seconden als invaller tegen NEC. Maar het seizoen daarop miste hij vrijwel volledig vanwege liesproblemen. De oplossing werd deels gevonden in Barcelona, waar de destijds twintigjarige speler wekenlang elke vrijdag werd behandeld door de voormalige clubarts van FC Barcelona. „Ik moest wel. Was zo klaar met de pijn. Ze hebben me daar injecties gegeven waardoor de scherpe pijn langzaam wegtrok. Als je ’s avonds thuiskomt en je je beter voelt, is het niet erg om op en neer te reizen naar Barcelona.”

Tijdens zijn herstel kwam zijn doorzettingsvermogen naar voren. Elke dag was hij van 9 tot 5 bezig met herstellen. Om vervolgens op vrijdag om 4 uur ’s nachts op te staan voor een dagje Spanje. Meest memorabel was de keer dat Johan Cruijff voor zijn neus stond in de kliniek. „Hij kwam een praatje maken en was heel relaxed. Maar het blijft toch Cruijff. Indrukwekkend dat hij je gedag komt zeggen.”

Saaie wedstrijden

Het respect dat hij voor Cruijff heeft, is er ook voor zijn coach. Bewonderen doet Klaassen niet, maar als hij een eigenschap van De Boer moet noemen is het diens gedrevenheid om altijd goed te presteren. „Hij houdt niet van half werk. Hij kan zich ook om vrijwel alles druk maken.”

Klaassen vertelt hoe zeer de coach zich vorig seizoen heeft opgewonden door de matige prestaties, evenals hijzelf. Ajax werd tweede met liefst zeventien punten achter kampioen PSV. „Daar heb ik echt mee gezeten, waarom het niet lukte. Dan keek ik ’s avonds de samenvatting en dacht ik: hoe kun je zo’n saaie wedstrijd voetballen. Het deed gewoon pijn. Waarom we het niet konden ombuigen? Achteraf denk ik omdat het voor veel jongens hun eerste echte seizoen was. We waren zeker niet goed genoeg om eerste te worden. PSV was sterker. Zij hebben het jaar ervoor een matig seizoen gehad en zijn daar sterker uit gekomen. Ik geloof dat het bij ons ook zo kan werken. Er is heel duidelijk het besef dat het absoluut beter moet.”

„Zelf moet ik het ook elke keer weer laten zien. Je kan leider willen zijn, maar dan moet je wel goed voetballen.”