Column

Wie arm is, leeft fout, denken de neoliberalen

In een wereld die volledig draait om winnen of verliezen, is geen plaats voor solidariteit, stelt Ilja Leonard Pfeijffer vast.

Helemaal aan het einde van het interview met minister Edith Schippers van Volksgezondheid dat afgelopen week in Elsevier stond, zegt ze iets opmerkelijks: ‘Mij is duidelijk geworden dat jonge mensen gevoelig zijn voor het argument van wederkerigheid, veel meer dan voor een beroep op solidariteit.’

In het interview gaat het over het concrete voorbeeld van een oproep tot orgaandonatie. ‘Het pamflet dat jongeren kregen, speelde alleen maar in op medeleven met onbekende anderen. In gesprek met jongeren merkte ik dat ze afhoudend reageerden. Waarom zouden zij zo’n formulier tekenen als ze er zelf niet beter van worden? Ik heb toen die tekst laten veranderen en de wederkerigheid erin gebracht. Het besef dat je ook op jonge leeftijd een virus kunt oplopen waardoor je zelf een orgaan nodig hebt.’

Maar ik denk dat de observatie van minister Schippers verder reikt dan dit ene voorbeeld en ik vrees dat zij, onbedoeld of bedoeld, een pregnante analyse geeft van een belangrijke mentaliteitsverandering. Belangeloos altruïsme is uit de mode geraakt. Een cadeau is een deal geworden. De enige reden om iets voor een ander te doen is dat je er iets voor terug verwacht.

Nu denk ik niet dat solidariteit met zwakkeren ooit een uiting is geweest van puur, onverdund altruïsme. We hebben de armen en de zieken altijd geholpen omdat we beseften dat onze rijkdommen en gezondheid fragiele zegeningen waren die ons elk moment door het lot konden worden ontnomen. Wat er is veranderd, is dat we de zwakkeren niet langer zien als ons eigen onfortuinlijke spiegelbeeld en dat we niet meer geloven in het lot, maar in schuld.

Je kunt het de jongeren niet eens kwalijk nemen dat ze zo zijn gaan denken. Ze zijn geboren na de val van de Muur en de definitieve overwinning van het kapitalisme op het communisme. Ze zijn opgegroeid in de jaren waarin het neoliberalisme triomfantelijk werd beleden als het enige ware geloof. Ze denken dat ze in een wereld leven waarin succes een keuze is. In zo’n wereld is gebrek aan succes een bewijs van falen. Als iedereen de kans heeft om zichzelf exuberant te verrijken, is armoede je eigen schuld. Je kunt solidair zijn met minder bedeelde broeders, maar niet met losers. In een wereld die volledig draait om winnen of verliezen, is geen plaats voor solidariteit. Het spel is hard en mededogen voor de ander is een teken van zwakte. In een wereldbeeld dat volledig wordt bepaald door economische termen, is het duidelijk wie de waarheid in pacht heeft en het gelijk aan zijn zijde. De waarheid is kwantificeerbaar en valt ondubbelzinnig af te lezen aan het bedrag dat aan het einde van je leven op je bankrekening staat. Wie arm is, leeft fout.