Want hier is de sfeer warm, en zijn er (bijna) geen computers

Op de Vrije School Brabant is fluitles verplicht. En bij De Vuurvogel corrigeert de lerares zingend twee kleuters die in een speeltoestel klimmen. Een kindvriendelijke benadering werkt beter, vinden ze er.

Leerlingen van de Vrije School Brabant in Eindhoven maken hun eigen fluit, onder leiding van een vakdocent. Groep acht van die school speelt een lied in de gymzaal, samen met hun leraar. Foto’s Geisje van der Linden

Groep 3 van de Vrije School Brabant in Eindhoven werkt vandaag aan hun fluit. Met piepkleine vijltjes maakt een groepje zevenjarigen een eerste gaatje in een bamboebuis.

Die fluit moet de hele schoolcarrière mee: 29 achtstegroepers verzamelen zich even later in de gymzaal van de school. Samen met hun leraar spelen ze een meerstemmig lied.

Fluitles is hier verplicht. Alleen daaraan al zou je kunnen herkennen dat je niet in een reguliere basisschool bent.

Maar er is meer te zien.

Zo staat de school vol met speelgoed van natuurlijke materialen, vooral hout. Op kastjes en tafels liggen paarse amethisten en andere stenen. Ook opvallend: in vrijescholen vind je geen digiboards, maar ouderwetse krijtborden.

De vrijeschool is populair. De Vrije School Brabant (256 kinderen) kan niet veel groei meer aan. Of neem De Vuurvogel in Zoetermeer. Ook daar merken ze dat de klassen steeds voller zitten.

Als je het de ouders zelf vraagt zeggen ze: warme sfeer

Maar waarom kiezen ouders eigenlijk voor het vrijeschoolonderwijs?

Als je het henzelf vraagt, zeggen ze: de sfeer, die is vriendelijker op vrijescholen. En het is er minder competitief, zeggen ze ook.

Machteld van der Zon (47) zegt dat soort dingen bijvoorbeeld. Zij is conciërge bij De Vuurvogel in Zoetermeer. En ja, haar eigen kinderen zitten er ook op. „Ik vind het belangrijk dat kinderen breder ontwikkeld worden, niet alleen cognitief. En de sfeer is hier veel warmer dan op een reguliere school.”

Hoe dat er dan uitziet? Nou, bijvoorbeeld hoe verderop in een klaslokaal Inge Pitlo (38) twee kleuters corrigeert die op een speeltoestel klimmen. Dat doet ze zingend. „We zitten in de kring, kinderen, we zitten in de kring”, klinkt het.

Juf Pitlo kent het verschil tussen de vrijeschool en het reguliere onderwijs goed. „Ik heb jaren in het reguliere onderwijs gewerkt en werd er gillend ongelukkig.”

Wat haar nu wél gelukkig maakt? De verbondenheid, zegt ze, er is op deze school meer saamhorigheid. En ook: binnen het vrijeschoolonderwijs wordt gewoon meer aangeboden dan alleen de kennisvakken. Handwerken (breien en haken), bijvoorbeeld. En ook euritmie, bewegingsonderwijs op muziek, is een vast onderdeel.

In Eindhoven is net een groepje negenjarigen op slofjes aan zo’n les begonnen. De juf, een vakdocent met een vierjarige euritmie-opleiding, legt op één been uit wat er gaat gebeuren. „We zijn kikkers en ooievaars. Daar gaan we!” En de negenjarigen hoppen op hun hurken de zaal door.

„Ze leren spreken met hun lichaam”, zegt schoolhoofd Ray Kusters. Net zo belangrijk als rekenen en taal, zegt hij. Er wordt, vindt juf Pitlo, op vrijescholen echt vanuit het kind gedacht. „Die kindvriendelijke benadering past veel beter bij mij.”

En ja, dat uit zich ook in de afwezigheid van digitale hulpmiddelen. Pas op latere leeftijd (zo rond de twaalf jaar) beginnen de meeste vrijescholen met computeronderwijs. Computeren leren ze toch wel, zeggen veel ouders. „Van door het bos lopen leer je ook veel”, zegt Heidi Gündel (45), klassenmoeder bij de Vrije School Brabant.

En wat vinden de nieuwe ouders?

Vrijescholen zijn scholen met tradities, kortom. En vaak ook met een familietraditie: ouders, nichtjes, neefjes, ooms en tantes gingen de leerlingen voor.

Maar nu de scholen steeds populairder worden, zijn er ook steeds meer ‘nieuwe’ ouders en kinderen. Hebben zij dezelfde overwegingen als de ‘traditionele’ ouders?

We vragen het klassenmoeder Heidi Gündel. Ze moest, zegt ze, „best wennen in het begin” – al is dat nu al zeventien jaar geleden. Haar dochters gingen alle drie naar de Vrije School Brabant. De laatste gaat na dit schooljaar door naar de vrije middelbare school.

Dat wennen was vooral: dat iedereen meewerkt. Zelf is ze inmiddels alweer jaren klassenmoeder. En dat is niet niks – ouders organiseren, knutselen en bakken hier wat af. Het zesdeklasfeest, vertelt ze, wordt bijvoorbeeld helemaal geregeld door ouders. Heidi Gündel: „Zonder ouders geen vrijeschool.”

En merken de scholen dat er veel nieuwe en andere kinderen bij komen?

Nou, vooral tijdens verjaardagen, zegt Lex Bos (58), meester op De Vuurvogel. „Sommige ouders vragen of ze chips mogen trakteren.” Maar dat hoort traditioneel gezien niet op een vrijeschool: daar draait het om gezond en verantwoord. Geen snacks dus. En biologisch eten op schoolreisjes.

Toch snapt meester Bos die nieuwe ouders ook wel. „Je kunt in groep 6 niet meer aankomen met verantwoorde cakejes.”

Dat gaat bij De Vrije School Brabant wel anders. Frisdrank, chips, zoete dingen: het komt er daar niet in. Maar vanzelf gaat het niet, zegt klassenmoeder Heidi Gündel: „Daar moet je andere ouders dan wel op aanspreken.”