Waarom de Duitse bondskanselier uiteindelijk nooit de trekker zal overhalen

Als de bondskanselier de Griekse economie wil redden, denkt ze aan investeren, productiestijging, en export – minder aan uitgeven. Maar Merkel wil niet de beul zijn.

Bondskanselier Merkel: „Het resultaat van afgelopen maandag is hard, vooral voor de Grieken.” Foto Axel Schmidt/Reuters

‘Is Europa mislukt?’ En ‘bestaat de Europese solidariteit alleen nog op Duitse voorwaarden?’ In Duitsland stellen ze graag grote vragen. Zoals woensdagavond in het tv-debatprogramma Anne Will. Een van de deelnemers, Europarlementariër Daniel Cohn-Bendit (70), heeft geen goed woord over voor de manier waarop bondskanselier Angela Merkel en haar minister van Financiën Wolfgang Schäuble in de Griekse crisis hebben geopereerd. Zo wordt Duitsland weer de boeman van Europa, vreest hij. Jens Spahn (35), een van de staatssecretarissen op Schäubles ministerie, maakt zich veel minder zorgen. Duitsland heeft het goed voor met de Grieken, vindt hij.

Twee Duitsers, twee generaties, een wereld van verschil.

Angela Merkel zit daar zo’n beetje tussenin, zegt Pieter de Wilde, een Nederlandse onderzoeker aan het Wissenschaftszentrum Berlin für Sozialforschung. Merkel ziet zichzelf als de kleindochter van Konrad Adenauer en de dochter van Helmut Kohl. Ze wil niet de geschiedenis ingaan als de kanselier die de Europese integratie te grabbel heeft gegooid.

Ze is ze ook een pragmaticus, een politicus met weinig ideologische overtuigingen en altijd op zoek naar het compromis. „Ze doet me een beetje aan Job Cohen denken”, zegt De Wilde in de tuin van het instituut aan de Reichspietschufer. „Ze wil de boel bij elkaar houden, pappen en nathouden. Dat maakt haar tot een prima crisismanager, maar ook tot een slechte hervormer. Verwacht van haar geen grote veranderingen, omdat ze altijd eerst zal polsen: wat wil iedereen, hoe kan ik daarin gemeenschappelijke grond vinden.”

Garanties

In het begin van de Griekse crisis heeft Merkel benadrukt dat voor haar elke stap terug een falen van het hele Europese project betekent. Griekenland moet in de euro blijven, anders faalt de euro. En als de euro faalt, faalt Europa. Het was een rigide standpunt dat bedoeld leek om de markten tot rust te brengen. Zoals Mario Draghi van de Europese Centrale Bank de financiële garanties gaf, zorgde Merkel voor de politieke.

„Een paar jaar geleden was dat nog logisch”, zegt De Wilde. „Toen zou uittreden van de Grieken riskanter zijn geweest dan nu. Inmiddels hebben de Duitse banken hun handen van Griekenland afgetrokken. De kans dat het gevaar overslaat naar de rest van Europa is nu veel kleiner. Maar Merkel zit nog in dat rigide standpunt gevangen.”

Aan Merkel zie je hoe de Duitse identiteit, ook in relatie tot Europa, is veranderd en nog steeds verandert. „Na de Tweede Wereldoorlog moest Duitsland zijn identiteit opnieuw uitvinden”, zegt De Wilde. De rest van Europa denkt daarbij vooral aan Vergangenheitsbewältigung, het verleden in de ogen durven kijken. Duitsers die geen Duitsers meer wilden zijn en de Europese integratie beschouwden als een mooie vluchtweg. „Maar dan onderschatten ze het Duitse nationalisme. Dat is niet langer militair, of antisemitisch – op wat uitwassen na. Maar het is niet verdwenen. Het Duitse nationalisme is verschoven naar economie en sport: naar Wirtschaftswunder, naar Made in Germany en naar die Mannschaft.”

De Duitse variant van het sociale liberalisme, ook wel ordoliberalisme, waarin de staat met duidelijke regels de condities schept voor de vrije markt, is niet toevallig de dominante economische stroming. Het is een kernwaarde van de Duitse identiteit. De succesvolle manier waarop Duitsland de financiële crisis heeft doorstaan, heeft dat alleen maar bevestigd.

Als Merkel probeert de Griekse economie te redden, denkt ze aan investeren, productiestijging, export, groei van het bruto binnenlands product. En minder uitgeven. Maar dat is volgens De Wilde niet wat de Grieken bedoelen. „Het Griekse voorstel is: meer consumptie. Op de lange termijn betekent dat eindeloos geld storten.”

De Griekse crisis maakt duidelijk dat Duitsland niet lang meer bereid is om Europese problemen op te lossen met een grote zak geld. „Andere Europese landen hebben steeds weer geprobeerd Duitsland in te binden. Maar ze moeten zich afvragen of ze wel zo door kunnen doorgaan. Als de Duitsers ook maar een beetje eigengereid opereren, wordt het verleden erbij gehaald. Maar Duitsland wordt langzaam immuun voor nazi-verhalen”, zegt De Wilde.

Toch verkeren de Duitsers in tweestrijd. De crisis bedreigt ook de Frans-Duitse as. „Die vinden ze hier nog steeds heel belangrijk”, zegt De Wilde. „Die as dient ook als een excuus. Als die wegvalt, moet Duitsland bekennen dat het de hegemonie heeft op het Europese vasteland.” Maar de Frans-Duitse as is een politiek instrument. Merkel zal volgens De Wilde hameren op „sparen en nog eens sparen, exporteren en niet importeren, streng en oerdegelijk.” Als Frankrijk zich blijft verzetten tegen hervormingen zal de spanning toenemen. Om Frankrijk in de juiste richting te duwen, had Merkel misschien beter voor een Grexit kunnen kiezen. De Wilde denkt dat ze dat diep ik haar hart niet erg zou hebben gevonden. Maar zij kon nu eenmaal niet degene zijn die de trekker overhaalde.