Waarom baas Xi zo stil is als de beurzen crashen

Financieel echec raakt hervormingsagenda van de grote leider in het hart.

Een belegger in Beijing bekijkt de Chinese aandelenkoersen. Foto Kim Kyung-hoon/Reuters

‘Zwarte vrijdag’ was de opmaat naar ‘zwarte woensdag’ en sindsdien wordt de Chinese aandelenmarkt, de op een na grootste ter wereld, kunstmatig beademd en gevoed. Inmiddels duurt de Chinese beurzencrisis een maand, waarin bijna 4.000 miljard dollar in rook is opgegaan. De Chinese president en partijleider Xi Jinping en premier Li Keqiang hebben tot vandaag met geen woord gesproken over het echec dat hun hervormingsagenda in het hart raakt.

De koersen dalen na een opleving weer, buitenlandse investeerders trekken zich terug en de twijfels over hun leiderschap groeien. Een duidelijker signaal dat de Chinese partijleiders ‘Xi Da Da’ (Xi de Grote Vader) in verlegenheid zijn gebracht en zich bewust zijn van hun gezichtsverlies hadden zij niet kunnen geven.

Het zwijgen staat in scherpe tegenstelling tot hun talrijke eerdere uitspraken over ‘grote hervormingen’, waarin de markten een hoofdrol moeten spelen. Nog geen anderhalf jaar geleden bepaalden de ‘keizer-president’ Xi Jinping en zijn economisch onderlegde tweede man zelfs dat de „de markten een beslissende factor in de economie moeten worden”.

Paradox

Op het intussen beroemde Derde Plenum van het 18de Partijcongres werden driehonderd sociale en financieel-economische hervormingen in het vooruitzicht gesteld. Versterking en uitbreiding van de kapitaalmarkten werd tot een prioriteit verheven.

Dat was een logisch besluit. Ook de Chinese communisten zijn na decennialange, interne debatten tot de conclusie gekomen dat voor de ‘hergeboorte van China’ en voor het verwezenlijken van de ‘Chinese droom’ de kapitaalmarkten onontbeerlijk zijn. Het maakt de paradox – een kapitalistische beurs in een communistisch ontwikkelingsland – zo fascinerend.

De tijd dat de groei, essentieel voor het politieke overleven van de Communistische Partij van China (CPC), kon worden gefinancierd met overheids- en staatsbankkredieten is allang voorbij. Zonder een goed functionerende kapitaalmarkt stagneert de groei, lopen grote sociale hervormingen zoals de invoering van een pensioenstelsel vast, kunnen bedrijven niet investeren en verzandt de aangekondigde sanering van staatsbedrijven.

Sprak overkoepelend leider Deng Xiaoping in 1990 bij de heropening van de door Mao Zedong in 1949 gesloten beurs van Shanghai nog over „een experiment”, Xi leek een eind te hebben gemaakt aan de ideologische discussies over de rol van de markt van een in naam ‘socialistische economie’.

Aangemoedigd door Xi, de partijpers, het Volksdagblad voorop, en een leger aan ‘deskundigen’ kwamen tientallen miljoenen kleine en middelgrote beleggers in beweging. Beleggen werd een daad van vaderlandsliefde, een door het Volksdagblad geprezen bewijs van steun aan „de grote ontwikkelingsstrategie”. Miljoenen Chinese middenklassers veronachtzaamden de risico’s, zij gingen er van uit dat de beurs alleen zou stijgen. Dat stond in de krant met vette letters. ‘Moral hazard’ in optima forma.

Marsorders

In deze opgezweepte sfeer – iedereen met een iPhone leek te beleggen – is het niet verwonderlijk dat er na een maandenlange stijging van de koersen onder de beursautoriteiten paniek ontstond toen opeens het tij sneller keerde dan verwacht. Uitspraken van de hoogste leiders hebben in China de status van profetieën en worden door de bureaucratie beschouwd als in steen gehouwen marsorders.

In plaats van koelbloedig afzijdig te blijven tot de markt beslist had, regende het contraproductieve maatregelen om de koersval te stoppen. Analisten zijn eensgezind tot de conclusie gekomen dat ingrijpen door de overheid de paniek onder met name de kleine, veelal gokkende investeerders heeft vergroot. Dat is ook een reden waarom Xi en Li zwijgen, want de onervaren Chinese beursautoriteiten blijken onderdeel van het probleem te zijn.

Ook deden zij in het top-downbestuursmodel wat zij dachten dat de leiders van hen verwachtten. Interveniëren zit in de ideologische genen van communistische bestuurders, net als angst voor verlies aan controle op de loop der dingen en angst voor ‘instabiliteit’. Het is niet duidelijk (en dat zal het nooit worden) of Xi – die de machtige partijcommissie voor economische en financiële zaken leidt – zelf heeft ingegrepen of dat het de eerstverantwoordelijke premier Li Keqiang was.

Dat deze maatregelen niet werden gecorrigeerd door een parlement, een centrale bank, een onafhankelijke rechtspraak en vooral een onafhankelijke, agressieve financiële pers leidt tot de politieke vraag of in China een aandelenbeurs werkelijk kan bestaan. Het beeld van een streng gecontroleerde, gemanipuleerde, artificiële en deels ook corrupte beurs wil maar niet van het internationale netvlies verdwijnen.

Een nog belangrijkere vraag is of deze beurscrisis zal leiden tot de politieke conclusie dat de markten beter geen beslissende factor kunnen spelen in de Volksrepubliek en dat de staat de dominante spelbepaler blijft. Veel keus lijkt Team Xi-Li niet te hebben, want zonder markthervormingen komt op termijn de groei in het geding. Maar leider Xi Jinping, zoon van een revolutionair van het eerste uur, lijkt opeens te twijfelen. Er hangt een sfeer van besluiteloosheid om zijn ‘keizerlijke presidentschap’.

Hokou

Er waren al eerder twijfels gerezen over zijn hervormingswil. Plannen om het landbezit te privatiseren, nieuwe vrijhandelszones op te richten, het geboorteregistratiesysteem (hukou) en de eenkindpolitiek te moderniseren zijn vertraagd of ingetrokken na verzet van belangengroepen: lokale overheden, grote steden en staatsbedrijven. Dat geldt ook voor juridische hervormingen. Zelfs zijn grote anticorruptiecampagne is na de veroordeling van politbureaulid Zhou Yongkang in rul zand beland.

Versterking van de greep van de partij op de verdigitaliserende samenleving en het tegenhouden van politieke hervormingen krijgen daarentegen prioriteit. De duizenden arrestaties van advocaten, bloggers en corrupt bevonden kameraden vertellen dat verhaal in ongecensureerde termen. De vraag is daarom of hij werkelijk de ambitie, de macht en het draagvlak in de CPC heeft om te voorkomen dat de opmars van China stagneert, net als Japan in de jaren negentig van de vorige eeuw.

Machtsbehoud en het voortbestaan van de communistische partij zijn vooralsnog belangrijker dan politieke en economische hervormingen. En zolang die economie op de automatische piloot blijft groeien – het officiële groeicijfer van 7 procent wordt overigens allerwegen betwijfeld – en sociale onrust uitblijft lijkt Xi Jinping zich niet te willen haasten. Dat hebben imperiale heersers in China in hun wereldomvattende wijsheid immers nooit gedaan.