Voor euro was trekken van grens juist nodig

Het Griekse akkoord laat een bittere smaak na. Het lijkt wel een staakt-het-vuren in een heilige oorlog. Niemand is er blij mee, er zijn enkel verliezers. De Griekse premier Tsipras heeft zijn hoed moeten opeten, de publieke opinie spreekt van ‘capitulatie’, ‘coup’ en ‘kolonisatie’ en er vallen weer molotovcocktails op het Syntagmaplein. De Duitse regering moet – net als de partners in Den Haag, Helsinki en Bratislava – bij een sceptisch thuispubliek steun vinden voor een nieuw Grieks miljardenpakket, minister Schäuble overspeelde zijn hand door met Grexit te dreigen en kanselier Merkel moet toezien hoe elders in Europa het anti-Duitse sentiment opflakkert. Ook thuis wordt ze erom gekritiseerd.

Wel wordt het wankele compromis beetje bij beetje steviger. Maandag was het nog een houten voetbrug over een kolkende rivier. Met de ja-stem in het Griekse parlement is de brug aan één oever alvast verstevigd. Nu zijn de crediteuren-parlementen aan zet. Tegen heug en meug, maar ze doen mee. Zoals Tsipras woensdag in de Vouli, zal Merkel vrijdag in de Bondsdag enkele tientallen hardliners in haar eigen partij verliezen, maar haar meerderheid komt niet in gevaar. Europa overspant uitersten dankzij het midden.

De ergernissen voor de Duitse regering komen nu vooral uit Amerika. Het IMF gooide deze week weer eens een bommetje en wil niet meedoen met de nieuwe bail-out (een Duits-Nederlandse eis in de Brusselse nacht) tenzij we de Griekse schuld houdbaar maken (kiespijn voor Rutte en Merkel). De Amerikaanse pers was eensgezind snoeihard met kritiek op het Duitse machtsvertoon. Niet alleen usual suspects als Paul Krugman en andere Keynesianen die al vijf jaar tegen ‘Berlijns’ beleid ageren, maar ook de afgewogen New York Times-commentator Roger Cohen, die vreest dat Duitslands dominantie nu splijtend op Europa werkt. Gek worden ze in Berlijn ook van de aansporingen van de regering-Obama soepel te zijn. Vorige week liet Wolfgang Schäuble zich ontvallen dat hij zijn Amerikaanse collega Jack Lew een ruil had voorgesteld: de VS zouden de Griekse euroschuld overnemen en Duitsland de dollarschuld van Puerto Rico. Een zure grap, die irritatie verraadt. Maar Amerika heeft makkelijk praten. De belastingbetalers draaien er niet op voor Griekse schuld en het land is gewend zijn binnenlandse schuld in de vorm van dollarbubbels en inflatie op het buitenland af te wentelen.

Washington toont weinig begrip voor de Duitse zorg om de geloofwaardigheid van de Europese muntunie als geheel, die ondermijnd wordt als spelbrekers ongestraft blijven. Voor een Amerikaans oor kan Berlijn de muntunie beter vergelijken met de NAVO, het monetaire met het militaire bondgenootschap. Zou Washington een regering die de Atlantische band zegt te verafschuwen, onder de veiligheidsparaplu wil blijven maar ‘nee’ aanbeveelt in een referendum over defensie-uitgaven tot de laatste snik omarmen? De euro had juist nodig dat een grens werd getrokken.

Slechts twee spelers verlieten de Brusselse veldslag ongeschonden. Europees Raadspresident Donald Tusk, lang afzijdig, trad kordaat op – maandagochtend 6 uur, de onderhandeling stond op breken – door Merkel en Tsipras in zijn bureau op te sluiten tot ze een akkoord hadden over het laatste obstakel, het privatiseringsfonds. Zo won Tusk aan gezag. Van zijn kant liet president François Hollande doorschemeren dat alleen dankzij Franse steun aan Tsipras de muntunie nog intact was. Op 14 juli zei hij op de vraag of Athene was vernederd, een tik uitdelend aan Schäuble: „De echte vernedering zou zijn geweest Griekenland uit de eurozone te jagen.” Onderliggende boodschap: de Duitsers mogen de sterksten zijn, in een uur van de waarheid blijft de euro een Frans-Duits kindje.