Vandaag in de Tour: de onvoorspelbare heuvels tussen Alpen en Pyreneeën

in 2013 was het Rui Costa die een van de weinige overgangsritten van die ronde op zijn naam schreef. Hij zou later ook nog een bergrit winnen. Foto EPA / Yoan Valat

Van alle ritten in de Ronde van Frankrijk zijn de overgangsetappes de minst voorspelbare. Ze zijn namelijk te gemakkelijk om veel tijd te winnen op concurrenten, maar te zwaar voor veel sprinters. Niet zelden worden de heuvelachtige ritten tussen de Alpen en Pyreneeën daarom getekend door een lange vlucht.

Niet iedereen zal echter in staat zijn om een kleine tweehonderd kilometer in de aanval te gaan. Na drie dagen Pyreneeën voelen veel benen waarschijnlijk wat vermoeid aan. Maar tegelijkertijd zijn de etappes van de komende dagen de laatste kansen voor de renners die niet goed zijn in klimmen.

Toch moeten de renners die vandaag om de zege willen meedoen wel een béétje heuvelop kunnen rijden. Tussen Muret en Rodez liggen namelijk verscheidene heuvels, vooral in het laatste deel van de etappes. Zo moeten de renners vandaag over twee cols van vierde en één van derde categorie.

Hoe verging het vorige keer?

Slechts één keer eerder deed de Tour de France Rodez aan, tijdens de editie van 1984. Winnaar was toen de Fransman Pierre-Henri Menthéour. In 2010 vertrok de Tour eens uit Rodez, een rit die werd gewonnen door Alexandr Vinokoerov. Hij sprong op een laatste klimmetje weg en bleef de aanstormende sprinters voor.

Wie maken er kans?

In principe kan elke renner die een beetje uit de voeten kan op heuvelachtig terrein meedoen om de overwinning. Denk bijvoorbeeld aan een renner van het type Michal Kwiatkowski, die het gisteren ook al in de ontsnapping probeerde. Of wat te denken van een Thomas Voeckler, die tot dusver een vrij kleurloze Tour rijdt.

Vinokoerov rijdt naar de overwinning in 2010:

Toch kan de rit van vandaag ook een prooi worden van een sterke sprinter, die erin slaagt op de steile klimmetjes vlak voor de finish bij de kopgroep te blijven. Renners zoals John Degenkolb en Peter Sagan zouden dat moeten kunnen. Maar denk ook aan Edvald Boasson Hagen, van het uiterst aanvallend rijdende MTN – Qhubeka.