Stralende steden voor Übermenschen

De Franse architect Le Corbusier was een militante fascist en totalitair denker. Dat blijkt uit twee onthullende studies naar zijn politieke en sociaal-esthetische opvattingen.

1. Le Corbusier: Le Modulor (met de rechterarm gestrekt), 19543. De Modulor in het beton van Le CorbusiersUnité d’ Habitation in Rezé-les-Nantes Collection Barberis, Fondation Le Corbusier, Arkivi

Toen Hitlers hofarchitect Albert Speer in 1937 La Ville Radieuse, Le Corbusiers ontwerp voor een nieuwe miljoenenstad, op de Wereldtentoonstelling in Parijs had gezien, zei hij: ‘Zelfs de wreedste dictator zal zijn onderdanen niet onderwerpen aan zoiets monsterlijks.’

In de Stralende Stad van de Zwitsers-Franse architect Le Corbusier (1887-1965) staan de kantoortorens en woonblokken in absolute, symmetrische orde opgesteld. Alles heeft er zijn eigen, vaste plek en de wijken voor wonen, werken en bestuur zijn strikt van elkaar zijn gescheiden. Traditionele straten met gesloten gevelwanden komen er niet voor. Steden zijn een machine of een lichaam, meende Le Corbusier, en de essentie van stedenbouw is ‘circulatie’, zoals hij verkeer noemde. Daarom heeft de Ville Radieuse immense autowegen als verkeersaderen die de verschillende stadsdelen met elkaar verbinden.

De Stralende Stad is ook een hiërarchische en gesegregeerde stad. Een elite van bestuurders en managers houdt kantoor in de eenvormige glazen torens van 200 meter hoog in het vierkante centrum van de stad. Iets buiten het centrum wonen ze in lagere, lange haakvormige balken in parken, iets verder woont het middenkader. Aan de rand van de stad, niet ver van de fabrieken, staan de woningen van de arbeiders. Voor het proletariaat, de werklozen en armen is geen plaats in de Stralende Stad. Zij zijn teruggestuurd naar het platteland waar ze vandaan kwamen. Daar zijn ze te werk gesteld op Fermes Radieuses, Stralende Boerderijen.

‘Een koude wereldbeschouwing’ noemt de Franse architect en hoogleraar filosofie Marc Perelman de stedenbouw van de invloedrijkste architect van de 20ste eeuw in Le Corbusier. Une froide vision du monde. Het is een van de twee boeken over de esthetische en politiek-sociale opvattingen van de architect die vlak voor het begin van de grote Le Corbusier-tentoonstelling in Parijs verschenen en toen voor opschudding zorgden onder de in Frankrijk nog altijd talrijke Corbubewonderaars. In het andere, Le Corbusier. Un fascisme français, gaat de Franse journalist Xavier de Jarcy een stap verder. Aan het einde van zijn boek noemt hij Le Corbusier een ‘militante fascist’. Weliswaar is de architect nooit lid geweest van een fascistische partij of vereniging, maar in de jaren 1920-1944 verkeerde hij voornamelijk in fascistische en extreemrechtse kringen. Het was volgens De Jarcy dan ook niet uit opportunisme maar uit overtuiging dat Le Corbusier zich tijdens de Tweede Wereldoorlog vestigde in Vichy om er te werken voor het met de nazi’s collaborerende regime van maarschalk Pétain.

Perelmans ‘essay’ is grotendeels een in pompeus proza gestelde analyse van Le Corbusiers stedenbouw. Niet alleen behandelt hij stedenbouwkundige plannen als het beruchte Plan Voisin (1922) en de Ville Contemporaine (1925), maar ook heeft hij gedaan wat bijna niemand wegens onleesbaarheid tegenwoordig nog doet: hij las veel van de meer dan vijftig boeken van Le Corbusier om de opvattingen achter de ontwerpen te achterhalen.

Autoriteit

Die blijken totalitair. De Ville Radieuse is een gigantische verkeersmachine zonder geschiedenis waaraan de bewoners geheel zijn onderworpen. Democratie bestaat niet in Le Corbusiers nieuwe wereld. Een elite van technocraten, onder leiding van een sterke autoriteit – Le Corbusier droeg La Ville Radieuse op aan L’ Autorité – maakt er de dienst uit. De bewoners wonen als monniken in volledig gestandaardiseerde woningen met verplicht witte muren.

Le Corbusier dacht dat de bewoners van zijn stad de Ville Radieuse in de nabije toekomst slechts een uur of vijf zouden werken. Dit baarde hem grote zorgen, schrijft Perelman, want in hun overvloedige vrije tijd zouden ze zich overgeven aan verderfelijke activiteiten als bioscoopbezoek. Om dit te voorkomen zou veel sporten in de Ville Radieuse verplicht zijn. Daarom kreeg elk woonblok zijn eigen sportveld en -zalen.

Anders dan De Jarcy noemt Perelman Le Corbusier niet expliciet fascistisch, maar suggereert hij dit slechts. Zo stelt hij vast dat de ideale man van 1 meter 83, de basis voor Le Corbusiers maatsysteem Le Modulor, sprekend lijkt op de gespierde mannenbeelden met brede schouders, smalle heupen en kleine hoofden van Arno Breker, een van Hitlers lievelingsbeeldhouwers. De Modulorman is een Übermensch, schrijft Perelman, en staat dan ook niet toevallig vaak met zijn arm gestrekt. Ook haalt hij antisemitische citaten en lof voor Hitler aan uit de brieven die Le Corbusier tijdens W.O. II schreef aan zijn moeder in Zwitserland.

In Un fascisme français behandelt De Jarcy niet alleen in heldere woorden Le Corbusiers totalitaire opvattingen, maar gaat hij ook uitvoerig na wat hun bron is. Ze blijken vrijwel allemaal afkomstig van zijn fascistische en extreemrechtse vrienden en kennissen met wie hij in de jaren twintig en dertig tijdschriften als La Grand’ Route en Prélude volschreef. Het verplichte sporten in zijn Ville Radieuse had hij bijvoorbeeld overgenomen van dokter Pierre Winter, een bevriende arts die in Parijs een appartement bewoonde in hetzelfde gebouw als Le Corbusier. De fascist Winter geloofde dat veel sporten de wording van de nieuwe, moreel hoogstaande mens bevorderde. Ook het grote belang dat Le Corbusier hechtte aan zuiverheid, hygiëne, gezondheid, viriliteit, ‘herschepping van het ras’ en zijn weerzin tegen het proletariaat, zwervers en ‘uitschot’ zijn afkomstig uit de potpourri van ideeën, opvattingen en overtuigingen waaruit het Franse fascisme bestaat.

Zijn grootste obsessie – die met de machine – had Le Corbusier overgenomen van de Italiaanse futuristen onder leiding van Filippo Tommaso Marinetti, wiens politieke partij in 1918 fuseerde met Mussolini’s fascistische beweging. ‘Een brullende automobiel is mooier dan de Nike van Samothrace’, had Marinetti al in 1909 geschreven in zijn Futuristisch Manifest. Ook Le Corbusiers stedenbouw was gebaseerd op de ideeën van futuristen als de architect Antonio Sant’ Elia.

Utopie

Hoezeer Le Corbusiers Ville Radieuse een uiting is van het Franse fascisme, blijkt uit het gegeven dat veel fascisten zijn werk omarmden. Zo zette Philippe Lamour, een van de leiders van de Fasceau des combattants et des producteurs , in zijn boek Entretiens sous la Tour Eiffel uit 1929 omstandig uiteen dat de Nieuwe Orde en de Nieuwe Mens gestalte zouden krijgen in de nieuwe steden van Le Corbusier. De schrijvende Franse diplomaat en Hitleraanhanger Jean Giraudoux schreef in 1943 het voorwoord van de Chartre d’ Athènes, waarin Le Corbusier de beginselen van de moderne stedenbouw had vastgelegd.

Bewonderaars van Le Corbusier beweren altijd dat La Ville Radieuse was bedoeld als utopie, schrijft De Jarcy. Maar Le Corbusier deed zijn hele leven zijn best deed om zijn Stralende Steden of delen daarvan te realiseren. Bovendien werd Le Corbusiers stedenbouw na de Tweede Wereloorlog buitengewoon invloedrijk. Wat Albert Speer onmogelijk achtte, gebeurde, grappig genoeg, juist na het verslaan van de wrede Duitse dictator: na 1945 kregen de Verenigde Staten hun Corbusiaanse projects, Oost-Europa zijn Plattenbauwijken en Nederland zijn Bijlmermeer en andere buitenwijken met woonbalken zoals Le Corbusier die had getekend in zijn Ville Radieuse.

Vooral in Frankrijk werden de stedenbouwkundige beginselen van de Chartre d’ Athènes vrij nauwgezet toegepast in de banlieues vol grands ensembles zonder straten die de grote Franse steden in de jaren 1955-1975 kregen. ‘Monumenten die zijn nagelaten door het Franse fascisme’, noemt De Jarcy ze. De huidige ‘moderniteit’ heeft veel meer fascistische wortels dan vooral Franse historici willen weten, zo besluit hij zijn indrukwekkende boek: het is hoogste tijd dat ze dit onder ogen zien.