Signaal vanuit Nederland voor Griekenland: het geduld is op

Met een gebrekkig mandaat moet de Nederlandse regering deelnemen aan de Europese onderhandelingen over de uitvoering van het voorlopige akkoord dat de Eurogroep met Griekenland heeft gesloten. Dat is de conclusie van het overleg dat de Tweede Kamercommissie voor Financiën gisteren voerde met premier Rutte (VVD) en minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA).

Dijsselbloem vroeg expliciet om de steun van de Kamer, maar die kreeg hij van regeringspartij VVD slechts mondjesmaat. Dat geeft te denken, omdat hij niet alleen minister in eigen land is, maar ook, zojuist herkozen, voorzitter van de Eurogroep. Praat verder, denk niet dat wij het er nu mee eens zijn, later misschien wel, maar we vertrouwen de Grieken niet. Daar komt samengevat de houding van de VVD op neer. Het zal die partij niet ontgaan zijn dat volgens een peiling (van tv-programma Een Vandaag) 44 procent van de VVD-kiezers het onacceptabel vindt dat Rutte heeft ingestemd met een nieuw steunpakket voor Griekenland.

Vooralsnog weet het kabinet zich slechts gesteund door een minderheid, PvdA en D66, de partij die voor een politiek veel machtiger Europa is. Beperkte steun dus, want ook het CDA, dat volgens zijn programma bij de aanpak van de economische crisis staat „voor sterke coördinatie en integratie op Europees niveau”, sprak over Griekenland gisteren vooral in termen als „bodemloze put”.

Het overleg van de van reces teruggekeerde Kamercommissie met de twee bewindslieden bracht, behalve een breed gevoel van wantrouwen jegens Griekenland, ideologische tegenstellingen aan de linkerkant van het politieke spectrum aan het licht.

Vooral toen Dijsselbloem de frustraties de vrije loop liet die hij het afgelopen half jaar had opgelopen als Eurogroep-voorzitter in onderhandeling met de Griekse regering. De privatisering van staatsbedrijven leidde tot een fel dispuut van de PvdA’er met SP en GroenLinks. Die twee partijen keren zich tegen de verkoop van bijvoorbeeld de haven van Piraeus. De keuze is volgens Dijsselbloem: of die haven blijft in overheidshanden, dus van een staat die geen geld te besteden heeft, of particulieren nemen hem over en zorgen via investeringen voor werkgelegenheid en economische groei.

Hij kiest voor het laatste, maar weigerde, uitgedaagd door de SP, dat „liberaal” te noemen. Met de „ideologische vergezichten” die de Griekse regeringspartij Syriza hem had voorgespiegeld – en nu ook SP en GroenLinks – was de Eurogroep-voorzitter „klaar”.

Zo gaf menige Nederlandse politicus er blijk van dat het geduld met Griekenland op is. Dat zal elders in Europa niet veel anders zijn. Het zijn geluiden die voor Athene niet mis te verstaan zijn.