Pensioenfondsen onder druk door rekenregels en verliezen

De omstreden ingreep van toezichthouder DNB en de onrust op de beurzen vreten aan de grote pensioenfondsen.

De huidige dekkingsgraden van de twee grootste pensioenfondsen van Nederland, ABP en Zorg en Welzijn, zakken door de nieuwe rekenregels van De Nederlandsche Bank (DNB) met zo’n 2 tot 3 procent. Dat hebben ABP (2,8 miljoen deelnemers) en Zorg en Welzijn (2 miljoen deelnemers) vanmorgen bekendgemaakt bij de kwartaalcijfers.

De dekkingsgraad is de verhouding tussen kapitaal en uitkeringen en geeft de gezondheid van de pensioenfondsen weer. De actuele dekkingsgraad van ABP (ambtenaren en onderwijzers) komt met de nieuwe rekenregels uit op 102 in plaats van 103,9 procent. Zorg en Welzijn zit op 103 procent en zou 3 procentpunt zakken.

De fel bekritiseerde verlaging van de rekenrente door DNB is 15 juli ingegaan en wordt eind deze maand door de fondsen doorgevoerd. De toezichthouder wil zo voorkomen dat fondsen nu te veel pensioen uitkeren en te weinig overhouden voor volgende generaties. Maar de maatregel heeft een dempend effect op de dekkingsgraden, waardoor fondsen meer geld in kas moeten houden en de pensioenen niet snel kunnen verhogen.

De grote pensioenfondsen profiteerden het afgelopen kwartaal van de lichte stijging van de marktrente, maar leden ook verliezen door de onrust op de financiële markten. Het beleggingsrendement van ABP daalde 4,3 procent en het vermogen slonk in totaal 16 miljard euro. Bij Zorg een Welzijn ging het om min 6,6 procent en 11,5 miljard euro vermogen.

Ook de dekkingsgraden van de pensioenfondsen voor de bouw (839.000 deelnemers) en de metaal (PMT, ruim 1 miljoen deelnemers, en PME, 625.000 deelnemers) daalden licht. De actuele dekkingsgraad van PME zakt door de nieuwe rekenregels 2,4 procent; het fonds spreekt van „een stap terug” in financieel herstel. PMT zegt dat deze dekkingsgraad 3,2 procent „verdampt”: „Een hard gelag voor onze deelnemers”, aldus PMT.