Noem je je kind Atticus, krijg je zoiets

Schrijver Coates zegt dat het debat over racisme moet worden ontdaan van de sentimentaliteit. Hij wordt geprezen, waar Lee wordt verguisd.

Afgelopen dinsdag, op dezelfde dag dat het langverwachte Go Set a Watchman van Harper Lee verscheen, kwam ook Between the World and Me uit, door Ta-Nehisi Coates. Het ene boek is fictie, het andere non-fictie, maar het onderliggende thema is identiek. Het zijn vrijwel zeker de belangrijkste boeken over ras van dit jaar. Opmerkelijk is hoe verschillend beide boeken zijn ontvangen. Misschien zegt dat iets over de kwaliteit van de boeken, maar het kan ook iets zegen over Amerika.

Kijk eerst naar de lauwe ontvangst van het Harper Lee’s tweede boek. In 1960 verdiende ze een verlammende sterrenstatus met To Kill a Mockingbird, een roman over raciale ongelijkheid in Amerika’s diepe zuiden. De reden dat iedere Amerikaanse scholier het las, en het nog altijd koestert, is de typisch Amerikaanse karakteropbouw. Er is een groot onrecht (racisme), er is een individu (advocaat Atticus Finch) dat het eigen geweten laat spreken. Finch werd een oer-protagonist, Atticus werd een populaire voornaam.

In Go Set a Watchman zijn de verhoudingen veranderd, en opvallend genoeg vallen recensenten én lezers daarover. Atticus Finch is twintig jaar later niet langer een progressief icoon, maar denkt meer als zijn omgeving. Hij bezoekt de racistische Maycomb County Citizens’ Council, en heeft een pamflet in huis: The Black Plague. ‘Is Atticus Finch een racist?’ vroeg de krant USA Today zich verbijsterd af.

The New York Times kan niet begrijpen hoe ‘de volmaakte Atticus’ plotseling kon veranderen in een ‘zeloot’. CNN registreerde hoe een smachtende menigte lezers teleurgesteld reageerde op de val van hun held. En, vroegen sommige recensenten zich af, had Lee niet moeten denken aan al die mensen die Atticus heten?

Zet dat eens naast de ontvangst van het tweede boek van Ta-Nehisi Coates, een van de belangrijkste auteurs over ras in de VS. Zijn Between the World and Me geldt als het boek van het jaar.

Coates zegt dat het debat over racisme moet worden ontdaan van de sentimentaliteit die het thema omringt. Amerikanen denken er meestal zo over: eerst was er slavernij, toen segregatie, maar na King, Lee en Obama gaat het langzaam beter. Volgens Coates zitten zwarten nog altijd gevangen, in slechte scholen, drugswijken en gevangenissen. Vooruitgang is er niet. De ‘oude’ Atticus Finch, zou je kunnen zeggen, heeft nooit bestaan. Coates wordt erom geprezen als ‘eerlijk’, Lee, die Amerika een illusie ontnam, verguisd.