Kijk verder dan de tranen

Vandaag wordt de ramp met de MH17 herdacht. Veel Nederlanders zijn door de ramp geconfronteerd met rouw. Maar hoe kun je als omgeving het beste omgaan met nabestaanden? Marieke Poelmann schreef een handleiding in zeven stappen.

Vandaag is het een jaar geleden dat vlucht MH17 van Malaysia Airlines werd neergehaald boven Oekraïne. De 198 omgekomen Nederlanders laten door het hele land ouders, kinderen, broers, zussen, grootouders, vrienden, buren en collega’s achter. Voor nabestaanden is het gemis er niet alleen vandaag, maar elke dag van het jaar. Hoe kan de omgeving van een nabestaande daar het beste mee omgaan? Voor rouw bestaat geen recept, maar voor medeleven misschien wel. Een korte ‘rouwhandleiding’, in zeven stappen.

1. Besef dat rouw is niet zomaar over is

Aan rouw zit geen houdbaarheidsdatum. Het gemis gaat nooit meer over, want de overledene komt nooit meer terug. Verdriet sluimert, verstopt zich soms voor korte tijd, maar komt op onverwachte momenten weer terug. Net als je denkt dat het wel weer gaat. Dat proces is verwarrend en kan jaren duren. Voor nabestaanden kan het erg pijnlijk zijn als iemand uit de omgeving zegt: ‘het zal nu wel weer gaan’, of ‘het leven gaat door’. Besef dat als iemands ouders overlijden, ook zijn of haar leven als kind sterft.

Voor ouders die hun kind verliezen, is dat precies andersom en kan het voelen alsof hun toekomst hen is afgenomen. Zeg dus niet ‘het is alweer zo lang geleden’. Een jaar verder? Dat is nog maar het begin.

2. Deel je herinneringen

Gelukkig zijn er een heleboel dingen die je wél kunt doen als iemand een dierbare verliest. Het delen van je herinneringen aan de overledene bijvoorbeeld. Een brief, kaart of verhaal uit onverwachte hoek waarin iemand vertelt hoe ze naast jouw moeder in de klas zat of wat voor streken je vader uithaalde in zijn studententijd, helpt enorm. Wanneer je met de nabestaanden je herinneringen aan de overledene(n) deelt, geef je hen namelijk een klein stukje terug van de persoon die ze zijn verloren. Een stukje dat ze misschien nog niet kenden.

3. Ontloop een nabestaande niet

Iemand die rouwt, bijt niet. Sommige mensen vinden het moeilijk om een nabestaande te benaderen. Ze zijn bang om iets verkeerds te zeggen, of vinden het (onbewust) een eng idee dat de dood zo dichtbij komt. Maar helemaal niets zeggen is veel erger dan iets verkeerds zeggen. Praten over de overledene is de enige manier waarop je iemand levend kunt houden. En praten met een nabestaande maakt dat zware rouwproces een beetje minder eenzaam. Dat is belangrijk; rouwen doe je namelijk alleen, maar herdenken en meeleven doe je met elkaar.

Weet je niet wat je moet zeggen? Zeg dan: ‘ik ken je niet zo goed maar ik heb het gehoord en ik vind het heel erg en het houdt me bezig, hoe gaat het met je?’. Ontloop iemand niet. Het contrast met de ‘gewone wereld’ waar niets mee aan de hand lijkt, is groot voor iemand die rouwt. Als je diegene vermijdt, wordt dat contrast steeds groter. Spreek desnoods uit dat je niet goed weet wat je moet zeggen. ‘Er zijn geen woorden voor’, wordt vaak gezegd. Maar die zijn er wel degelijk. Je hoeft geen complete toespraak te houden. Zeggen dat je aan iemand denkt, is vaak al voldoende.

4. Bel, mail, bezoek of schrijf nabestaanden op ‘feestdagen’

De eerste keer dat je moeder jarig had moeten zijn, Kerstmis zonder je ouders, maar ook Vaderdag en Moederdag met een stortvloed aan happy family-reclames. Geen fijne dagen als je ouders er niet meer zijn. Hetzelfde geldt voor verjaardagen, Oud en Nieuw, diploma-uitreikingen en alle gelegenheden waarbij mensen de transities van het leven met elkaar vieren. Dit zijn extra eenzame momenten. Dus weet je bijvoorbeeld dat iemand die is overleden dit jaar af had moeten studeren? Stuur de broer, zus of ouders een kaartje op de dag waarop dat diploma uitgereikt had moeten worden. Ken je een opa die zijn kleinkinderen heeft verloren? Ga bij hem langs op zijn verjaardag. Het helpt als je weet dat mensen ook op dit soort dagen aan je denken als nabestaande.

5. Doe iets!

Iets zeggen is fijn, iets doen is nog fijner. Zeker in het begin komt er erg veel af op nabestaanden. Er moet een uitvaart worden geregeld, rekeningen, abonnementen en verzekeringen moeten worden opgezegd, noem maar op. Bij een plotseling overlijden kan deze nasleep zelfs jaren duren. Als er dan een buurvrouw op de stoep staat met een pan soep, helpt dat. Je kunt vragen of je iets voor iemand kunt doen, maar dat is vaak een lastige vraag voor iemand midden in een rouwproces. Diegene weet vaak niet goed wat iemand kan doen en wil vooral niemand tot last zijn.

Beter is het om gewoon iets aan te bieden. Bel aan met een tas boodschappen of kondig aan dat je die week komt koken. Het helpt om kleine dingen uit handen te nemen. Naast kleine gebaren zijn er natuurlijk ook grote gebaren die veel verschil maken. Zo was er afgelopen week een Australische journalist in het nieuws die zonnebloemzaadjes van de rampplek in Oekraïne aanbiedt aan nabestaanden. Wil je een groter gebaar maken? Plant bijvoorbeeld een herinneringsboom ter ere van de overledene, verzamel alle foto’s die je hebt en geef ze aan de nabestaanden of organiseer een concert waarbij iemands lievelingsmuziek wordt gespeeld. Het helpt tegen het gevoel van machteloosheid dat de dood met zich mee kan brengen.

6. Laat weten dat iemand niet altijd sterk hoeft te zijn

‘Wat ben je toch sterk’ is een mooi compliment met een keerzijde. Het is goedbedoeld en fijn om te horen, maar kan er ook voor zorgen dat iemand het idee heeft sterk te moeten zijn. En dat hoeft niet. Weten dat je ook neerslachtig en van tijd tot tijd zelfs apathisch mag zijn, kan juist die gevoelens op den duur weer verdrijven. Verdriet en gemis hebben ruimte nodig. Geef iemand die rouwt het gevoel dat die ruimte er bij jou is. Dat je niet wegloopt als het even niet gaat. Je kunt het er ook bij zeggen: ‘ik vind je heel sterk, maar bij mij hoef je dat niet te zijn’. Het kan ook helpen om als nabestaande te weten dat je niet per se altijd hoeft te praten over het verlies. Soms is een avondje drinken in de kroeg heilzamer dan tien therapiesessies.

7. Onthoud dat verdriet zich bij iedereen anders uit

Mensen zeggen soms dat ze ‘niks aan je kunnen zien’ als je verdriet hebt. Dat kan kloppen. De manier waarop gemis zich uit, verschilt enorm per persoon, maar hangt ook af van het moment en het gezelschap waarin je al dan niet verkeert. Niet elke nabestaande loopt dagenlang met roodomrande ogen, niet iedereen kan huilen om verlies. En soms zijn tranen even op. Als nabestaande kun je bij opmerkingen over de zichtbaarheid van je verdriet het gevoel krijgen dat er iets mis is met je. Dat je niet ‘goed’ rouwt. Maar je doet het altijd goed, want je doet het op jouw manier. Dus zie je niets aan iemand die rouwt en maak je je zorgen? Vraag hoe het met diegene gaat, maar benadruk dat niets hoeft en onthoud dat verdriet zich niet altijd aan de oppervlakte toont.