‘Ik krijg de indruk dat pedofielen zich hierdoor begrepen voelen’

Dit voorjaar verschenen er twee romans waarin een pedofiel de hoofdrol speelt. Om een taboe te slechten? „Nee, we moeten alleen anders durven denken over pedoseksuelen.”

Inge Schilperoord (l) enJamal Ouariachi (r.): „Pedofilie hangt als romanonderwerp al jaren in de lucht”. Foto Maurice Boyer

Een vieze man die hijgend in de bosjes staat als er een kind voorbij komt, moest het niet worden. Daarvan waren Jamal Ouariachi en Inge Schilperoord zich bewust toen ze werkten aan hun romans waarin een pedoseksueel centraal staat. Beide boeken verschenen dit voorjaar: Ouariachi schreef Een Honger, een roman over een succesvolle weldoener die in Ethiopië als een soort Nederlandse Bono rondloopt, maar na de ‘adoptie’ van enkele jonge Ethiopische kinderen beschuldigd wordt van seksueel misbruik. Inge Schilperoord debuteerde met Muidhond, waarin ze vanuit het perspectief van de pedofiel Jonathan vertelt hoe hij steeds verder in zijn eigen vangnet verstrikt raakt wanneer hij zijn gevoelens voor een buurmeisje niet meer de baas kan. Haar roman staat inmiddels op de longlist van de ECI-prijs. Dat het onderwerp in de lucht hing, is toeval, zeggen beiden wanneer we elkaar ontmoeten voor een gesprek in Amsterdam.

„Het hangt al een paar jaar in de lucht”, legt Ouariachi uit. „Vijf jaar geleden ben ik met deze roman begonnen. Mijn hoofdfiguur is gebaseerd op de Amerikaanse medicus D. Carleton Gajdusek, die in Amsterdam woonde. Zijn verhaal intrigeerde me: hij werd ooit veroordeeld wegens kindermisbruik, en toen hij vrijkwam deed hij geregeld nogal extreme uitspraken over pedofilie. Mijn vermoeden was dat hij, mogelijk onschuldig, toch door niemand geloofd werd, en dat hij daarom maar ging verdedigen waarvan hij verdacht werd. Ik weet helemaal niet wat er nu precies waar was van zijn verhaal, maar hoe zo’n proces in zijn werk gaat vond ik interessant,” legt Ouariachi ui.

Ook Schilperoord was al langer met het onderwerp bezig: „Ik begon ongeveer acht jaar geleden aan een verhaal over een pedoseksueel. Dat was gebaseerd op iemand die ik kende, maar dan vanuit mijn werk als forensisch psycholoog voor het Pieter Baan Centrum. Daar werd een pedofiel tijdelijk vanuit een tbs- kliniek voor persoonlijkheidsonderzoek opgenomen. De vraag van de rechter was waarom de behandeling niet aansloeg en of hij naar de long stay moest. Ik heb hem onderzocht en kreeg erg met hem te doen. Zijn worsteling met de therapie interesseerde me. In mijn verhaal wilde ik, vanuit zijn perspectief, zo dicht mogelijk bij hem komen. Ik wilde beleven wat hij beleefde.”

Wat opvalt in jullie beider romans is dat jullie niet alleen voor een pedoseksueel, maar ook voor een sociale buitenstaander hebben gekozen. Is dat omdat pedoseksuelen volgens jullie buiten de maatschappij staan of omdat de lezers de pedoseksueel liever niet als de buurman zien, maar als iemand die zich buiten de maatschappij begeeft?

Ouariachi: „Daar denk ik niet echt over na wanneer ik schrijf. Mijn hoofdpersoon, Alexander Laszlo, is namelijk heel sociaal en hyperintelligent. Ik had niet het idee dat ik hem een buitenstaander moest laten zijn omdat hij van pedofilie wordt beschuldigd. Op een gegeven moment vallen dingen op hun plaats: dat hij een anticommunist is die in het Nederland van de jaren 60 en 70 terechtkomt, waar nou juist de populariteit van het marxisme opkwam. Ik had hem uit het communistische Hongarije laten komen, omdat dat mooi aansluit bij het gegeven dat hij later in een ander communistisch land gaat werken: Ethiopië. Hij wordt pas die buitenstaander door wat er met hem is gebeurd. Daarvoor moest hij anders zijn, omdat dat hem een zekere charme geeft.”

Schilperoord: „Bij mij was het personage Jonathan altijd al een buitenstaander. Ik heb gaandeweg het verhaal wel steeds kaler en eenzamer gemaakt. Zo haalde ik bijvoorbeeld zijn vader eruit, net als de moeder van het meisje op wie hij verliefd wordt. Ik liet hem eerst therapeutische sessies aflopen, maar bracht die terug tot oefeningen op papier, omdat ik hem vooral op zichzelf wilde laten zijn. Zo kon ik zijn worsteling in de puurste vorm laten zien. Jonathan is alleen en zoekt aanknopingspunten om zich aan vast te klampen. Maar die zijn er eigenlijk niet. Dit komt niet per se doordat hij een pedoseksueel is, maar pedofilie gaat natuurlijk wel vaak gepaard met eenzaamheid, omdat het er niet mag zijn.”

Is een pedofiel een ideaal personage om een taboe te doorbreken?

Ouariachi: „Er ontstond een rel nadat schrijver Anton Dautzenberg het opnam voor de pedofielenvereniging en toen dacht ik: gevaarlijk onderwerp, maar ik koos het omdat ik me ervoor interesseerde. Ik was me ervan bewust dat het gevoelig ligt, niet zozeer vanuit literair, maar vanuit maatschappelijk oogpunt. Met de spanning – wanneer bekend is dat er ergens in de stad een pedofiel woont en de stadsbewoners met spandoeken lopen ‘pedofielen zijn geen mensen’ – wilde ik iets doen. Ik wilde het onderwerp bespreekbaar maken. Misschien is dat een beetje hetzelfde als ‘taboes doorbreken’, maar als je het zo stelt dan krijg ik toch een beetje een Tinkebell-achtig gevoel. En dat is het dus niet.”

Dat laat onverlet dat er een vrij extreem hoofdstuk in het boek staat waarin Laszlo een pleidooi voor pedofilie houdt en de hypocrisie van de westerse seksuele moraal aankaart, waarop vrij stellig wordt gereageerd.

Ouariachi: „In het verhaal van Laszlo heb ik dingen geschreven waar ik het mee eens zou kunnen zijn: bijvoorbeeld dat seksuele voorlichting zich vooral richt op alles wat er mis kan gaan bij seks, je kan er zwanger van worden, geslachtsziektes van krijgen. Via die gedachten probeerde ik door te dringen in de wat extremere standpunten en zo het onderwerp op een andere manier te belichten dan de meeste mensen dat doen. Laszlo’s standpunten verkondig ik niet als waarheid, maar ik wil wel de lezer een ongemakkelijk gevoel geven doordat die lang meegaat in zijn gedachten en dan opeens denkt: hé, het wordt nu wel erg extreem. Een vergelijkbare ervaring had ik toen ik Lolita van Nabokov las: zijn psychopaat pakte me volledig in met zijn mooie woorden.

„Als ik al iets ‘activistisch’ heb willen aankaarten dan is het dat ik wilde laten zien hoe hard en tegelijkertijd angstig Nederland is geworden. We zijn bang voor alles dat maar een beetje afwijkt van de norm. Vooral die hardheid is de laatste twaalf jaar met de opkomst met het populisme toegenomen. De dingen die we vroeger misschien niet hardop zeiden, maar waar nu van gezegd wordt dat het goed is ze te uiten, leiden tot een publiek debat op de sociale media en in reacties op mediaberichten. De standpunten zijn steeds extremer geworden, zonder dat mensen geïnteresseerd zijn na te denken over de andere kant.”

Heeft u in ‘Muidhond’ rekening gehouden met maatschappelijke consensus?

Schilperoord: „Niet echt. Ik wilde me vooral richten op Jonathan zelf en heb alle maatschappelijke spanning rondom pedofilie bewust weggelaten. Ik had hem ook in een woonwijk kunnen plaatsen in plaats van op een afbraakplek waar bijna niemand meer woont. Als ik hem in een woonwijk had geplaatst dan had de buurman zich ermee bemoeid en dat heb ik niet gedaan omdat ik het over Jonathan wilde laten gaan. Vanuit mijn beroep ben ik gewend naar mensen te kijken met een ‘oké, hoe zit iemand in elkaar-bril?’ Heeft deze man of vrouw een psychische stoornis? Hoe toerekeningsvatbaar is hij of zij? Nu heb ik dit hele stoornisvraagstuk (ook) opzettelijk losgelaten. Aan lezers merk ik dat ze hem verschillend interpreteren. Zo zei iemand: ‘Je hebt dat autisme wel goed begrepen’, terwijl ik hem niet met dat idee heb neergezet.”

Jonathan woont bij zijn moeder, is moeizaam in de omgang en heeft dusdanig een obsessie voor een vis zodat hij inderdaad wat autistisch aandoet. Of is die vis er om Jonathans ontsporing parallel te laten lopen met het lijden van de vis, net als zijn gevoelens parallel lopen met de oplopende zomerhitte?

„Die vis-obsessie is inderdaad een bewuste keuze. Zijn zorg voor de vis toont zijn zorgzame kant. Maar ook de dwangmatigheid waarmee hij met een ander levend wezen omgaat. En die vis, dat is hij zelf natuurlijk ook een beetje: levend in gevangenschap. Ik denk dat als je het leest, je voor een groot deel met hem mee kan gaan, want iedereen heeft wel een kant waarmee hij worstelt, die er eigenlijk niet mag zijn. De hitte zorgt ervoor dat de wereld extra drukt. Wanneer hij aan het slot naar haar toe gaat, dan is dat deels de ontlading, dus de storm, en tegelijkertijd gaat het nooit zo hard regenen als hij wil, want de ontlading valt hem tegen, echt helemaal losbarsten doet de storm niet. Aan het einde is hij meer dan ooit overgeleverd aan zichzelf. Ik wil zo de complexiteit van zijn gevoelens laten zien, ten opzichte van haar en van zichzelf. Hij hecht zich aan dat meisje, hij geeft om haar en wil haar beschermen, deels tegen zichzelf. Hij voelt zich chronisch schuldig over wie hij is.

„Op mijn werk maakte ik mee hoe ingewikkeld het is om met zulk soort theoretische constructies en definities als ‘het geweten’ te werken. Wij psychologen en psychiaters moeten bepalen hoe het gesteld is met de ontwikkeling van iemands geweten, met zijn empathie. Maar hoe kun je dat werkelijk ooit echt weten voor een ander? Dat is iets heel complex. Het blijft altijd een benadering. Dat wil ik laten zien met mijn roman. En ook het spanningsveld tussen hoe iemand zichzelf beleeft en hoe een psycholoog, ook in mijn boek, de ander vangt in psychologische profielen en testscores. Daar zit onherroepelijk een kloof tussen.”

Jonathan wordt aan zijn lot overgelaten omdat er niet genoeg bewijs is en krijgt alleen een oefenboek mee naar huis. Is ‘Muidhond’ commentaar op hoe pedoseksuelen worden begeleid?

Schilperoord: „Niet echt, ik wil wel die kloof laten zien, maar niet direct kritiek uiten want ik zou ook niet weten hoe het anders moet. Het is ongelooflijk moeilijk: hoe ga je gedrag dat maatschappelijk niet door de beugel kan ‘wegtherapieën’?”

In ‘Een Honger’ gaat het om seksueel misbruik van een Ethiopisch kind. Maakt het dat anders voor een lezer?

Ouariachi: „Nee, het maakt de zaak net wat schrijnender. Omdat Laszlo ze van een hongersnood heeft gered in Ethiopië, heeft hij een soort machtpositie waardoor de wereld nog harder over hem oordeelt.”

Dautzenberg kreeg veel kritiek over zich heen toen hij vond dat de pedofielenvereniging Martijn niet verboden mocht worden omwille van de vrijheid van gedachten. Zouden jullie je als schrijver ook aan zo’n issue kunnen verbinden?

Ouariachi: „Ik zou voor een andere aanpak kiezen, maar ik sta er wel achter. Mijn aanpak is het schrijven van deze roman. Bij Anton Dautzenberg heeft het pleidooi contraproductief gewerkt. Zijn verbondenheid wordt gezien als een provocatie. Daarmee roep je alleen maar haatreacties op en dat levert weer veel schade op. Hij heeft de zaak die hij wilde bepleiten niet verder geholpen. Niet dat je dat met een roman wel kan doen, maar ik merk wel dat mensen niet zo agressief op mijn boek reageren. Dus misschien is dit toch de manier om een onderwerp als pedoseksualiteit bespreekbaar te maken.”

Schilperoord: „Ik zou het ook niet snel doen. Ik kan me voorstellen dat er zo’n vereniging er is, maar nee, ik heb niet de neiging me daar bij aan te sluiten.”

Ouariachi: „Er zijn pedofielen die mijn roman hebben gelezen en er op sociale media over discussiëren. Ik krijg de indruk dat ze zich wel begrepen voelen door de woorden van Laszlo. Daar ben ik niet ontevreden over.”

Schilperoord: „Ik heb niet veel reacties gehad van pedofielen. Wel is er een man die zichzelf ‘een alledaagse pedofiel’ noemt die mijn boek analyseert op social media. Hij vindt dat mijn roman bepaalde vooroordelen over pedofielen bevestigt, bijvoorbeeld dat Jonathan eenzaam is, bij zijn moeder woont en niet al te slim is. Hij heeft een checklist met alle vooroordelen die er over pedofielen bestaan. Die vinkt af. Hij vindt ook dat pedofielen zelf te weinig aan het woord komen over wat hen drijft. Misschien is dat ook wel zo. ”