Het strand kan ook best een verhoorkamer zijn

Op bezoek in Marbella bekende hij de moord – tegen een undercoverpolitieman. Waardeloos als bewijs, zeggen rechtspsychologen.

Marbella - ver van huis en zonder te weten dat hij met een politieman sprak, bekende Wim S. er de moord op zijn vriendin. Foto Thinkstock

Een moord bekennen aan de politie kan net zo goed tijdens een tripje naar Marbella. Daar hoeft geen verhoorkamer aan te pas te komen. Of zo’n bekentenis dan ook wat waard is, is maar de vraag. Voor Wim S., verdacht van een moord in Kaatsheuvel, leidde het in ieder geval tot zijn arrestatie.

Heidy Goedhart wordt op 8 december 2010 dood gevonden in haar achtertuin in het Brabantse Kaatsheuvel. Gewurgd. De politie verdenkt haar partner, Wim S., maar die ontkent. Om bewijs tegen hem te krijgen, zet de Brabantse politie een grootschalige undercoveractie op. Compleet met motorritjes, etentjes en luxe boottochten, blijkt uit het dossier dat in handen is van het Brabants Dagblad. Hoofdpersoon: undercoveragent Joep.

Om met S. in contact te komen, rijdt Joep opzettelijk tegen de auto van S. aan. Joep, slecht verzekerd, betaalt contant duizend euro voor de blikschade. Samen met collega-agent ‘Katja’ raakt Joep bevriend met S. Hij doet zich voor als baas van een beveiligingsbedrijf dat S. wel wil inhuren. S. zit in de schulden en neemt de klussen aan.

Na een jaar vraagt Joep of S. niet in dienst wil. Het enige wat hij moet doen is even op sollicitatiegesprek bij de grote baas in het Spaanse Marbella. Tijdens dat gesprek zegt de baas dat hij weet van de moord op Heidy en dat hij geen mensen in dienst wil die voor problemen kunnen zorgen. S. ontkent dat hij iets met de moord te maken heeft, zoals hij dat stelselmatig heeft gedaan – tegenover de politie, en tegenover Joep.

De baas dringt aan en zegt dat er voor alles een oplossing is. Als S. bekent, houden zijn problemen op. Bovendien heeft hij dan de baan.

In de taxi terug begint S. te huilen. Ik heb het gedaan, zegt hij tegen Joep. Twee weken later, oktober 2014, wordt S. opgepakt voor de moord op zijn vriendin.

Onbetrouwbare bekentenis

Misschien fijn voor de politie, zo’n verklaring, maar als bewijs heb je er niks aan, zeggen rechtspsychologen. Verklaringen die onder dergelijke druk tot stand komen, zijn niet betrouwbaar. Maar zo’n bekentenis gaat wel een eigen leven leiden. Al ontkent de verdachte honderd keer, zijn bekentenis weegt vrijwel altijd zwaarder. En die verklaring is moeilijk in te trekken. Een bekentenis is vrijwel altijd het einde van het onderzoek. „Het gevaar is dat de politie dan ook het ontlastend bewijs, zoals een alibi, aan de kant schuift”, zegt rechtspsycholoog Harald Merckelbach.

Valse verklaringen zijn niet zeldzaam. Zaken waarbij achteraf een gerechtelijke dwaling bleek, hadden vrijwel allemaal te maken met een valse bekentenis van de verdachte. Sommige onschuldige verdachten raken er zelfs van overtuigd dat ze de moord gepleegd hebben, zegt Merckelbach. Ik zal wel niet voor niets verdacht worden, denken ze dan.

Lange verhoren, slaapgebrek en opsluiting ontregelen verdachten en maken hen vatbaarder voor druk, zegt Merckelbach. Een kleine opmerking kan dan al genoeg zijn om iemand te laten bekennen. ‘Geef het nou maar toe, dan kunnen we allemaal naar huis.’ Dat is in een verhoorsituatie.

Maar inpalmen, zoals bij S. gebeurde, is óók een manier van druk, zegt Merckelbach. Of dat dan wel mag, is niet duidelijk.

Dit soort undercoveroperaties is relatief nieuw, zegt strafrechtadvocaat Sander Janssen. Hij promoveerde in 2013 op de kroongetuigen in het strafrecht. „De politie werkt nu een jaar of 5, 6 met WOD-teams – Werken Onder Dekmantel – en ze timmeren erg aan de weg. Ze worden ook steeds creatiever. De aanrijding bijvoorbeeld om in contact te komen, die zie je nu vaker opduiken.”

De politie mag zo al sinds de eeuwwisseling informatie inwinnen. Van alle bevoegdheden die de politie er toen bij kreeg, gold deze eigenlijk als een relatief lichte, zegt Janssen. Voor zo’n dekmanteloperatie is bijvoorbeeld geen toestemming nodig van de rechter-commissaris, en ze kan voor allerlei soorten misdrijven worden ingezet.

Volgens de wet moet deze bevoegdheid wel ‘proportioneel’ worden ingezet, en pas nadat andere middelen hebben gefaald. Het is dan aan de rechter te beoordelen of opgedoken informatie betrouwbaar is. En dat is lastig, zegt Janssen. „De verslaglegging in dit soort zaken is op z’n best summier, maar meestal minimaal of zelfs afwezig.”

Anders dan tijdens een verhoor worden bijvoorbeeld geen geluidsopnamen gemaakt. Ook ligt nergens vast hoeveel iemand heeft gedronken, of hoe moe iemand was. De rechter en de verdediging moeten het doen met wat de WOD’ers er tijdens een rechtszaak over zeggen – als ze al ondervraagd kunnen worden. „Ondervraging gaat dan ook nog eens gepaard met vergaande afscherming – snorren en baarden, pruiken, make-up, stemvervormer – wat kritische controle nog verder bemoeilijkt."

Schemergebied

Een ander probleem is dat de rechter niet altijd kritisch genoeg is. „Die ziet de undercoveragent te veel als een gewone verbalisant die een ambtsedige verklaring aflegt.” De dynamiek van de dekmantelsituatie – in het buitenland, op een feest, op een jacht – wordt soms onvoldoende meegewogen.

De methode roept nog allerlei vragen op. Bijvoorbeeld over de cautie, de mededeling voor een verhoor dat een verdachte niet verplicht is om te antwoorden. Janssen: „Die hoeft nu niet te worden gegeven, maar zou dat op een zeker moment niet anders moeten worden? Het is een schemergebied dat steeds groter wordt.”

Onduidelijk is ook of undercoveragenten leugens mogen vertellen om een bekentenis uit te lokken. Voor gewone verhoren heeft het Europees Hof dat verboden, zegt advocaat Arthur van der Biezen, die Wim S. bijstaat. „Al die regels omzeil je door te zeggen: dit is geen verhoor, maar een dekmanteloperatie. En liegen is inherent aan een dekmantel.”

Van der Biezen vindt dat op zijn cliënt zoveel dwang is uitgeoefend dat diens bekentenis niets waard is. „Er ligt een rapport van 100 bladzijden van rechtspsycholoog Ton Derksen met die conclusie.”

Zo’n soort rapport leidde er in mei toe dat de Hoge Raad een streep haalde door de bekentenis in de zogeheten showbizz-moord. De zaak moet over.

„En nu ligt het rapport er al aan het begin van de zaak”, zegt Van der Biezen.