Het landsbelang gaat boven alles

Lange tijd negeerden historici het verband tussen moderne kunst en fascisme. Drie recente boeken laten nu zien dat niet alleen de grondlegger van het Futurisme, maar ook Le Corbusier een fascist was.

Niemand zal het belang van het Italiaanse futurisme voor de moderne kunst ontkennen. Per manifest gelanceerd in 1909, was het de eerste twintigste-eeuwse avant-gardebeweging; alle latere avant-gardes (dada, surrealisme, De Stijl, constructivisme etc.) hebben de invloed ervan ondergaan. Maar anders dan hun veelal linkse navolgers sympathiseerden de Italiaanse futuristen met het fascisme. Vooral na 1945 bracht dit menige bewonderaar van de moderne kunst in verlegenheid. Vandaar dat men de fascistische connectie liefst zo veel mogelijk negeerde.

Op den duur was dit niet vol te houden, te meer daar de historici van het fascisme zich steeds meer op de ideologische en culturele kanten van deze beweging richtten, en zo onvermijdelijk op het futurisme stuitten. Mede op grond daarvan kreeg men oog voor het moderne karakter van het fascisme: als het blijkbaar de kunst van de avant-garde omarmde, kon het toch niet in elk opzicht een vorm van barbaarse regressie zijn geweest.

Anarchie

Onlangs verscheen Filippo Tommaso Marinetti. The artist and his politics van de Amerikaanse historicus Ernest Ialongo, die een diepgaande studie heeft gemaakt van het politieke gedachtegoed van de futuristische leider Marinetti. Niet dat Marinetti als enige de koers bepaalde (voor een breder perspectief kan men bijvoorbeeld terecht bij Günther Berghaus’ Futurism and politics(Boeken 31.01.1997), maar hij was wel de dominante stem binnen het Italiaanse futurisme.

In Marinetti’s politieke ideeën ontwaart Ialongo van meet af aan een tegenstelling tussen links en rechts, tussen een radicaal, zelfs anarchistisch te noemen individualisme en een oorlogszuchtig nationalisme, tussen vrijheid en orde. En Ialongo’s stelling is dat gaandeweg de rechtse elementen het hebben gewonnen, omdat Marinetti er nooit in slaagde de fundamentele contradictie in zijn politieke denken op te heffen. In het beruchte punt 9 van het Futuristisch Manifest uit 1909 komen we die contradictie al tegen, waar Marinetti schrijft ‘wij willen de oorlog verheerlijken – enige hygiëne van de wereld’ en tegelijkertijd de lof zingt van ‘de verwoestende daden der anarchisten.’ Hoe zijn anarchie en militant nationalisme met elkaar te verenigen?

In Marinetti’s ogen was het de oorlog zelf die de oplossing zou brengen, door in het vuur van de strijd individuele inzet en collectief doel te versmelten. Alleen binnen het kader van de natie kon het genie bloeien. De Eerste Wereldoorlog leek even zijn gelijk te bevestigen. Met name in de Arditi, een soort commando's, zag hij zijn ideaal belichaamd. In 1918 kwam hij met plannen voor een eigen Futuristische Politieke Partij, waarin enerzijds het primaat van de natie en de herovering van de terre irrendente (onverloste gebieden) werd bepleit, anderzijds het stakingsrecht voor arbeiders, het minimumloon, de achturige werkdag, de persvrijheid en de afschaffing van het huwelijk werden verdedigd.

Het was een wonderlijke mix, waarvoor alleen niet voldoende aanhang aanwezig bleek te zijn. Vandaar dat Marinetti aansluiting zocht bij anderen, zoals bij het opkomende fascisme en bij d’Annunzio’s militaire avontuur in Fiume, een van die nog ‘onverloste gebieden’ die men weer binnen de landsgrenzen hoopte te brengen. Na de nodige aarzeling – want het fascisme was volgens Marinetti niet vrij van ‘reactionaire’ smetten – koos hij in 1922 definitief voor Mussolini, ook al weigerde de laatste vooralsnog zijn antiklerikalisme en zijn antimonarchisme over te nemen. Misschien viel de fascistische beweging alsnog van binnenuit te hervormen.

Opportunisme

In feite gebeurde het tegendeel en verloor Marinetti langzaam maar zeker al zijn radicale trekken. Hij accepteerde Mussolini’s compromis met de paus – het verdrag van Lateranen in 1929 – en ook de monarchie was geen probleem meer toen Marinetti in hetzelfde jaar lid werd van de Koninklijke Academie. Het lijkt een duidelijk geval van opportunisme en verraad aan de eigen idealen. Ialongo neemt Marinetti tegen deze verwijten in bescherming: als het erom spande, koos de futuristische voorman altijd tegen zijn eigen radicalisme en voor het nationalisme. Zo was het gegaan tijdens de Eerste Wereldoorlog en zo ging het onder het fascistische regime, dat een dreigende socialistische revolutie had verijdeld en tenminste tegemoet kwam aan Marinetti’s imperialistische verlangens.

Van alle radicale programmapunten verdedigde Marinetti uiteindelijk nog alleen het recht op artistieke vrijheid, zij het niet voor antifascisten. Zijn vijanden waren de conservatieve fascisten, die een meer ‘klassieke’ fascistische kunst wensten. Vooral toen eind jaren dertig de banden met Hitler-Duitsland nauwer werden aangehaald, kwam het futurisme, dat als ‘kosmopolitisch’ en ‘joods’ werd aangevallen, onder grote druk te staan. Tot het begin van de Tweede Wereldoorlog leverde Marinetti in het openbaar kritiek op Hitler en diens cultuurpolitiek, al keerde hij zich nooit principieel tegen diens antisemitisme. Hoewel zelf geen antisemiet, beperkte hij zich tot een verdediging van het futurisme door te benadrukken dat het toch echt een Italiaanse beweging was en dat Joden er geen deel van uitmaakten. Niet bepaald een ‘heroïsch’ verweer, aldus Ialongo.

Toen de oorlog begon, staakte Marinetti zijn kritiek. Opnieuw won het landsbelang het van de radicaliteit, indachtig zijn al in 1911 verwoorde principe dat het ‘woord Italië’ altijd voorrang verdient boven het ‘woord vrijheid’. Vervolgens toonde hij zich niet alleen een loyaal volgeling van de Duce, maar ook een propagandist van de strijd tegen het bolsjewisme. Hij stierf eind 1944, na Mussolini zelfs naar de door de Duitsers ingestelde republiek van Salò te zijn gevolgd.

Ialongo beschrijft Marinetti's Werdegang met veel, deels nieuwe details. Over de futuristische kunst en poëzie krijgen we minder te horen, behalve wanneer er een connectie is met de politiek, zoals bij de aeropittura en de arte sacra uit de jaren dertig, die duidelijk gerelateerd blijken te zijn aan respectievelijk Mussolini's opbouw van een eigen luchtmacht en zijn streven om de macht van het Vaticaan te beteugelen. Je zou dat een nadeel van dit boek kunnen noemen. Daar staat tegenover dat de politieke ontwikkeling van Marinetti, met zijn uiteindelijk fataal uitpakkende innerlijke tegenstrijdigheden, niet eerder zo minutieus en genuanceerd werd behandeld.