Gemeente (fin. gezond, houdt van natuur) zoekt dito partner

Kleine gemeente zet zichzelf in de etalage.

Potentiële partners

Terwijl een luidruchtig Transavia-toestel laag over Halfweg vliegt, loopt Linda Drubbel (53) met haar hondje door de smalle straten van het dorp. Heeft ze al gehoord dat haar gemeente, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, in de uitverkoop staat? „Ik heb er half-half iets over gelezen, maar ik bemoei me er niet echt mee.” Ze vindt het allemaal wel prima, zegt ze. „Als we maar niet zomaar geannexeerd worden door Amsterdam.” Dit is een kleinschalige gemeente, en dat wil ze graag zo houden.

De fusieplannen van Haarlemmerliede zijn uniek. Niet omdat de gemeente een fusiepartner zoekt – sinds 2000 daalde het aantal gemeenten van 537 naar 393. Maar omdat Haarlemmerliede zegt: wij zijn beschikbaar voor een fusie. Buurgemeenten, kom maar met een aanbod. Doorgaans wordt na een informele oriëntatie met één fusiepartner onderhandeld.

„Wij zeggen: regeren is vooruitzien. We moeten het heft in eigen hand nemen”, zegt burgemeester Pieter Heiliegers (VVD) in het gemeentehuis in Halfweg. Hij heeft nogal wat te bieden, vertelt hij. „We zijn financieel gezond, er is hier een enorm groengebied en we liggen strategisch tussen het Noordzeekanaal en Schiphol.”

Te klein apparaat

Desondanks is fusie noodzakelijk, voor de gemeente met zo’n 5.500 inwoners. Ze kan het toenemende aantal taken dat de overheid overhevelt naar gemeenten niet langer aan. Daarvoor is het ambtelijk apparaat te klein.

Heiliegers: „Soms moet een bestuurder zelf, zonder ambtelijke ondersteuning, in de stukken duiken. Dat is geen sterke basis.”

De zeven mogelijke fusiepartners lopen nogal uiteen: van Velsen in het noordwesten tot Amsterdam en Haarlem aan weerszijden.

Heiliegers spreekt nog geen voorkeur uit. „We hebben een waardenprofiel gemaakt. Dat is een wensenlijst met tien punten die van wezenlijk belang zijn. Met dat wensenlijstje gaan we naar onze buren.” Bovenaan de lijst: aandacht voor de natuur en begrip voor – liefst ook ervaring met – kleine dorpjes in de gemeente.

Marcel Boogers, hoogleraar regionaal bestuur aan de Universiteit Twente, vindt het een interessante aanpak. Maar hij betwijfelt of het slim is. „Je moet niet hebben dat je een soort concurrentie krijgt in de regio. Het lijkt alsof Haarlemmerliede en Spaarnwoude daar op uit is. Dan zet je verhoudingen op scherp. Dat is volgens mij niet productief. Je moet wel goed samen kunnen blijven werken.”

Boogers kan zich voorstellen dat de gemeente een interessante overnamekandidaat is, vanwege haar positie tussen Schiphol en Noordzeekanaal. „Dat versterkt je strategische positie als gemeente.” Die positie wordt sowieso al sterker na een fusie. „Je gemeente wordt groter, dus je lobbykracht wordt groter. En het levert schaalvoordelen op.”

In zijn burgemeesterskamer kijkt Pieter Heiliegers vanachter zijn bureau uit op een whiteboard met tijdschema voor de fusie, uitgesplitst in vijf fasen. Buurgemeenten hebben tot september om te zeggen of ze verkenningsgesprekken willen voeren, zodat Haarlemmerliede hun voorstellen begin volgend jaar kan analyseren.

Denkt Heiliegers zo populair te zijn dat gemeenten tegen elkaar gaan opbieden met aantrekkelijke toezeggingen? „Dat kan ik me voorstellen. Dan zullen we met de gemeenteraad een goede afweging moeten maken.”

Hij kan zich ook voorstellen dat dit de verhoudingen in de regio op scherp zet. „Ik denk dat we daar waakzaam voor moeten zijn. Maar ik wil wel de beste verkenning doen in het belang van onze bewoners en ondernemers.”

Het college heeft de steun van de gemeenteraad. Die stemde unaniem voor de fusieverkenningen. En de bewoners? In de straten van Halfweg zeggen ze niet bij voorbaat dat ze tegen een gemeentefusie zijn. Zolang Halfweg maar Halfweg blijft: een dorp, en geen Amsterdams stadsdeel.

Onvermijdelijk

In een parkje tussen de rijtjeshuizen kijken Debbie Greveling (31) en Stephanie Mank (28) hoe hun kinderen in een speeltoestel klimmen. „Amsterdam is zo groot en niet meer intiem”, zegt Greveling. „Dan is Haarlem gemoedelijker.” Mank zou Haarlemmermeer kiezen. „Dat bestaat ook uit kleine dorpjes.”

Jeroen Kruiter (43), zwarte jas, dikke sigaar in zijn mond, is een geboren Amsterdammer, zoals zijn accent al verraadt. Hij woont hier nu twee jaar. Kruiter heeft de discussie niet gevolgd, maar hij weet dat het lot van Halfweg onvermijdelijk is. „We zullen ooit wel bij Amsterdam terechtkomen. Dat blijft toch groeien, hè?”