Europa kan ook zonder die hekken

We accepteren het als een onvermijdelijk gegeven dat Europa een gesloten gemeenschap wordt. Filosoof en ‘Denker des Vaderlands’ Marli Huijer laat zien waarom het belangrijk is om ons te realiseren dat dit niet de enige optie is.

Illustratie Enkeling

Enkele weken geleden nam ik deel aan een diner ter ere van de Engelse vertaling van het boek Zwijgplicht (Bound to Secrecy) van Vamba Sherif. De auteur, afkomstig uit Liberia, doorliep in de jaren negentig een asielprocedure van drie jaar voordat hij zich in Nederland kon vestigen om er te studeren. De aanwezige Nederlanders bleken elk korte of lange tijd in Afrika te zijn geweest, om er te reizen, studeren of te werken. Eén vrouw, geboren in Kameroen en opgeleid in Nederland, wilde binnenkort naar haar geboorteland om de hier opgedane kennis te delen met boeren daar.

Ik sloeg het gezelschap met gemengde gevoelens gade. Hoe kan het dat Nederlanders probleemloos aan de slag kunnen in Afrika, terwijl dat andersom niet kan?

Mijn ongemak sluit aan bij een langer sluimerend onbehagen over de afsluiting van de grenzen van Europa. De installatie van geavanceerde grensbewakingssystemen aan de Middellandse Zee en het plaatsen of verhogen van ouderwetse hekken (bij Calais in Frankrijk, bij de Spaanse exclave Melilla in Marokko, aan de Grieks-Turkse grens, aan de Hongaars-Servische grens) veranderen Europa langzaam maar zeker in gated community, een ‘hekwerkgemeenschap’ met streng bewaakte toegangspoorten waar alleen mensen met de juiste papieren toegang hebben. De omheining is, zoals bij elke hekwerkgemeenschap, bedoeld om een veilig grondgebied te scheppen, waar de residenten beschermd zijn tegen diefstal, roof en geweld.

Een recept voor sociale uitsluiting

Tot nu toe zijn hekwerkgemeenschappen vooral gebouwd op plaatsen waar het verschil in macht, vermogen en inkomsten extreem groot is. Zo’n omheinde gemeenschap biedt aan welvarenden niet alleen veiligheid, maar ook exclusiviteit (ons kent ons), prestige en een ontspannen sfeer. De grote motor achter de bouw van hekwerkgemeenschappen zijn enerzijds verhalen die vertellen over het gevaar dat de ‘anderen’ vormen, en anderzijds een overdadige media-aandacht voor misdaad.

Hekwerkgemeenschappen, zo laat antropologisch onderzoek naar Amerikaanse gated communities zien, zijn een recept voor sociale uitsluiting. Wie er niet bij hoort, wordt niet toegelaten, zelfs niet voor een kort verblijf. Binnen de hekken of muren gaat iedereen steeds meer op elkaar lijken. Die interne homogeniteit maakt dat de angst eerder toeneemt dan afneemt. De ander die men vreest kan niet meer van nabij worden gekend en wordt daardoor nog afschrikwekkender. De beveiliging in en om de gemeenschap wordt verder opgevoerd, met als gevolg dat de ongelijkheid tussen binnen en buiten verder toeneemt, het wederzijdse wantrouwen groeit en de cultuur van angst verdiept.

Is dat de gemeenschap waar Europese burgers naartoe willen? De gedachte dat Europa een omheind grondgebied moet worden om de groeiende stroom migranten te stuiten staat haaks op het streven om Europese burgers tot actief globaal burgerschap te brengen, zoals geformuleerd door het Europese Parlement. In bredere historische zin tart de omheining de principes die de vrije, open samenleving kenmerken, zoals redelijkheid, menselijkheid, vrijheid en gelijkheid.

Terugkeer naar de tribale gemeenschap

Een gesloten samenleving is een terugkeer naar de tribale gemeenschap waarin iedereen zich uit vrees voor magische krachten onderwerpt aan de sociale structuur van de stam, zoals Karl Popper schrijft in zijn boek The Open Society and its Enemies (1945). Een open samenleving laat zich niet leiden door spookverhalen en onheilsprofetieën, maar bedenkt praktische oplossingen en experimenten die op kleine schaal kunnen worden uitgevoerd en wetenschappelijk worden getoetst. Wat goed werkt wordt gecontinueerd en uitgebreid, wat faalt wordt stopgezet. ‘Piecemeal social engineering’ noemt Popper dit proces waarin sociale structuren en instituties stap voor stap worden opgebouwd of vernieuwd.

Dat brengt mij op de vraag of we in plaats van ons te omheinen niet beter kunnen experimenteren met het openen van grenzen. Zou het mogelijk zijn om via piecemeal social engineering, door middel van kleinschalige experimenten die wetenschappelijk worden geëvalueerd, te bewegen naar een Europa waarvan de grenzen in beginsel open zijn en mensen van elders vrij zijn om zich in Europa te vestigen?

De vertellers van spookverhalen roepen meteen dat er dan een niet te overziene stroom migranten naar Europa op gang zal komen. In geval van brandhaarden, zoals nu in Syrië, hebben ze daar gelijk in. Maar het gaat bij dit soort crises om fluctuaties die op de lange termijn weer afvlakken. De meeste mensen houden nu eenmaal niet van emigreren, ze zijn gehecht aan de plaats waar ze zijn geboren en opgegroeid, waar ze de taal spreken, de cultuur kennen en zich thuis voelen.

Dat geldt ook voor Nederlanders: semigreren is voor velen aantrekkelijker dan emigreren. Op avontuur, ruiken aan een andere taal en cultuur, maar na korte of lange tijd weer graag naar huis.

De onheilsprofeten zullen ook waarschuwen dat de nieuwkomers een te grote druk op de sociale voorzieningen zullen leggen. De validiteit van dit bezwaar staat of valt natuurlijk met het aantal nieuwkomers dat zich permanent in de EU zal vestigen. Zolang dat aantal niet excessief toeneemt, heeft ons sociale bestel voldoende elasticiteit om de nieuwkomers op te nemen. Een groot deel van de migranten bestaat uit jonge, gezonde mannen die werk zoeken en zich weer verplaatsen zodra er geen werk meer is. Juist die groep zal weinig gebruik maken van gezondheidszorgvoorzieningen en uitkeringen.

Van buiten de EU? Dan vorm je heus niet meteen een gevaar voor de publieke orde

Een bezwaar tegen open grenzen dat zeker geuit zal worden, is dat mensen van buiten de EU een gevaar vormen voor de publieke orde. Zullen de zwart gemaskerde mannen straks overal in Europa opduiken? Het paard van Troje wordt binnengehaald! Hoe reëel is die angst en waar is hij op gebaseerd? Nu al komen veel mensen met een geldig paspoort en/of visum en een retourvliegticket of uitnodigingsbrief Europa binnen om daarna in de illegaliteit te verdwijnen – dat heeft de vrede in Europa tot op heden niet ingrijpend veranderd. Maar wat niet is, kan altijd nog komen. Dat betekent dat er aan het idee dat grenzen in beginsel open zouden moeten zijn, de voorwaarde moet worden verbonden dat ieder die lid wil worden van een nieuwe gemeenschap, zich bereid verklaart zich te binden aan de restricties (zoals op verboden wapenbezit of rijden met alcohol) waaraan huidige burgers zich moeten houden. Ook voor hen geldt dat hun vrijheid wordt beperkt als de veiligheid en publieke orde in het geding zijn.

Een laatste, maar zeker niet hét laatste bezwaar is dat open grenzen het karakter van de bestaande gemeenschappen in Europa zullen aantasten. Joseph Carens, hoogleraar politieke theorie in Toronto, schreef in 1987 in een spraakmakende pleidooi voor open grenzen dat open immigratie het karakter van de gemeenschap weliswaar zal veranderen, maar deze zeker niet karakterloos zal maken. Oude manieren van leven, hoe hoog ook gewaardeerd, zullen plaatsmaken voor nieuwe manieren van leven, die weer door anderen hoog worden gewaardeerd. Maar dat is in Europa niets nieuws. En ook niets om bang voor te zijn.

Begin met kleinschalige experimenten

Het in één klap opengooien van de grenzen van Europa is geen optie. Daarvoor zijn de consequenties te weinig te overzien. Wel kunnen kleinschalige experimenten worden opgezet waarin buurten, dorpen of steden nieuwkomers zonder asielprocedure onderkomen kunnen bieden. Groepen burgers krijgen in zo’n experiment de ruimte zich actief in te zetten om nieuwkomers te helpen aan huisvesting, werk en opleiding. De gelden die nu worden uitgegeven aan langdurige asielprocedures en asielzoekerscentra zouden dan kunnen worden ingezet om dit proces te faciliteren, te begeleiden en te evalueren.

Hoe groot de verleiding ook is om te zeggen dat het idee van open grenzen naïef en niet realistisch is, duidelijk is dat als we niet bereid zijn om al experimenterend uit te proberen wat er gebeurt als we de grenzen van Europa openstellen, we in de toekomst nooit zeker weten of een gesloten en omheind Europa de enige optie was.